Dat tradities nog springlevend zijn blijkt uit de periode rond de kerstdagen. Met gevoel voor nostalgie en folklore worden deze in Noord-Brabant gekoesterd. Dit alles met een knipoog naar het religieus erfgoed.
Door Hans van den Eeden
De periode rond Kerstmis is een tijd van bezinning en rust. De familiebanden worden aangehaald en nostalgie viert hoogtij. Dit wordt lokaal ondersteund met kerstfairs en Charles Dickensfestijnen. De kerstdagen zijn tevens een goed moment om stil te staan bij de verhalen vol symboliek. Zo worden huizen versierd en de kerstboom opgetuigd. In deze donkere decemberweken staat vaak een goed verlichte kerstboom in de huiskamer. Ook worden kerstbomen na de jaarwisseling voor een kerstbomenverbranding op straat gezet. De kerstboom verwijst naar heidense vieringen rond de ‘winterzonnewende’. Deze eeuwenoude traditie brengt ons naar Noord-Europa, maar ook naar Letland. 21 december is namelijk de kortste dag van het jaar. Er wordt gevierd dat het na deze dag alleen maar langer licht wordt. Dit ‘Joelfeest’ duurt van 21 december tot en met 1 januari. Het verwijst naar een oud Germaans winterfeest. Traditioneel werden toen offers gebracht aan de goden. Dit met als inzet te zorgen voor een goede oogst in het aankomende jaar. Wie zich verdiept in de religieuze jaarkalender kan ook niet om de advent heen. Immers, vier weken voor Kerstmis wordt in kerken een Adventskrans opgehangen.
Kerstkrans
Symbolisch wordt dan iedere zondag een nieuwe kaars aangestoken. De traditionele kerstkrans van dennengroen staat symbool voor de naderende komst van Jezus. Iedere weekkaars heeft een betekenis: hoop, geloof, liefde en vooral vrede. Vanaf kerstavond branden als verbinding alle kaarsen. Veel mensen hebben thuis een kerststal staan. Immers, Maria en Jozef waren op de vlucht en zochten onderdak. Die vonden ze, door de vele vluchtelingen, in een boerenstal. Op 25 december werd Jezus geboren en in een voederbak ofwel kribbe gelegd. Wie goed rondkijkt in de kerststal ziet ook de os en de ezel. Volgens de volkscultuur hielden zij met hun neusgaten het kindje Jezus warm. In kerststallen mag het kindje Jezus pas op 25 december in de kribbe worden gelegd. Ook horen de Drie Koningen of Wijzen pas op 6 januari een plaatsje in de stal te krijgen. Immers, Caspar, Melchior en Balthazar waren met hun kameel nog onderweg. Vaststaat dat ze in de kerststal niet mogen ontbreken. Ze brachten het kostbare goud, mirre en wierook naar het kindje jezus.
Lampionnen
Uit onderzoek is het maar de vraag of het drie of meer wijzen moeten zijn geweest. De koningen symboliseren de drie werelddelen. Caspar was de zwarte koning. Amerika was toen nog niet ontdekt, anders zouden er vier Wijzen moeten zijn geweest. “In ons gezin maakten de Drie Koningen eerst een reis door ons huis. Dat betekende, dat gedurende een aantal weken de badkamer, de trappen, de slaapkamers en de zolder werden bezocht. Daarna reisden ze, compleet met kameel, op 6 januari naar de kerststal”, aldus Herman Klaver. Tijdens Drie Koningen was en is het ‘Drie Koningen zingen’, met name in en rond Tilburg, populair. Verkleed als Drie Koningen en met brandende lampionnen aan een stokje bellen de kinderen, soms met een ‘rommelpot’, bij huisdeuren aan.
Onnozele kinderen
Ondersteund met een ster worden dan Driekoningen liedjes gezongen. "Drie koningen, drie koningen. Geef mij een nieuwe hoed; want mijn oude die is versleten en mijn moeder die mag het niet weten; en mijn vader is niet thuis. Piep zei de muis in het voorhuis”, was een van de vele liedjes. De kinderen werden dan op snoep of ‘Coninxgeld’ getrakteerd. Dat traditie en volksgeloof met name rond Drie Koningen leefde en nog leeft bewijst het ‘Driekoningenbrood’. In een broodtaart wordt een ‘pit’ verstopt. En wie de gelukkige is moet dan trakteren. Een roomse traditie was ook ‘Onnozele Kinderen’, dat op 28 december wordt gevierd. Het verwijst naar onschuldige jongetjes uit Bethlehem, die op bevel van Koning Herodes werden vermoord. In het roomse volksgebruik was het een feestdag van omkering, waarbij kinderen de baas waren. “We verkleedden ons in de kleren van de ouders en zij moesten naar ons luisteren. Tot het uit de hand liep en mijn ouders er genoeg van hadden”, aldus Wim van der Zalm uit Kaatsheuvel. Hoe dan ook: Kerstmis spreekt tot de verbeelding en de fantasie. Tijdens deze dagen staan feiten en beleving vaak op gespannen voet met elkaar. Zeker voor ouderen met gevoel voor ‘roomse blijheid’ onder het genot van een wijntje om hier onder de kerstboom over te mijmeren. Maar vooral welke rol u als waarde lezer in de kerststal zou willen spelen.
Dank: BHIC;Nederlands Centrum voor Volkscultuur.
