De centrumfunctie van Heusden was vroeger groot. De functies zijn verdwenen, maar de herinneringen zijn nog levendig. Dat geldt in ieder geval voor het ‘Post- en Telegraafkantoor’.
Door Hans van den Eeden
Tot diep in de negentiende eeuw was van een wegennet geen of nauwelijks sprake. Men liep vele uren via een karrenspoor naar de plaats van bestemming. Dit in regen en wind op warme en koude dagen. Bij lange tochten sliep men in herbergen of in een stal op het stro. In de ‘routeplanner’ werden deze met ‘x uur gaans’ aangeduid. Voor de postbezorging was er de postkoets. Deze werd vaak gecombineerd met een diligence voor personenvervoer. Deze postkoetsen en diligences deden ‘voorname plaatsen’ aan. Een van deze plaatsen was Heusden. Zo had de vesting een eigen kantongerecht, een rijksbelastingkantoor, een ‘Post- en Telegraafkantoor’. Verder was Heusden ook het centrum voor sociale en maatschappelijke zorg. Dit liep uiteen van gasthuis, pesthuis, weeshuis en een Oude Mannen- en Vrouwenhuis. Om geschillen te beslechten had Heusden in 1811 een ‘Vredesgeregt’. Dat de postkoets voor jonge dames tot de verbeelding sprak, blijkt uit het liedje over de ‘knappe postiljon’. Voor veel senioren galmt het licht romantische liedje uit de jaren zestig van de populaire groep De Selvera’s onder de douche nog na.
Heel veel jaren geleden op de diligence,
Reed trots en fier een knappe postiljon,
Amor lachte tevreden om zo'n keur van kansen,
En menig hartje dat hij overwon, aldus de start van het lied.
(foto: Hans van den Eeden)
Opstapje
Terug naar Heusden. Het ambt van Commies van de posterijen was vaak een opstapje naar lucratieve ambten. Zo was de in 1697 in de vesting geboren Gilles Poosen wijnhandelaar van beroep. In 1719 promoveerde hij tot Commies van het postkantoor. Tien jaar later werd hij benoemd tot Schepen. Later werd hij commissaris en directeur van de posterijen. Zowel voor het postverkeer Noord-Zuid vice versa als Oost-West was Heusden een belangrijke schakel. Zo werd het postkantoor een onmisbare factor. Dat gold ook voor de gemeentekas. In 1810 werd door Koning Lodewijk Napoleon, bekend in Heusden, de Postwet ingevoerd. In 1828 kreeg het postkantoor in Heusden een meer permanente status. Er waren toen nog geen postzegels. Die kwamen pas in 1852. In verband met internationale spanningen was het postkantoor wisselend zowel gesloten als geopend.
Voor die tijd schreef men met de kroontjespen de prijs op een brief. De postzegels waren een gevolg van de Postwet van 1850. Voor het Heusdense gemeentebestuur betekende dit, dat men een belangrijke inkomstenbron ging missen. In verband met de internationale spanningen werd in 1870 een Rijkstelegraafkantoor geopend. De gemeente Heusden bleef, gezien de financiële belangen, op goede voet met de directie van het Heusdense postkantoor.
Voormalig post- en telegraafkantoor. (foto: Hans van den Eeden)
Dienstwoning
Het pand, gelegen op de hoek Pelschestraat/Botermarkt, werd in 1873 voor 400 gulden per jaar verhuurd. Na verbouwingen werd het in 1894 opgeleverd. Het pand werd gebouwd door de Firma K.F. Kleyn uit Raamsdonk. Dit voor de prijs van 17.584 gulden. In 1926 kreeg het pand waterleiding en 1929 kreeg een elektrische installatie. De bovenverdieping heeft ook lange tijd dienst gedaan als dienstwoning. In 1988 werd het pand na een grondige verbouwing heropend. In verband met de te verwachten uitbreiding van handelingen werd het kantoor uitgebreid met een loket. Ook werd het aangepast aan hogere veiligheidseisen. De tijden veranderen. In 1987 werden er in Heusden nog 1 miljoen poststukken bezorgd. Aan de loketten werden ruim 44.000 geldhandelingen verricht. Veel oudere Heusdenaren herinneren zich nog beambten als Sicco Barghoorn en Harry van Boxtel. Na sluiting in op 1 januari 2000 was er Apotheek Het Quadraat gevestigd. De functie van het postkantoor verhuisde naar Boekhandel ‘De Veerpoort’. Het voormalige postkantoor staat thans enige tijd leeg. De tijden blijven veranderen. Het digitale tijdperk deed haar intreden. Er worden steeds minder brieven bezorgd. Dit in tegenstelling tot de pakketjes. Ook de postbezorging staat onder druk. Betaal- en geldautomaten deden hun intrede. Maar hoe liep het af met de meisjes die zich aangetrokken voelden tot de eerder genoemde ‘knappe postiljon’ van de Selvera’s?
Meisjes richtten hun blikken naar de diligence,
Wie van hen won die knappe postiljon,
‘t Lief blozend blondje, dat trok hem aan,
Hij dorst ’t te wagen, haar tot z'n vrouw te vragen,
Braaf gaf haar mondje toen te verstaan,
Dat zij met hem door 't leven wilde gaan.
Bronnen: BHIC
