Niet alleen tegenwoordig komen er een groot aantal jonge hondjes van broodfokkers uit Roemenië en Hongarije. Vroeger toen ik nog op de lagere school zat, hadden we ook een hond en die kwam volgens mij ook uit Roemenië. Hoe ik dat weet? Nou, omdat we onze hond, het was een teefje, Tippie naar geen enkel Nederlandse commando luisterde, laat staan dat zij die begreep. Want als ik zei 'Tippie kom hier', dan ging zij de bal zoeken. Zei ik 'Blijf' tegen haar, dan liep ze juist weg en wat dacht je van het commando 'Zit'? Dan sprong ze op de bank en ging op mijn plekje liggen. Ik kreeg haar dat niet afgeleerd, ook niet met hondensnoepjes, ze bleef gewoon op de bank liggen.

Wat ook vervelend was dat ze niet alleen naar iedereen die ze zag blafte, maar ook naar al de honden die ze tegenkwam. Dat was best wel een probleem, maar hondenfluisteraars bestonden er nog niet in die tijd, anders had mijn vader daar wel naar toe kunnen gaan. Puppy cursussen, dat was toen nog niet zo algemeen, er was wel een training voor politiehonden. Maar daar was Tippie echt niet voor geschikt, want na veel geblaf rende ze met haar staart tussen haar benen weg. Maar eerlijk is eerlijk, als ze aangeriemd was liep ze altijd bij het uitlaten netjes naast je.

Als we met Tippie gingen wandelen in het bos mocht ze weleens loslopen op plekken waar dat was toegestaan. Meestal bleef zij in de buurt van mijn vader.

Totdat we op een keer heel het bos hebben moeten doorzoeken voordat we haar vonden. Vanaf die tijd begon zij steeds meer te eten. Tot onze grote verbazing kwamen er, 63 dagen nadat ze weg was gelopen, zes jonge hondjes ter wereld. Die wilden ze bij ons thuis niet zelf houden, dus liet mijn vader zes weken later een advertentie plaatsen in de regionale krant, met de volgende tekst: ' Zes jonge hondjes van zes weken oud zoeken een goed tehuis. Je mag ze gratis op komen halen'. Daar kwam vrijwel geen reactie op, want na twee weken hadden we er nog vijf. Mijn vader veranderde van tactiek.

Want in de volgende advertentie die hij plaatste stond: 'Gratis op te halen, een lelijk jong hondje en vier mooie jonge hondjes'. De krant was nauwelijks verschenen of de telefoon begon te rinkelen. Ze belden allemaal of we dat lelijke jonge hondje nog hadden. De volgende dag hadden we tegen de avond vijf keer het zogenaamde lelijk hondje aan vijf mensen gegeven die perse het lelijke hondje wilden hebben. Meestal uit medelijden en in hun ogen zielige hondje.

Zo was mijn vader de vijf hondjes binnen twee dagen kwijt.

Jules Faber