In deze rubriek 'Verleden, heden, toekomst' staan inwoners van onze gemeente stil bij hun verleden, praten ze hardop over het heden en mijmeren zij over de toekomst. Dit keer Gerlanda Vugts-Heijmans (1963) uit Oudheusden. Zij groeide op in een gezin waar de kermis een grote rol speelde. In een openhartig gesprek neemt ze ons mee naar lang geleden.
Door Henk Poelakker
Verleden
Op een warme zomeravond vertelt Gerlanda dat ze opgroeide in de Putterstraat nummer 25 in de vesting van Heusden. Ze was enig kind. In haar nabijheid woonden zowel haar ouders, oma en oom en tante. Met z’n zessen vormden ze een kleine doch hechte familie. “Ik bezocht de katholieke meisjesschool. Achter ons huis was een flinke ruimte die vooral gebruikt werd voor de opslag van lompen, metalen en papier. Mensen brachten hun vodden, oud ijzer, papier en ontvingen daarvoor een vergoeding. Een grote leverancier was Jonker Fris. Papier in overvloed en ook hadden ze veel afval van de duizenden blikken. Toen het economisch minder goed ging, kwam vader op het pad van een draaimolen. Velen kenden hem als Piet de Muk. Hij was een slimme handelsman en kocht en verkocht van alles en nog wat: kerstbomen, panty’s, antiek, oliebollen enz. Op een goeie dag kwam hij thuis en zei tegen mijn moeder dat hij een draaimolen had gekocht. Ze reageerde koeltjes want dacht aan een speelgoed draaimolen maar begreep al snel dat het vader menens was. Hij had een heuse draaimolen gekocht compleet met paarden, mini-motoren enz. Niet veel later stonden we op onze eerste kermis en dat was in Weesp. Tien jaar was ik toen. Ik was uiteraard leerplichtig en met de school werden goede afspraken gemaakt. Huiswerk voor de hele week en zodra we weer in Oudheusden waren, zou de meester het werk nakijken en weer nieuw huiswerk meegeven. Helaas liep het anders. Om onduidelijke redenen stopte de school met huiswerk en kreeg ik te horen dat men geen tijd meer wilde steken in dat kermiskind.”
Moeder en dochter in de oliebollenkraam. (privéfoto)
Kermis
Gerlanda wordt er stil van. Afgewezen worden is voor een kind een dramatisch iets. Hoe ging het verder? “Ik reisde met mijn ouders van kermis naar kermis. We woonden een jaar in een caravan en daarna in een uitschuifbare woonwagen van 12 meter. Mijn leven bestond uit huiswerk maken, meehelpen bij de draaimolen en toen we ook een suikerspin en popcornkraampje kregen, moest ik ook daar invallen als mijn moeder eten ging koken. Voortaan bezocht ik de openbare school in Heusden waar ik prima werd opgevangen. En omdat veel kermissen in de zomermaanden werden gehouden, zat er voor ons geen vakantie in. Soms bezocht ik een paar dagen een plaatselijke school en maakte dan snel vriendjes. De wereld van de kermis heeft een grote aantrekkingskracht op kinderen en velen hoopten via mij een gratis kaartje voor de draaimolen te bemachtigen. Na de lagere school ben ik naar de LEAO in Den Bosch gegaan. Meereizen met de kermis lukte naar mate ik ouder werd niet altijd meer; ik bleef dan bij familie. Maar hoe goed ze ook voor mij waren, het liefste was ik bij mijn ouders. Als halve jongen hielp ik graag mee met opbouwen, kaartjes ophalen enz."
Heden
Na de kappersopleiding wilde Gerlanda graag als zelfstandig kapster aan de slag. Op de kermis in Diessen (onder de rook van Tilburg) leerde ze Roel kennen, een slagerszoon uit het dorp. De vonk sloeg over en na een aantal jaren verkering trouwde Gerlanda op 19-jarige leeftijd. Het stel kreeg één zoon: Stefan, die inmiddels de slagerij van zijn vader heeft overgenomen. Kapster Gerlanda zocht en vond een pand in Diessen waar ze én kon wonen én een kapsalon in kon beginnen. Inmiddels is de kapperszaak verkocht en wonen Roel en Gerlanda al weer enkele jaren in Oudheusden. Helaas werd haar man twee jaar geleden getroffen door de ziekte van Wegener, een zeer zeldzame immuunziekte. Ook past ze met enige regelmaat op de vier kleinkinderen (11, 8, 6 en 3 jaar oud). Voorts tuiniert ze graag, sport ze regelmatig, houdt ze van schilderen en tekenen, zit ze met plezier achter haar naaimachine enz. “Het voelt zo oneerlijk. We hebben allebei altijd keihard gewerkt en dan nu deze ziekte. Vorig jaar zijn we maar liefst 49 keer in het ziekenhuis geweest. Dat zegt wel genoeg toch?”
Een onvervalst kermispaard. (privéfoto)
Toekomst
Als je zoals Gerlanda en Roel te maken hebt met flink wat beperkingen door ziekte, voelt de toekomst zeer breekbaar en kwetsbaar. “Onze toekomst is onvoorspelbaar. Ondanks dat we gezond leven en op tijd rust nemen, is het verdraaid lastig om goed om te gaan met het ziekzijn. Behalve die heel persoonlijke zorgen, zeggen we vaak tegen elkaar: waar moet het heen met ons land. De verloedering, ook in ons eigen dorp, slaat toe. Wat laten we na aan onze kleinkinderen? Is er nog respect voor de ander? De criminaliteit rukt op. Wie voelt zich nog veilig? Zelfs in je eigen huis ben je kwetsbaar. Wat gelukkig leuk blijft, is de kermis.” Over Heusden zegt ze: “Van mij mogen de botsauto’s op de Heusdense kermis terugkeren, die horen toch bij een echte kermis?!”
