Wie de vesting van Heusden nadert, kan niet om de schoorsteen heen die ooit bij de conservenfabriek hoorde. In 2008 sloot deze fabriek (na bijna 100 jaar) zijn deuren. Machines vielen stil, de aan- en afrijdende vrachtwagens met groente en fruit behoorden plotseling tot het verleden. Veel werknemers gingen een onzekere toekomst tegemoet. Met het boek De Jonker Fris Ingeblikt in de hand maken we een reis naar het verleden.

Door Henk Poelakker (met dank aan Bert Kops)

Werken op Hemelvaartsdag

Jonker Fris was een grote werkgever in het Heusdense. De harde werkers in de fabriek vormden het hart van het bedrijf, zij zorgden dat banden rolden en de machines draaiden. In de beginjaren werd er vooral gewerkt in het oogstseizoen. Later werd er dag en nacht gewerkt en ontstond een continubedrijf in groenten (en fruit) in blik. Zelfs op Hemelvaartsdag werd er doorgewerkt, gelukkig met instemming van meneer pastoor. Ooit werkte meer dan 80% van de beschikbare Heusdense arbeidskrachten bij het bedrijf, later aangevuld met mannen uit Turkije en Marokko en tevens vrouwen uit vooral België en Joegoslavië. Grote vraag was: waar moeten al die mensen wonen? Heusden kende een groot tekort aan woningen. De in 1962 opgerichte woningbouwvereniging (Woningstichting Heusden) liet huizen bouwen, ook voor die andere grote werkgever: scheepswerf Verolme.

Uitsmijter

Gerrit Klaren (Ammerzoden) vertelt in het genoemde boek over een dagje Amsterdam. Hij ging met collega Roel Treffers uit Wijk en Aalburg naar de RAI om zich te oriënteren op een nieuwe verpakkingsmachine. Tussen de middag besloten zij een cafetaria te bezoeken waar zij ieder een heerlijke uitsmijter verorberden. Kosten: één gulden en vijf cent. Op de terugreis kreeg Roel buikpijn. Niet van het lekkere eten maar door zijn ongerustheid. Hoe konden zij aan hun baas verantwoorden dat zij 2,10 hadden uitgegeven, een kapitaal?

Werknemer aan het woord

Theo Scheij (1938), woonachtig in Drunen, vertelt dat hij maar liefst 40 jaar bij Jonker Fris heeft gewerkt, van 1958 tot 1998. “Dankzij de VUT-regeling kon ik stoppen met werken. Alle veranderingen en overnames hebben de laatste jaren mijn arbeidsvreugde niet bepaald bevorderd. De tijd van het ‘goeie oude familiebedrijf’ was voorbij. Ooit begon ik met een salaris van 150 gulden, omgerekend ongeveer 70 euro, per maand op de afdeling loonadministratie waar ook Sientje Buijs werkte. Op personeelszaken groeide ik door met mannen als Jan Spierings, Ruud Heersping en Hans Slagmolen. Begin jaren ’60 hadden we zo’n 75 man vast personeel. In de zomermaanden groeide dat aantal enorm met seizoenwerkers uit de regio en vaak ook van ver daarbuiten. Bijna alle scholieren uit Heusden hebben voor korte- of langere tijd vakantiewerk bij Jonker Fris verricht. In de jaren zestig heb ik een triest dieptepunt meegemaakt. Een personeelslid uit België raakte dodelijk gewond tijdens het vervoer. Zoiets vergeet je niet. Tot slot wil ik zeggen dat het thans heel jammer is om het terrein zo verloederd te zien. Dat heb ik ook tegen onze burgemeester gezegd toen zij op huisbezoek kwam ter gelegenheid van ons 60-jarig huwelijk."