Op zondag 26 juli wordt de jaarlijkse Mariabedevaart Heusden-Kevelaar gehouden. De organisatie is in handen van de Broederschap Heusden-Kevelaar, die in 1755 of eerder is opgericht.
Door Hans van den Eeden
De Broederschap Heusden-Kevelaar is een van de oudste Maria Broederschappen van Nederland. Een bus vol pelgrims vertrekt op zondag 26 juli naar de Duitse bedevaartsplaats. Tijdens de bedevaart wacht een intensief programma. Diaken Anton van Diessen zal de pelgrims religieus begeleiden. Traditiegetrouw zal ook de Fanfare Wilhelmina uit Dussen muzikaal van zich laten horen.Vroeger werd deze bedevaart te voet vanuit Heusden-vesting naar het Duitse Kevelaar gemaakt. Zij waren onder het motto ‘We gaan te voet naar Kevelaar’ tien dagen onderweg. Later volgde een fietsbedevaart. De bus rijdt langs verschillende opstapplaatsen van Vlijmen, Drunen, Waspik tot Waalwijk naar Kevelaar. De bedevaart is een mix van religieuze beleving, volksdevotie, ontmoeting en ontspanning. Naast senioren zijn gezinnen met jeugd- en jongeren ook dit jaar van de partij.Het programma omvat de eucharistieviering in de Mariabasiliek. De processie heeft haar eigen volgorde. Ook worden er verschillende attributen meegedragen.
Broederschap heeft lange traditie.
Historische attributen
Verder volgt een kruisweg in het Mariapark. En een ‘lof’ in de kaarsenkapel. De bedevaart wordt in de genadekapel met een zegen aan het Allerheiligste Sacrament afgesloten. De broederschap heeft ook verschillende historische attributen verzameld. Altijd goed voor een expositie. Het gaat hierbij om schenkingen van zilver van Heusdense notabelen. Vroeger verwezen tal van stokken naar de plaatsen waar de bedevaartgangers rond Heusden vandaan kwamen. Bijzonder zijn ook de zilveren schilden uit 1809. De broederschap beschikt ook over verschillende fraaie historische vanen. Wie zich in de geschiedenis van de Broederschap Heusden-Kevelaar verdiept zet een stap in het religieuze verleden. De Broederschap heeft altijd lokale Heusdense notabelen als president gehad. Een uitzondering werd gemaakt in de periode 1948-1956. Toen was burgemeester Van Delft president. Later werd Philip Verhaak zijn opvolger. Na zijn overlijden nam echtgenote Gisela het stokje over. “Het was een grote eer om deze rol te vervullen. Bijzonder zijn ook de grote en zware kisten van de broederschap. Hierin zijn ook alle attributen van de broederschap opgeslagen”, aldus Verhaak. Het doel van de bedevaart is om de Mariadevotie te bevorderen.
Genadebeeld
Wie Kevelaar bezoekt raakt onder de indruk van de vele bedevaartgangers, die jaarlijks een bezoek aan Maria brengen. Het roept relaties op met Meerseldreef, ’s-Hertogenbosch, Maria van Heusden en Handel. Maar ook met het Mariadorp Elshout. De achtergronden verwijzen naar legendes, religieus erfgoed en vooral volksdevotie.
Net als Lourdes moet in Kevelaar een onderscheid worden gemaakt tussen het religieuze en het toeristische deel. Immers, economisch draait Kevelaar al vele jaren voor een belangrijk deel op de bedevaarten. Dit wordt bevestigd door de vele hotels en restaurants. Voor veel bezoekers aan Kevelaar is een bezoek een bemoediging en en religieuze beleving. Volgens het Meertensinstituut is het Duitse plaatsje Kevelaar al eeuwenlang een bekend Mariabedevaartsoord. Al sinds 1642 wordt er in deze plaats een wonderbaarlijk genadebeeld (een ets) van de Maagd Maria vereerd. Dit genadebeeld staat bekend als de ‘Consolatrix Afflictorum’: de ‘Troosteres der bedroefden’.
Met de rozenkrans op weg naar Kevelaar.
Legende
Handelsreiziger Hendrick Busman was in 1641 op weg van Weeze naar Geldern en bad bij het hagelkruis op een kruising vlakbij het gehucht Kevelaer. Plots hoorde hij volgens de legende tot driemaal toe een oproep van Maria: 'Op deze plek moet je voor mij een kapelletje bouwen'. Busman was arm, maar de kapel kwam er in 1642. Pelgrims volgden al snel en ook de eerste genezingen lieten niet lang op zich wachten. In 1647 erkende de kerk acht van deze genezingen als ‘wonderbaarlijk’. Om het oorspronkelijke stenen gebedszuiltje heen werd in 1654 de Genadekapel gebouwd, enkele jaren eerder was er al een bedevaartskerk gebouwd. In de negentiende eeuw werd de grote Mariakerk gebouwd, die in 1923 tot basiliek werd verheven. Het heiligdom speelde een bijzondere rol voor de Nederlandse katholieken in het protestantse noorden waar alle katholieke geloofsuitingen verboden waren. Zij konden in Kevelaar in het openbaar hun geloof uitoefenen, want in het koninkrijk Pruisen bestond wel godsdienstvrijheid. Sinds de 17e eeuw trokken massale voetbedevaarten uit de Republiek over de grens naar Kevelaar. De voettocht met een tros proviandkarren en meegenomen religieuze attributen duurde, afhankelijk van waar men vandaan moest komen, veelal een week. Drie dagen heen, een dag daar en drie dagen terug. Thuis gekomen had je na een Weesgegroetje, heel wat te vertellen. Dat zal na zondag 26 juli ook wel het geval zijn.
