In deze rubriek staan inwoners van onze gemeente stil bij hun verleden, praten ze hardop over het heden en mijmeren zij over de toekomst. Dit keer zijn we welkom in Drunen, om precies te zijn bij Niek Scholts (1957). In deze tijd van dreigende oorlogssituaties pleit hij als reservist buitendienst voor een sterk leger.
Door Henk Poelakker
Verleden
Niek groeide op in Rotterdam-Hoogvliet in een onderwijsgezin. Zijn vader was hoofd der school, zijn moeder gaf les in de creatieve vakken en zijn zus zou later een gelouterd zwemjuf worden. Logisch dat hij als jochie droomde van een baan in het onderwijs. Vader Scholts kreeg de kans om te leren voor onderwijzer. Dat was rond de Tweede Wereldoorlog in een arbeidersgezin nauwelijks mogelijk. Scholts senior was niet alleen trots op zijn eigen carrière maar zeker ook op die van zijn zoon. Niek volgde de Pedagogische Academie en kreeg uitstel voor de dienstplicht om zijn studie netjes af te ronden. Zodra hij het felbegeerde diploma had, riep Defensie hem op om de wapenrok aan te trekken. Mede dankzij zijn HBO-diploma klom hij in het leger al snel op tot een officiersrang. Daar leerde hij wat leidinggeven betekende, kreeg hij te maken met tactisch en strategisch handelen, was hij verantwoordelijk voor een peloton van zo’n dertig man. Het was de tijd van de Koude Oorlog, de tijd dat we voorbereid moesten zijn op een grote aanval vanuit het Oosten. Er is in vijftig jaar nauwelijks iets veranderd want ook nu moeten we oppassen voor Rusland. Na zijn diensttijd stond Niek enkele jaren stand-by voor Defensie. Mochten de Russen komen, dan moest hij subiet de klas alleen laten, thuis zijn uitrusting ophalen en zich melden op een aangewezen kazerne. Niek was gegrepen door het leger, besefte dat een sterke krijgsmacht van cruciaal belang was (en is) voor een veilig Nederland. Na zijn mobilisabele tijd werd hij reserve-officier.
Nog altijd trots op zijn uniform (privéfoto)
Heden
Niek vertelt: “Anno 2026 is een sterk leger meer nodig dan ooit tevoren. De taak als reservist pakte ik heel serieus op. Hield mijn lichamelijke conditie op peil alsmede mijn schietvaardigheid. De gedachte was en is: mocht er morgen een aanval door Rusland worden ingezet dan zullen duizenden beroepsmilitairen in actie komen. Zij vangen de eerste klappen op. De leeggevallen plaatsen zullen dan opgevuld worden door reservisten. Even een paar getallen: we hebben in Nederland zo’n 30.000 beroepsmilitairen en ongeveer 50.000 reservisten. De politiek ziet graag dat het totale aantal ergens op 120.000 uitkomt. Waarom ik reservist ben geworden? Om ons mooie land te dienen. Er zit ook iets avontuurlijks in, bovendien leer je ontzettend veel in het leger. Je doet ervaringen op die je in de burgermaatschappij nooit zult meemaken. Je leert om stevig in je schoenen te staan en het geeft een kick als je klaar staat voor de goede zaak. Trots ben ik op mijn tijd als reservist en op mijn Regiment. Trots is helaas niet meer het woord dat ik veel hoor. Toen ik zelf voor de klas stond en later directeur van scholen werd, miste ik bij veel collega’s die zo belangrijke trots op jouw school, op jouw leerlingen, op jouw dorp of stad.” Niek vertelt over de mannen en vrouwen die uitgezonden zijn naar oorlogsgebieden. “Voor deze veteranen staat er een professioneel begeleidingsteam klaar als je trauma’s meegemaakt hebt in bijvoorbeeld Afghanistan. We mogen trots zijn hoe we in ons land omgaan met onze veteranen.”
Toekomst
Over de dag van morgen is in deze tijd van oorlogsdreiging nauwelijks iets concreets te zeggen. “Ik verwacht, nu die dreiging steeds groter wordt, dat er zich meer en meer reservisten zullen gaan melden. Een goede zaak. Gelukkig is ook het bedrijfsleven meer en meer geïnteresseerd in alles wat Defensie nodig heeft. Samenwerking op het gebied van innovatie, ontwikkelen en creatief denken is in mijn ogen goed voor alle partijen. Jammer is dat we in ons land haast geen defensie-industrie meer kennen. Ooit maakten we zelf vliegtuigen (Fokker) en bouwden we pantservoertuigen in eigen land (DAF). Bezuinigingen en wegkijken van de werkelijkheid hebben geleid tot een leger dat acuut achterstallig onderhoud nodig heeft. Als de politiek in staat is om burgers te overtuigen van de gevaren en daarmee de noodzaak van een sterk en modern leger, komt het goed. Persoonlijk geloof ik minder in vechten en meer in dreigen. Afschrikken is het meest veilige en ook effectieve wapen.”
Marathon
Over mijn privéleven: “Ik ben getrouwd met Annemarie en samen zijn we verantwoordelijk voor een dochter (woont in het verre Australië ) en een zoon (woont in Nederland). We zijn trotse grootouders van onze kleinkinderen. Ik ben een gepassioneerd hardloper. Drie keer in de week trek ik erop uit. Op diverse plaatsen heb ik de marathon gelopen.”
