In zijn ‘Beschrijvinghe der Stede ende Land van Heusden’ vermeldt Jacob van Oudenhoven op pagina 14 dat in 1568 vier armenhuisjes werden gesticht achter het koor van de Sint-Catharijnekerk. Hij schrijft hierover: ‘Anno 1568, heeft Joncker Gerart Spiringh van Wel, Casteleyn Drossart over Stadt / Slot ende Lande van Heusden / vier oude Vrouwen huyskens gefondheert ende ghedoteert / staende achter het Choor van de S. Catharijne kerck.’
Voor Bart Beaard
Op deze locatie zijn door de eeuwen heen verschillende armenhuisjes gebouwd en gesloopt. Op de eerste kadastrale kaart van Heusden uit 1832 staan op deze plaats drie armenhuisjes ingetekend, met de kadastrale nummers A-351 t/m A-353. Opmerkelijk is dat als eigenaar ‘Het Oude Mannenhuis van Heusden’ wordt vermeld. Uit de kadastrale hulpkaart van 1877 blijkt dat deze drie huisjes in de voorafgaande jaren zijn afgebroken en vervangen door vier nieuwe armenhuisjes, met de kadastrale nummers A-881 t/m A-884. Van deze vier zijn er nog slechts twee overgebleven.
Boven: Straatwandtekening 1943, door Ferdinand Jantzen , met drie armenhuisjes. Onder: Straatwandtekening 2025, door René van Boxtel, met twee armenhuisjes. (Bron: De gevels van Heusden)
Stadsrestauratie
In 1943 maakte architect ir. Ferdinand Jantzen straatwandtekeningen van de gehele vesting Heusden. Ook het gedeelte van de Putterstraat werd vastgelegd, toen genummerd van Z.97 (het hoekhuis Putterstraat-Lombardstraat) tot en met Z.105 (het bedeelhuisje). Op deze tekening is te zien dat het linker armenhuisje reeds was verdwenen; dit was rond 1920 afgebroken. Op die plek werd een toegang met poort aangelegd ten behoeve van Z.98. Huis Z.99 kreeg toen als brandgang een aanbouw met een eigen voordeur. De resterende drie armenhuisjes droegen toen de huisnummers Z.99 t/m Z.101. Na de Tweede Wereldoorlog werd de huisnummering gewijzigd. De eerdere wijkindeling, waarbij de letter Z stond voor Zuid en de nummering wijkbreed was, maakte plaats voor straatgebonden nummering met even en oneven huisnummers aan weerszijden van de straat. Rond 1970 werd voor dit deel van de Putterstraat door restauratie-architect J. Meulenbelt een plan opgesteld voor renovatie, restauratie en vernieuwing. De woonhuizen Putterstraat 18/20 en 26A werden nieuw gebouwd op de plaats van respectievelijk een magazijn, een fruitpakhuis en een schuur. Tegelijkertijd werd het rechter armenhuisje (nr. 22) gesloopt om plaats te maken voor een doorgang naar de garage van nummer 20. Hierdoor bleven uiteindelijk alleen de armenhuisjes op de nummers 24 en 26 behouden. Deze zijn in 1984 door de gemeente Heusden gerestaureerd.
Bouwstijl
De armenhuisjes zijn met een zolderverdieping onder een mansarde- of Frans dak. De daken zijn gedekt met blauw gesmoorde terracotta dakpannen van het type kruispan. De dakoverstekken zijn afgewerkt met een mortelstrook aan de bovenzijde van de zijgevels. In het dakvlak bevinden zich kleine dakkapellen en dakvensters. De dakkapellen hebben tweeraams stolpramen en worden aan de bovenzijde afgesloten met driehoekige timpanen met geprofileerde houten stroken. Aan de onderzijde van het dak loopt een geprofileerde kroonlijst met bakgoot. De gevels zijn opgetrokken in kruisverband met hardgrauw bakstenen en afgewerkt met knipvoegen. De gevels worden geleed door vier horizontale banden van elk twee steenlagen hoge rode baksteen, een kenmerkend element van de neorenaissance-bouwstijl. Boven de vensters en voordeuren bevinden zich boogvelden, gevuld met kopse stenen in verschillende motieven, met daarboven eensteens getoogde hanenkammen van rode baksteen. De vensters hebben zesruits opschuifbare onderramen met daarboven vaste bovenlichten met drie ruiten. De deurkozijnen zijn voorzien van opgeklampte strokendeuren met eveneens drieruits bovenlichten. Zowel deuren als vensters hebben hardstenen onderdorpels. De plint is gecementeerd en circa 30 cm hoog. De linker deur van nummer 26 was aanvankelijk een toegang naar een aangebouwde brandgang.
