Pats, daar lag ik, deels op de stoep voor de Hema, deels op de afrit van het parkeerterrein van het Plein in Vlijmen. Geloof ik, want het ging snel, die val. Achterlangs de stoeltjes ging ik onderuit, nog geen 10-14 km/uur én behoedzaam fietsend. De brede voorband van mijn niet-elektrische fiets kon het minuscule niveauverschil tussen de stoepklinkers en de tegels van de stoep niet overbruggen: het was spekglad door de stevige regenbui. Mijn voorband schoof, waardoor ik uit balans raakte en neersmakte.
Door Dimph Vos
Snel opstaan, dacht ik, en hup weer verder, mij er niet meteen van bewust dat het bloed uit mijn voorhoofd gutste, links boven mijn wenkbrauw. Vermoedelijk veroorzaakt door het pootje van mijn bril dat later bleek afgebroken te zijn. Een mevrouw die juist voor de Hema stond, zag het wel en snelde toe.
Een fietshelm, dat dacht ik niet!
Ik denk niet dat een fietshelm zou hebben geholpen, zei ik enigszins schuldbewust maar hoopvol tegen deze bijzonder lieve en behulpzame dame die mij bij de Hema naar binnenloodste. Ze keek me aarzelend aan, net zoals de vriendelijke verkoopster die meteen met een stoel aankwam om mij met mijn hevig bloedend hoofd te laten plaatsnemen en mij voorzag van stapels tissues. Mevrouw bleef bij me, terwijl ze mijn poncho en regenjas probeerde van het bloed te ontdoen, tot mijn lieve hulptroepen, mijn dochter en haar partner, waren gearriveerd om mij naar mijn huisarts te brengen. Niets wilde ze als bedankje, deze dame, ook geen doosje aardbeien dat ze met mijn overige boodschappen uit mijn fietstas had gehaald, terwijl ze voor de veiligheid mijn fiets op slot had gezet.
Ruim zes jaar geleden schreef ik in dit weekblad dat engelen bestaan, weliswaar in een totaal andere context, maar met dezelfde boodschap: onvoorwaardelijke medemenselijkheid bestaat.
Oncharmant geval
Zes hechtingen en een tetanusprik rijker kwam ik thuis. Schuldbewust ook, want hoe vaak krijgen vooral wij, ouderen, niet voortdurend waarschuwingen toegeworpen, al dan niet vergezeld van argumenten, om toch vooral op de fiets een helm te dragen.
Ik had tal van tegenargumenten in mijn achterzak, mij kregen ze niet aan de helm. Stel je voor, ik fiets altijd, in weer en wind, hagel en sneeuw, en dan zo’n oncharmant geval op mijn hoofd, een fietsend mens reducerend tot een soort onherkenbare robot!? Trouwens, als ik van de trap val of ergens uitglijd, dan draag ik toch ook geen helm? Nou dan! Of komt daar binnenkort ook een gebod voor: draag binnenshuis een helm!
Een gewaarschuwd mens telt voor twee
Maar goed, ik heb dankzij deze val niet alleen opnieuw kunnen kennismaken met de onvoorwaardelijke behulpzaamheid van liefdevolle mensen, maar ook met de slogan: een gewaarschuwd mens telt voor twee. Een fietshelm is gewoon een lelijk ding, onpraktisch ook, want waar laat je zo’n ding steeds, maar onontbeerlijk. Als ik écht pech had gehad, dan had ik deze tekst nooit meer kunnen schrijven. Oftewel, ik ben om.
