Nadat Gerard van de Bosch op zaterdag 14 juni de keizerstitel van Henny Keetels had overgenomen moest er zaterdag 21 juni opnieuw om de koningstitel worden geschoten. Vanwege het 100-jarig bestaan was de datum in de jaarvergadering al bepaald. Op deze langste, bloedhete, dag van het jaar gingen 17 schutters voor de herkansing op de Koningstitel.

In de voorronde van 25 wedstrijdpijlen bleef het tot de pauze spannend welke acht schutters door zouden mogen naar de halve finaleronde. Uiteindelijk waren dat Henny Keetels met 221 punten, Piet van de Bruggen met 216 punten, Patrick de Hart met 213 punten, Jan van Drunen met 210 punten, Corné Smits met 208 punten, Tinus van Kuijk met 199 punten, Cees Diepstraten met 198 punten en Ton van de Sanden met 192 punten.

In de halve finaleronde leek het er toch wel op dat de zenuwen bij de schutters parten speelden. In de eerste serie van vijf pijlen wist Patrick zes punten in te lopen op Hennie waardoor hij nog op twee punten achterstand stond.

De volgende vier schutters gingen door naar de finale: Henny Keetels met 353 punten, Patrick de Hart met 339 punten, Tinus van Kuijk met 322 punten en Piet van de Bruggen met 321 punten.

Henny ging in de finaleronde sterk door met 92 punten in de laatste tien pijlen en werd hierdoor afgetekend de nieuwe koning.

Eindstand: 1e Henny Keetels met 445 punten, 2e Patrick de Hart met 430 punten, 3e Tinus van Kuijk met 397 punten en 4e Piet van de Bruggen met 393 punten.

Direct na de wedstrijd werd de krans omgehangen, gevolgd door het omhangen van de Koningsmedaille. Op zondag 22 juni was er nog een wedstrijd op de banen van De Wet’s Zonen geschoten met als tegenstander de ook dit jaar 100-jarige vereniging Buiten Verwachting uit Vught, waarmee al jaren een vriendschappelijke band bestaat.