Kees de Bakker is dood. Met kerst heeft hij het aardse voor het hemelse moeten verruilen. Hij was mijn eerste echte baas. Een man die keihard werkte, superveel uren maakte en elke nacht om 3.30 opstond om brood te bakken. Met nostalgische gevoelens kijk ik terug op vijf jaar broodbezorger in het weekend.
Klein assortiment
Ik ben 19 en ben geslaagd voor mijn rijbewijs. Het is dan 1972. Ik zit nog op school; anno nu zouden we zeggen dat ik nog studeer maar dat terzijde. Een extra zakcent is welkom want uitgaan in het weekend, een keer een frietje en mijn meisje trakteren, kost geld. Op zoek naar een weekendbaan, kom ik bij de plaatselijke bakker uit. De vaste ventwijk wordt door de bakkersknecht dagelijks uitgevoerd. Maar ook hij wil graag eens op vakantie. Dat rijbewijs komt opeens heel goed van pas want ik kan en mag de bakkersauto berijden. Al snel heb ik de wijk in mijn hoofd zitten. Huis-aan-huis komen we niet want er zijn meerdere bakkers die brood bezorgen. Het is de tijd dat huisvrouwen nog thuis zijn. Mijn openingszin is: 'Goedemorgen mevrouw, kan de bakker iets voor u betekenen?'. Het gesprekje gaat dan meestal verder over het weer: 'Wat een wind hè, frisjes vindt u niet, lekker dat zonnetje'. En onderwijl wil de klant iets uit ons dan nog kleine assortiment. Ik heb bruin of wit brood (respectievelijk 95 en 98 cent), gesneden of ongesneden. In het weekend worden daar broodjes (puntjes en kadetjes), krentenbollen en krentenbrood aan toegevoegd. Overzichtelijk dus.
Puntjes, krentenbollen en kadetjes: alleen in het weekend.
Veertien cent extra
Behalve in de drie vakantieweken, strikt baas Kees mij ook voor de zaterdagochtend. Ik meld me om 6.30 om de ventwagen in te pakken. Een kwartiertje later ga ik achterom bij de eerste klant. De meeste klanten rekenen op de zaterdag af wat ze de hele week afgenomen hebben. Dat houdt in: goed opletten, rustig het bonnetje optellen en afrekenen. Baas Kees heeft me op het hart gedrukt om vriendelijk te zijn ook als iemand boos is omdat hij per ongeluk een verkeerd brood heeft gekregen. Bijvoorbeeld een brood van gisteren dat tussen het verse brood is beland. Denk in oplossingen, niet in confrontaties. Was het pakje roggenbrood beschimmeld? Zonder discussie geef je de klant een nieuw pakje. Het is op zaterdagochtend aanpoten en ergens halverwege rijd ik terug naar de bakkerij om bij te laden. Het is deze dag erg koud. De handschoenen waar de toppen vrij zijn voor de vingers, heb ik hard nodig. Rekenen en schrijven met die speciale handschoenen gaat prima. Na een kopje thee, rijd ik de nieuwbouwwijk in. Hier hebben de mensen graag gesneden brood. Voor de papieren verpakking en het snijwerk wordt 14 cent extra gerekend. Een bruin gesneden kost 1,09 in guldens.
Rust zacht
Zo tegen 13.00 uur bel ik op deze zaterdag bij de laatste klanten aan. 'Fijn weekend mevrouw, tot maandag' en weg ben ik. Eenmaal terug bij de bakkerij draag ik de dikke portemonnee over aan baas Kees. 'De familie De Vries op nummer 17 heeft voor dinsdag 15 gebakjes besteld. Is nog niet afgerekend. Noteer jij het?' De twee tientjes beloning voor deze ventdag steek ik los in mijn zak. 'Dankjewel Kees. Fijn weekend'. Wat ik in de loop van de tijd in de bakkerij zie, maakt me enthousiast voor het bakkersvak. Thuis probeer ik krentenbollen te bakken, tompoucen te maken, een verjaardagstaart op te spuiten. Vriendelijk zijn is een levensles geworden. Ik heb allerlei mensen gesproken, heb mensenkennis opgedaan, ervaringen die me in het latere leven goed van pas zijn gekomen. Rust zacht Kees.
