In deze rubriek staan markante inwoners van onze gemeente stil bij hun verleden, praten ze hardop over het heden en mijmeren zij over de toekomst. Dit keer Henk Blinksma (1948) uit Vlijmen die in 2021 een koninklijke onderscheiding kreeg.

Door Henk Poelakker

Verleden

“Ik ben geboren in Rotterdam maar vanwege het werk van mijn vader, verhuisde ik op 13-jarige leeftijd naar Limburg. Drie jaar later gingen we in Vlijmen wonen. Redelijk kort daarna verhuisden we opnieuw, nu naar het dorpje Nederhemert-Zuid tegenover de vesting van Heusden. In de volksmond wordt deze plaats ’t Eiland genoemd. Mijn vader werkte daar op de scheepswerf van de Eista (= Eilands Staal).” Henk is dan 18 jaar en vindt werk bij autobedrijf Pullens in Vlijmen. Zijn één jaar oudere broer Fred houdt erg van muziek, speelt in een band en is artistiek aangelegd. “Eenmaal op ’t Eiland werd ik lid van voetbalclub Wilhelmina ‘26 in Wijk en Aalburg waar ik tot op de dag van vandaag graag kom. Daar heb ik niet alleen 17 jaar in het eerste elftal gespeeld maar ook talloze klussen als vrijwilliger uitgevoerd. Halverwege de jaren zestig kreeg ik verkering met Carla uit Vlijmen. Henkie moest versneld trouwen en in ons huis te Oudheusden werden wij verblijd met een prachtige tweeling: Edwin en Karin. Inmiddels zijn we opa en oma van vier mooie kleinkinderen.” Henk werkte in zijn arbeidzaam leven bij verschillende bedrijven onder andere in de installatietechniek. In 1985 begon hij aan een heel nieuw avontuur. Hij werd bedrijfsleider van een sporthal in Aalst. Mensen aansturen, bijspringen achter de bar, het kunstgras ‘gezond’ houden, horeca, entertainer zijn. Na drie jaar liet hij de sporthal achter zich en startte hij met vriend Gijs een eigen bedrijf op het gebied van interieurbouw in kassen. Tot zijn pre-pensioen werkte hij door. Thuis zitten bleek aan Henk niet besteed. “Bij het bedrijf Cepu in Vlijmen heb ik tot mijn 75e nog twee dagen per week gewerkt. Mooie tijd.”

Heden

Helaas laat de gezondheid van Henk hem wat in de steek. Eiste dat vele werk dan toch zijn tol? Feit is dat hem een hartinfarct, dicht geslibde aderen en stents ten deel vielen. “Thans kijk ik graag naar de televisie onder andere naar sport. Tweemaal per week ga ik naar de sportschool van onze schoonzoon. Ooit waren we echte vakantieliefhebbers maar dat zit er niet meer in. De zaterdagen zijn voor mijn club Wilhelmina ’26 waar ik jaren geleden een zangkoor oprichtte onder de naam De Ebbezingers. Voetballen en zingen: mijn twee hobby’s. Dat zingen heb ik zelfs een tijdje professioneel aangepakt samen met mijn maatje Ton Krijnen onder de naam De Borrelnoten. Terugkijkend stond ik voor Wilhelmina ‘26 mede aan de wieg van de jaarlijkse feestweek, een groots evenement. Ook voor het vele vrijwilligerswerk voor het Vlijmense carnaval heeft de Koning mij willen eren met een koninklijke onderscheiding en daar ben ik trots op en dankbaar voor. Prins Carnaval heeft een heel gevolg om zich heen en één van zijn assistenten is de Vlijmense Burgemeester. Die rol mocht ik tien jaar ten uitvoer brengen onder mijn schuilnaam Hendrik d’n Borre. Geweldige tijd! Carnaval is veel meer dan alleen leut en gezelligheid. De Prins en zijn gevolg bezoeken bijvoorbeeld bejaarden en zieken. Nu ik als Burgemeester gestopt ben, betekent dat niet dat ik het carnaval niet meer omarm. Graag bezoek ik de optocht en natuurlijk de Boerenbruiloft.”

Henk woont samen met Carla in een prachtig appartement waar het gezellig ingericht is, compleet met een heuse jukebox. Henk: “Gelukkig hoeven we hier geen trappen op en af. Op een zonnige dag pak ik nog graag de motor van onze dochter voor een ritje door de polder of over de dijken.”

Toekomst

“Uiteraard denk ik nu anders over de toekomst dan toen ik twintig was. Het onbezorgde van toen heeft plaats gemaakt voor zorgelijke gedachten. Als je om je heen kijkt en ziet hoe mensen van elkaar kunnen vervreemden dan vind ik dat heel jammer. Wat laten wij na aan onze kinderen en kleinkinderen nu we dagelijks opgeschrikt worden door geweld? De ander in zijn waarde laten is spijtig genoeg ver te zoeken. Te vaak zie ik dat we de ander niets gunnen en alleen aan onze eigen welvaart denken. Te veel politici zijn onervaren, hebben niet het juiste niveau om een gemeente, de provincie of zelfs het land te besturen. Ga ik nog stemmen? Zolang mijn vertrouwen weg is, zien ze mij niet meer in het stemhokje. Belangrijk onderdeel van het leven is plezier en als dat wegvalt en ik niet meer op mijn benen kan staan, mag voor mij het licht uit. Eerst maar op naar mijn 80e verjaardag, wie weet wat er nog in het leven zit. Wat daarna komt? Ik denk niet veel meer dan een zwart gat."