Het had een rustige week kunnen zijn. Ingesneeuwd, of minder dramatisch: door de sneeuw niet ergens naartoe kunnen. De sneeuw vertraagde deze week. En dat was eigenlijk erg welkom in een vakantieweek die ik mezelf had gegund na een drukke kerstperiode. Maar het pakte totaal anders uit.

Toen het leerlingenvervoer naar de speciaal basisonderwijsschool van dochterlief al voor de derde dag niet reed, en ze al een dag thuis was geweest, omdat de school zelfs dichtging, realiseerde ik me dat het al voor de vierde dag op rij code rood was in mijn hoofd. De weersomstandigheden zetten me schrap, ook al dacht ik er rustig in mee te bewegen. Ik bood zelfs een klasgenootje van dochterlief aan om hem en zijn verpleger mee te nemen naar school. Ik had toch vakantie. Maar ik bleef maar op de weerapp kijken of ik ze toch ook wel weer op kon halen, en hoe het morgen zou zijn. En ik verbaasde me over de slechte voorzorgsmaatregelen op het schoolterrein. Dus echt tot rust kwam ik niet. Voortdurend was ik in de regel-modus, zorgde ik dat de oprit sneeuwvrij bleef en keek ik vooruit naar de boodschappen: kunnen die wel komen?

Misschien had ik het allemaal beter los kunnen laten, als ik niet een luisterboek aan het luisteren was wanneer ik alleen in de auto zat van het wegbrengen of voor het ophalen. Een boekje van journalistiek platform De Correspondent over hoe langzaam maar gestaag de politiek op steeds meer plekken in de wereld steeds fascistischer vormen aanneemt: intolerant naar anders denkenden en geweld niet schuwend. En dat in een week dat de ene president vond een andere president te mogen ontvoeren. Toen ook nog een kerklid overleed die één van de laatste ooggetuigen was van de Tweede Wereldoorlog en ik gevraagd werd voor de uitvaart, was de mix voor mij compleet.

Het leek wel alsof ik in een soort noodpakketten-coderoodstand stond. Me bewust van dreiging, al was het maar sneeuw, en van mogelijke tekorten, al had ik zat te eten in huis. Maar er wás ook nood. Heb je wel eens met een rolstoel door de sneeuw geploegd, of met beperkte motoriek over de ijsbaan van de parkeerplaats bij school gemoeten? De dankbaarheid van de moeder van dochterliefs klasgenootje raakte me. Ik vond het normaal om hem mee te nemen, maar kennelijk was de nood ook echt hoog.

Die voortdurende aan-stand heeft me eigenlijk een rustige vakantieweek ontnomen. Maar ik moet het wel relativeren. Natuurlijk heb ik ook genoten van de rust, een film, en samen leuke dingen doen. Maar ik voelde wel in mezelf wat een code rood kramp met een samenleving kan doen. En hoe belangrijk het is aan de ene kant elkaar te helpen, maar aan de andere kant ook ‘gewoon’ door te gaan. En ook die vertraging toe te laten.

Ja, er staat in onze wereld veel op het spel. En het was niet voor niets dat het kerklid me op zijn sterfbed nog zei dat de liefde weliswaar overwint, maar ‘op het nippertje’. Maar ik kan de wereld niet redden, en jij ook niet. Dat weerhoudt ons niet van de plicht om voor elkaar te zorgen, maar het vraagt wel iets van ons innerlijk. En misschien wel dit, een uitspraak van kerklids moeder die uiteindelijk boven de rouwkaart kwam te staan: ‘Tob nooit, ’t komt toch anders.’ En zo is het.

Het is niet alleen wat me moeten doen of laten, waar het op aankomt. Het komt er ook op aan dat we ons niet teveel zorgen maken. Want het komt toch anders. En komt het dan goed? Ja, zij het op het nippertje. Maar dat hebben we niet in eigen hand. Je zou er haast gelovig van worden.

Otto Grevink is dominee in De Langstraat en verbonden aan Pioniersplek Zin op School. Reacties zijn welkom op ottogrevink@gmail.com.