Wat zong Mick Jagger?
Ik was veertien in 1967 en op mijn verjaardag kreeg ik een draagbare radio die ik als aankomend hippie of provo transistorradio moest noemen. Als ik op een achterlijk vroege tijd naar bed moest (half negen), probeerde ik op de middengolf Radio Luxemburg te vinden. Een piraat die muziek draaide waar je van genoot. Met veel Engelstalige DJ’s maar ook onze eigen Peter Koelwijn (wie kent niet zijn 'Kom van het dak af'). Het onvergetelijke San Francisco van Scott McKenzie die zong over bloemen in het haar. Het was de flower powertijd. Krakend en piepend kwam het nummer via mijn radiootje de slaapkamer binnen maar het voelde als een popconcert. Beatles: mijn ouders vonden het niet meer dan geschreeuw met 'She loves you yeah yeah yeah'. The Rolling Stones: onze leraar Engels merkte droogjes op dat het taalkundig niet helemaal klopte. Waar die langharige jongens eigenlijk over zongen met 'I can’t get no satisfaction'? Deftig vertaald: ik krijg geen voldoening maar wat ons als jochies toen meer aansprak was dat Mick Jagger zong over niet klaar kunnen komen. Oeps, daar praatte je met volwassenen niet over, dat was ons pubergeheim.
Peter Koelewijn in zijn jonge jaren.
Veronica
Radio speelde een belangrijke rol in mijn pubertijd in de jaren zestig van de vorige eeuw. Mijn transistor hield me op de hoogte van de laatste hits. De kwaliteit van de Luxemburgse zender was matig vanwege de grote afstand. Dichterbij huis was daar Radio Veronica (1960-1974), een illegale zeezender voor de kust van Scheveningen. De kracht van die zender was de zogeheten horizontale programmering. Iedere dag op hetzelfde tijdstip dezelfde discjockey. Koffietijd met Tineke, de Top Veertig op zaterdagmiddag en iedere avond na zessen Jukebox, een verzoekplaten programma met Stan Haag. Veronica associeerde ik met vrijheid, herkenbare muziek en leuke reclames.
Rooie Rakkers
Radio in Nederland bestaat ruim honderd jaar. In de tijd dat we nog geen radio kenden, druppelde nieuws maar langzaam het land in. Dankzij de radio rolde het actuele nieuws de huiskamer binnen. Mijn opa is in 1920 met tientallen dorpsgenoten op radiocursus gegaan. Hij bouwde onder toezicht een eigen radio die vooral uit lampen en buizen bestond. Een twintig meter hoge antenne achter in zijn tuin zorgde ervoor dat hij ontvangst had. Luisteren deed je in die tijd heel selectief, zo begreep ik van hem. Rooie Rakkers luisterden naar de VARA, protestanten naar de NCRV, katholieken naar de KRO, vrijzinnigen naar de VPRO, liberalen naar de AVRO enz.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde de radio een belangrijke rol. Radio Oranje probeerde de moed er bij de mensen in te houden. In mijn geboortejaar 1953, toen ons land geteisterd werd door de Watersnoodramp in onder andere Zeeland en Brabant, speelden radioamateurs een reddende rol.
