Op weg naar de fietsenmaker voor een onderhoudsbeurt voor mijn fiets, nam ik de kortste weg binnendoor langs het plantsoen. Tot mijn verbazing zag ik dat mijn tante een half brood aan de duiven voerde. Ze stond midden tussen de duiven, die gretig de hun toegeworpen broodkruimels oppikte.
Op enige afstand stond een wat oudere man toe te kijken en op een gegeven ogenblik liep hij naar mijn tante toe. Hij keek mijn tante aan en zei op een boze toon: “Maar mevrouw, terwijl u hier nog goed brood aan de duiven voert, sterven er in Afrika op dit moment mensen van de honger.”
Mijn tante keek hem ernstig aan en antwoordde: "Het spijt mij heel erg maar zo ver kan ik niet gooien meneer. Vind u trouwens ook niet dat de wereld er veel vrediger uit zal zien als men minder op elkaar let en meer op elkaar past? U weet vast wel dat de kortste afstand tussen twee mensen een glimlach is."
De man keek heel even met een boze blik naar haar en vervolgde snel zijn weg.
Pas daarna zag mijn tante mij met de fiets staan. Ze liep naar me toe en begroette me met een glimlach. Omdat mijn tante zorgvuldig de stukjes brood uit het half brood plukte, waren haar vele sproeten op haar hand en pols duidelijk zichtbaar. Ze zag dat ik naar de sproeten keek. Op dat moment keek ze mij aan en zei: "Ik zie je naar mijn sproeten op mijn hand kijken, maar jongen dat zijn geen sproeten hoor. Dat zijn de roestige uiteinde van mijn stalen zenuwen." Tja, zo had ik het nog niet bekeken. "Ík heb het gehoord wat u tegen die man daarnet zei. Dat vond ik niet zo aardig van u", zei ik tegen haar.
"Ach, jongen, ik zou niet graag willen hebben dat iedereen mij aardig zou vinden. Dan zou mijn gevoel van eigenwaarde daar onder lijden, zeker als bepaalde niet nader te benoemen mensen mij aardig zouden vinden. Daarom heb ik alle respect voor de verkoopsters en medewerkers in de winkels en supermarkten die de hele dag tegen iedereen aardig moeten zijn. Ondanks dat sommige mensen wel eens onvriendelijk tegen ze zijn. Deze medewerkers hebben recht op een onderscheiding, of een medaille. De 'Zal ik even voor u kijken' of de 'Kan ik u ergens mee helpen' medaille. Ik weet wel iemand die daarvoor in aanmerking zou kunnen komen. Els, die ook wel eens achter de kassa zit, bij de supermarkt op de hoek. Ach jongen, iedereen weet toch, dat aardig zijn geen enkele moeite kost en vrijwel altijd een positieve effect heeft op de ander."
Het blijft een bijzondere tante, die op haar een eigen manier naar haar omgeving kijkt.
Jules Faber
