De onderwijsinspectie spreekt haar zorgen uit over het leesniveau van de vmbo kader-basisklassen: daar lezen de meeste leerlingen in het tweede leerjaar nog onder 1F-niveau. Niveau 1F is het fundamentele leesniveau en niveau 2F is nodig om zelfstandig maatschappelijk te kunnen functioneren en om succesvol te kunnen zijn in het vervolgonderwijs. Zeer zorgelijk, want dit belemmert deze jonge mensen nu en later ernstig in hun persoonlijk, beroepsmatig en maatschappelijk functioneren. De inspectie raadt aan om meer met deze leerlingen te lezen, ook buiten het vak Nederlands om. Helemaal mee eens. Hier wil ik mijn eigen, zeer positieve, ervaringen van twintig jaar werken met deze leerlingen weergeven. Overigens ging bij mij het groeien in leesvaardigheid altijd samen met het groeien in schrijfvaardigheid. Hier werk ik mijn aanpak uit om de lees- en schrijfvaardigheid te verhogen, namelijk het oefenen in het maken van uitvoerige antwoorden, inclusief persoonlijke en klassikale bespreking daarvan.

Uitvoerige antwoorden leren schrijven: minstens 60 woorden

Wanneer ik een kader-basisklas kreeg en na de kennismaking met de lesstof begon, besprak ik die met hen uiteraard uitvoerig. Dan kwamen we aan bij de eerste vraag. Om hen wakker te schudden zei ik: "Ik verwacht antwoorden van minstens zestig woorden". De reacties waren dan bijna altijd als volgt: "Echt niet, meneer, ik heb nog nooit zinnen langer dan tien woorden geschreven" of: "Sorry, meneer, dat kan ik echt niet hoor". "Ha", zei ik dan. "Dat zullen we nog weleens zien, ik heb er alle vertrouwen in".

Dan vroeg ik hen om ieder afzonderlijk een antwoord van minstens tien woorden te schrijven, dat viel hen dan wel weer mee. Vervolgens liet ik hen hun antwoord voorlezen (leesvaardigheid dus) en vroeg ik om een korte toelichting die ik dan ook vrijwel altijd kreeg. Eerlijk gezegd, ik had geluk, want de meeste leerlingen kenden me al vanaf groep 1-2 van de basisscholen waar ik jaarlijks iedere groep twee gastlessen met verhalen gaf.

Toen ik hiermee begon hadden we nog een ouderwets krijtbord en iedere keer na een toelichting van een leerling ging ik op de achterzijde van het bord iets opschrijven. Dat maakte hen nieuwsgierig: “Meneer, wat schrijft u daar allemaal op?”. Dan zei ik: “Oh, niks belangrijks", wat hen nog nieuwsgieriger maakte.

Als zes leerlingen zo hun antwoorden hadden voorgelezen en toegelicht, waarbij ik voor iedere leerling altijd een persoonlijk woord van waardering had, draaide ik het bord om en zei ik: “Kijk, jongens en meisjes, hier staat jullie antwoord op vraag 1". Dan nodigde ik twee van de andere leerlingen uit om dit uitvoerige antwoord, opgebouwd uit hun eigen inbreng, voor te lezen. “Mooi gedaan, meneer", kreeg ik dan regelmatig te horen, waarop ik dan zei: “Dat hebben jullie mooi gedaan, want kijk dat stukje is van Peter, dat van Moniek, dat van. .. etc.”.

Vervolgens draaide ik het bord weer om en zei ik: “Maak nu je eigen antwoord maar af in zestig woorden, we hebben het uitvoerig besproken." Waarop de goegemeente repliceerde: “Meneer, mogen we het niet overschrijven?”. Waarop ik zei: “Nee, jongens en meisjes, dat is toch veel te simpel." Waarop zij weer zeiden: “Ja, maar meneer, u zegt dat we het zelf hebben gezegd wat daar op het bord staat. Dan mogen we dat toch ook wel overnemen?!”. Tja, dan ben je natuurlijk uitgediscussieerd, ik gaf hen gelijk en keerde het bord weer om.

Vervolgens begonnen de leerlingen als 'razende Roelands' te schrijven, waarbij ik door de klas liep om hun schrijfsel te bewonderen en van feedback te voorzien. Als iemand klaar was, zette ik er iets persoonlijks bij. Dat had echter tot gevolg dat de héle klas een persoonlijke aantekening wou en ja, daar kon ik natuurlijk niet onderuit. Bijna een half uur voorbij met één vraag, haha. Zo hebben we nog een vraag gedaan en nu ging het iets sneller. In een les hebben we zo twee vragen (en antwoorden) zeer uitvoerig besproken en genoteerd. Waarbij zeker de helft van de leerlingen iets gezegd had in de klas en ik met alle kinderen ook persoonlijk contact gehad had. Als huiswerk zei ik: “Maak thuis alsjeblieft één vraag, maar ik wil wel dat je die heel uitvoerig beantwoordt."

De volgende les begon chaotisch, want alle leerlingen stonden zich bij mijn bureau te verdringen om hun antwoord te laten lezen en om een aantekening erbij te krijgen. Toen betrapte ik me op de neiging om te roepen: “Stil, allemaal op je plaats, dan zet ik jullie aan het werk en kom ik wel langs". Maar gelukkig bedacht ik mezelf, want ik kon zoveel jeugdig enthousiasme toch niet frustreren. Terecht, want een kwartier later zat iedereen opgewekt en blij op zijn plek. De toon was gezet: het is leuk om een lang antwoord te schrijven. Zo kregen deze leerlingen vertrouwen in zichzelf en in hun vermogens.

Conclusie: er is veel meer mogelijk

Het dramatische leesniveau bij de kader- en basisleerlingen van het vmbo is geen vaststaand feit, nee, het is het gevolg van te weinig gericht werk ten bate van deze leerlingen. Uiteraard pretendeer ik niet de wijsheid in pacht te hebben. Maar wel hoop ik dat steeds meer mensen zich met hoofd, hart, ziel en handen gaan inzetten voor juist ook deze groepen leerlingen. Dan zullen we zien dat er veel meer mogelijk is dan tot nu toe gerealiseerd is.

Dr. Bill Banning, theoloog, onderwijspedagoog, sinds kort gepensioneerd docent en identiteitsbegeleider