Wie Heusden-vesting bezoekt kan en mag niet om het verleden heen. Wie geluk heeft kan een ‘trotse echte Heusdenaar’ tegenkomen. Gloedvol halen zij met een nostalgische knipoog en met weemoed hun verhalen over vroeger op. Dat geldt in ieder geval voor Gijs Bouman en Broer Bax.

Tekst: Hans van den Eeden

“De Heusdense agrarische cultuur behoorde tot begin van de jaren zestig tot de vanzelfsprekende sfeer van Heusden.” Dit is de ervaring van Gijs Bouwman.

Hij herinnert zich tal van markante boeren nog goed. Net als andere boeren brachten ze hun melk naar de Boter- en Melkfabriek Isidoris in Herpt. Een alternatief was de Verenigde Zuivelfabriek. Het conservenbedrijf, het latere Jonker Fris, was naast scheepswerf De Haan en Oerlemans een van de economische steunpilaren. Bouman weet nog goed, dat in de jaren vijftig de melk met paard en wagen bij de Heusdense stadsboeren werd opgehaald. De melk werd aan het ‘bordes’ op de Maasdijk gelost. Bijzonder was de stadsomroeper Jan van Dijk . Hij toog met klinkende bekkens te voet door Heusden. Van Dijk kondigde de activiteiten en het nieuws van de vesting aan. Een voorbeeld: “Als het vlees van een verongelukte koe of paard moest worden verkocht werd de stadsomroeper ingeschakeld. Op een gegeven moment was stadsomroeper Van Dijk zijn huissleutels kwijt. Luidkeels riep hij door de vesting, dat hij zijn sleutels was verloren.” Als alternatief zou met een Roomse glimlach de Heilige Antonius, de ‘beschermheilige van verloren voorwerpen’ aangeroepen kunnen worden.

Blauwe tegels

Voor Broer Bax zit Heusden volledig in zijn DNA. Hij vertrok met tranen in zijn ogen uit de vesting. Vanuit zijn woonplaats Hoorn is hij bijna dagelijks met ‘zijn Heusden’ bezig. Dit beeld wordt bevestigd door drie boeken, die hij over zijn ervaringen in de vesting schreef. ‘Broer’ heet eigenlijk Arie, maar iedereen kent hem zo. Broer Bax blijkt een man van zowel de buitenwereld als de binnenwereld. Hij werkte onder andere bij de afdeling narcotica en zedendelicten van de Amsterdamse Politie. De geboren en getogen Heusdenaar Gijs Bouman was tot zijn pensioen werkzaam in het technisch onderwijs.

Als het mogelijk is is Bax in Heusden te vinden en loopt dan vaak langs zijn geboortehuis Engstraat 14, thans kunsthandel Het Blaauw Laaken. “Ik ben er enkele dagen voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geboren. We hadden thuis een kruidenierszaak. De Engstraat was toen bestraat met geglazuurde blauwe tegels. Bij de restauratie zijn deze tegels helaas op het Stadhuisplein gelegd Na de Tweede Wereldoorlog was Heusden verpauperd. De meeste mensen hadden veel moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Wij woonden met ons gezin in de Engstraat. We hadden een kraantje, het toilet was buiten en van een douche was geen sprake. We gingen net in een teil in bad. Dat was het algemene eenvoudige beeld. Iedereen kende elkaar en de betrokkenheid en sociale controle was groot.

Respectvol

We zijn beiden protestants en gingen daarom naar de gemengde Openbare School. De katholieken hadden zowel een jongens- als een meisjesschool. De verhouding tussen de religies was uitstekend en respectvol. En dat is altijd zo gebleven”.

Bax herinnert eraan, dat Heusden na de Tweede Wereldoorlog een regionale functie voor met name het Land van Heusden en Altena had. Het resultaat was, dat de vesting een grote variatie aan winkels had. Zowel Bax als Bouman begonnen hun loopbaan op scheepswerf De Haan Oerlemans. “Om twaalf uur stoof iedereen op de fiets voor de warme maaltijd naar huis “.

Over de stadhuisramp: Bax: “Omdat mijn ouders de kelder van het stadhuis niet vertrouwden schuilden we in een kelder in de Ridderstraat. Dat heeft mijn leven gered. Ondanks dat Heusden was bevrijd kwam de vesting in een frontlinie te liggen.” Bax vertelt, dat het gezin naar Elshout evacueerde. Bij terugkomst waren de huizen ernstig beschadigd. “Als kind leerden we zwemmen in het Oude Maasje. Sommigen daagden, als kwajongensstreek, schippers op de Bergsche Maas uit en klommen op hun aken. Dit om zich daarna met de stroom mee terug te laten voeren. “Als een schipper dat in de gaten had kwam hij met een prikhaak achter je aan.” Door de restauratie is de hele vesting prachtig veranderd. Ik ben blij dat ik hier mijn jeugd heb doorgebracht.” Het zijn herinneringen die zowel Gijs als Broer blijven koesteren.