Begin jaren zestig, ik was een jaar of tien, kregen ook wij een televisietoestel. In het dorp verschenen steeds meer antennes op de daken. In ons land duurde het even voordat ook wij (Duitsland was ons vele jaar voor) reclameboodschappen over ons heen gestort kregen. Dat jaar vond de regering het plotseling verantwoord dat tere kinderzieltjes reclame voorgeschoteld konden krijgen. De grootste drijfveer om ja te zeggen tegen reclame op tv was natuurlijk het geld maar dat werd uiteraard niet hardop gezegd.
Reclame kwam langzaam maar zeker in ons leventje. Via de krant, via Radio Veronica en via televisie. Maar ook door posters die op schuttingen en aanplakplaatsen werden aangebracht. De reclame schotelde je een wereld voor die perfect en stoer was. Roken was in films heel gewoon en toen ik eindelijk zestien was geworden, mocht ik van mijn ouders officieel een sjekkie roken. Wie herinnert zich niet de volgende reclames?
Schat, staat de Bokma koud?
Paturain, da’s pas fijn
U moet de groenten van HAK hebben
Melk, de witte motor
Heerlijk Helder Heineken
Boodschappen
Net als bij vele andere huishoudens, werden de boodschappen bij ons thuis wekelijks door de kruidenier tot in de keuken gebracht. Mijn moeder schreef de bestelling in een speciaal boekje dat op woensdag door meneer de kruidenier werd opgehaald. De beste man droeg een kaki kleurig jasje en in een van de zakken bewaarde hij de folder. 'Niets vergeten mevrouw?' Met een zwierige handbeweging haalde hij de folder met de weekreclames uit zijn jasje. Nog snel werden enkele extra boodschappen in het boekje genoteerd want die ene aanbieding kon je toch niet voorbij laten gaan. Reclame werkte toen en dus ook nu nog altijd. Een dag of twee later kwam de winkelier de boodschappen brengen en voor ons kinderen lagen er in de tas of doos dan altijd een paar toffees. Mijn moeder was een keer flink boos op de man want ze had van de buurvrouw gehoord dat zij een gratis pak koekjes had gekregen. Hoezo? Welaan, de buurvrouw betaalde eenmaal in de maand en dat was een fors bedrag. Mijn moeder die netjes iedere week afrekende kreeg nooit iets extra’s en dat vond ze oneerlijk.
Winkeltje spelen
Thuis speelden mijn zus en ik regelmatig winkeltje. Mijn slaapkamer was de winkel en op de overloop, dus vóór de slaapkamerdeur, stond de strijkplank uitgeklapt. Dat moest de toonbank voorstellen. In mijn slaapkamer stonden de boodschappen uitgestald, net als in een echte winkel. Het waren natuurlijk allemaal lege dozen en zakken die opgevuld waren met kranten. Zo leek een pak suiker op een echt exemplaar enz. En natuurlijk maakten we ook reclame, vooral voor sigarettenmerken. Bij de plaatselijke sigarenman kwam ik regelmatig vragen of hij etalagemateriaal over had. En heel af en toe zei hij ja en kreeg ik een pakje sigaretten mee maar dan heel groot. Dat had eerder in zijn etalage gestaan maar mocht nu mee naar onze kinderwinkel. In de loop van de tijd kregen we steeds vaker van die prachtige spullen waarmee onze winkel mooier en mooier werd. Het leukst van al was dat je de winkelman mocht zijn maar ja, met een oudere zus moest ik meer dan eens de klant zijn die wat kwam kopen. Gelukkig kwam er ook regelmatig een vriendje spelen en bouwden hij en ik samen onze winkel op en speelden we als tienjarigen winkeltje met de strijkplank als toonbank.
