Smidsknecht Piet van de Weijenberg, geboren op 28 mei 1868 in Gemert, kwam op 2 april 1895 naar Vlijmen om het smidsvak verder te leren bij smid Kees van Kempen (1824–1896). Kees had een smederij in de Wolput (B129) en was getrouwd met Adriana van Engelen (1836–1900). Maar het leermeesterschap was van korte duur: Kees overleed al op 28 januari 1896. Enkele weken later, op 15 maart 1896, nam Piet de smederij over. In deze periode leerde Piet Bertha van Engelen kennen, met wie hij op 4 september 1896 in het huwelijk trad. Een jaar later, op 4 juni 1897, werd hun zoon Johan geboren, die later eveneens smid zou worden. Bertha was een dochter van Jozef van Engelen (1829–1908) en Arnolda Branten (1834–1911). Dit echtpaar had sinds hun huwelijk op 17 september 1857 een slagerij in de Akkerstraat, nu Slagerij Van de Ven. Het echtpaar bezat bovendien een groot perceel landbouwgrond dat liep van de slagerij tot aan het hoekhuis Akkerstraat-Achterstraat.
Door Bart Beaard
Na het overlijden van Jozef van Engelen kwam een deel van dit perceel door vererving in bezit van Piet en Bertha van de Weijenberg. Op dit perceel lieten zij een nieuwe smederij met woonhuis bouwen. Piet leidde de smederij tot zijn overlijden in 1933, toen hij aan een hartaanval overleed. Zijn zoon Johan (1897–1978) zette het bedrijf voort. In 1935 werd het pand aan de linkerzijde circa twee meter verbreed. In 1949 werd de smederij aan de achterzijde uitgebreid met een constructiewerkplaats. De voorgevel werd in 1957 veranderd en gerestaureerd. In 1965 droeg Johan het bedrijf over aan zijn zoon Bart (1931–2015), de derde generatie smeden. Bart was getrouwd met Diny van Oijen (1932– ). In 1996 werd met de smederij gestopt. Samen runden zij van 1962 tot 1997 aan De Akker 49 nog een winkel. Aanvankelijk handel in haarden en kachels, maar later een winkel in huishoudelijke artikelen. Zie ook Met Gansen Trou 2013, pg. 2 e.v.
Vóór de smederij op 26 juli 1914. Links staan twee smidsknechten. Rechts staan Piet en Bertha van de Weijenberg met hun kinderen v.l.n.r.: Johan, Fien en Sjaan. (foto: Miriam Hove – Van de Weijenberg)
Bouwdetails
Het eenlaagse gebouw heeft een zolderverdieping onder een zadeldak, waarvan de nok evenwijdig loopt aan de Akkerstraat. Het dak is gedekt met blauw gesmoorde dakpannen van het type Verbeterde Oude Holle. In het dak bevinden zich twee gemetselde schoorstenen, een dakvenster en een dakkapel. Aan de zijgevels zijn dakoverstekken met houten windveren aangebracht. In de top van deze windveren bevinden zich kleine houten makelaren. Op de overgang van het dak naar de voorgevel bevindt zich een geprofileerde kroonlijst met bakgoot. De voorgevel is opgetrokken met hardgrauw bakstenen, gemetseld in kruisverband en afgewerkt met een lintvoeg. Onder de goot bevindt zich een strook van vijf steenlagen, die enkele centimeters naar voren uitspringt. Ter plaatse van de ankers zijn op deze strook uitstekende kolommen van kopse stenen aangebracht. De vensters en de voordeur zijn voorzien van bovenlichten, gevuld met glas-in-lood met rechthoekige ruitjes. Boven alle raam- en deurkozijnen bevinden zich boogvelden, gevuld met kopse stenen, met daarboven eensteen hoge, uitwaaierende strekken. Naast de boogvelden zijn zeven sierankers aangebracht, die ongetwijfeld door Piet van de Weijenberg zelf zijn gesmeed. Alle vensters hebben hardstenen raamdorpels. De hardhouten voordeur is voorzien van een klein venster. De grote toegang bestaat uit twee zesruitsdeuren.
Het gesmede grafkruis met de graftrommel en daarin de gegevens van Piet en Bertha van de Weijenberg wordt bewaard in de tuin van hun achterkleindochter. (foto: Miriam Hove – Van de Weijenberg)
