In ons favoriete restaurantje, waar mijn vrouw en ik zaten te eten, hoorden we aan het tafeltje naast ons een vrouw zeggen: "Ik weet niet wat ik met haar moet beginnen. Ze komt thuis wanneer ze zin heeft en als ik zeg dat ik het graag wil weten waar ze naar toe is geweest, krijg ik te horen dat het haar leven is en daarmee uit. Verder wil ze daar niet meer over praten. En weet je wat nog het ergste is, ze eet wanneer het haar uitkomt."
"Ik herken dat wel, dat is hetzelfde gedrag als van mijn puberende dochter", zei de vrouw die tegenover haar zat. "‘Pubers zijn gewoon onmogelijk om mee om te gaan. Ze moeten gewoon door die periode heen." De andere vrouw reageerde zuchtend: "Dat ben ik met je eens, maar ik had niet van iemand van 70 jaar verwacht dat ze zo onmogelijk kon zijn. Echt, ik weet niet wat ik met mijn moeder moet beginnen."
Enige maanden later zaten we weer in ons restaurant en ik zag dezelfde mevrouw. Alleen was ze zo te zien nu met haar moeder, want haar moeder klaagde dat het niet smaakte. Ondertussen stond een man met zijn kinderen af te rekenen aan de balie. Blijkbaar had hij zijn kinderen van te voren gewaarschuwd dat ze niet met hun hele hand in de snoeppot die op de bar stond mochten zitten. Maar toen hij een hand in de snoeppot zag graaien, gaf hij er een harde tik op.
Hij draaide zich om en zag wie de schuldige was. Een oud dametje, de moeder van de vrouw die we herkenden van het tafeltje, van de vorige keer.
Nou moet ik je eerlijk bekennen dat ik mij ook wel eens niet netjes heb gedragen in een restaurant. Maar daar had ik een goed excuus voor. We hadden ons gezin een keer uitgenodigd voor een etentje. Nadat de serveerster de bestelling had opgenomen, kwam een collega van haar naar mij toe. Fluisterend zei ze tegen mij, dat haar collega, die net de bestelling had opgenomen, in een ander restaurant ging werken en dat het haar laatste werkdag was.
Ze vroeg aan mij of we haar, als afscheidsgrap, eens flink lastig wilde maken. We spraken af dat we de serveerster die net de bestellingen had opgenomen, het haar zo moeilijk mogelijk zouden maken. We klaagden over het eten, vroegen regelmatig schoon bestek, stoten een halve kop tomatensoep om over het tafelkleed, waardoor ze deze moest verschonen. Tegen het eind van de avond kwam haar collega naar onze tafel toe. Terwijl ze goedkeurend haar duimen omhoog stak, zei ze: "Jullie doen het fantastisch. Ze zegt dat ze in al die tijd dat ze hier werkt, nog nooit zo’n lastige tafel heeft gehad."
Jules Faber
