Door Bert Meijs
De ondergang van het kasteel van Drunen (1794-1795): oorlog, plundering en natuurgeweld
In het najaar van 1794 begon de tragische ondergang van het kasteel van Drunen. Het was in die tijd bewoond door Johan Kuffeler, die het kasteel en de nabijgelegen eendenkooi huurde van de Heer van Drunen. Door het wangedrag van Franse soldaten, die zich als bezetters gedroegen, zag Kuffeler zich genoodzaakt het kasteel te verlaten en zijn toevlucht elders te zoeken. Hij kon daarbij slechts een deel van zijn bezittingen in veiligheid brengen. De rest werd geplunderd of ging in vlammen op.
De Drie Wielen (rechtsboven en het Herpts Veld of Herpts Ven(daaronder) den de Eendenkooi (links) op een kadastrale kaart van ca 1825 (kaartencoll. BHIC) In het Herpts Ven werd gedurende vele jaren door de inwoners van Herpt turf gestoken
Franse bezetting en verwoesting
Na Kuffelers vertrek werd het kasteel bezet door Franse troepen, die het gebouw gebruikten als militair hospitaal. Tijdens de strenge winter van 1794-1795 brandden de soldaten al het houtwerk in het neerhuis (het poortgebouw) op om zich te verwarmen. Ook de omliggende bossen werden vrijwel volledig gekapt: ruim 1.700 bomen en ander brandbaar materiaal gingen verloren. In één week tijd ontstonden vier branden in het kasteel, wat uiteindelijk leidde tot de totale vernietiging ervan. Alles wat zich in het gebouw bevond, inclusief de waardevolle bibliotheek van Kuffeler, werd verwoest.
Kuffeler wist enkele boeken en beschadigde meubelstukken tijdelijk in veiligheid te brengen, maar deze gingen uiteindelijk ook verloren bij de definitieve brand in het voorjaar van 1795. In 1798 vroeg hij bij de Bataafse Republiek om schadevergoeding. Een officieel schaderapport bevestigde de omvang van de vernielingen.
Militaire chaos en burgerlijke machteloosheid
Na het vertrek van de Fransen arriveerde het artilleriepark van generaal Osten met zo'n 500 paarden. Gelukkig vertrok een groot deel naar Gorinchem, maar toch bleven er zo’n 200 paarden en 25 kanonniers achter, die in Drunen moesten overwinteren. Deze militairen namen onder dwang hun intrek in woningen, vaak zonder toestemming van de lokale autoriteiten. De commandant Aubert, bijvoorbeeld, wilde zonder inkwartieringsbewijs het huis van Kuffeler binnendringen. Toen Kuffeler zich verzette en het gebrek aan gezag aan de kaak stelde, bleek dat het gemeentebestuur zijn greep op de situatie al vrijwel kwijt was. Militairen namen voortaan zelf de beslissing waar zij zich huisvestten.
Dijkdoorbraak
IJzige winter en dreigende overstromingen
Alsof de oorlog nog niet genoeg ellende had gebracht, kreeg Drunen ook te maken met extreem natuurgeweld. De winter van 1794-1795 was uitzonderlijk streng en leidde tot massale overstromingen. Van Gelderland tot Geertruidenberg en van Drunen tot Gorinchem lag het land onder een dikke ijslaag. De grote rivieren – Rijn, Maas en Waal – waren bevroren en zelfs zware artillerie kon erover worden verplaatst. Maar toen het dooide en een felle oostenstorm opstak, braken overal dijken en liepen hele gebieden onder water.
Op zondag 15 februari 1795 werd in Drunen symbolisch een vrijheidsboom geplant, terwijl de alarmklokken luidden vanwege een dreigende doorbraak bij de eendenkooi. Met mest, hout en vlechtwerk probeerde men wanhopig het gat in de dijk te dichten. Dinsdags daarop, op 17 februari, werd de situatie kritiek. De storm woei in volle hevigheid en het waterpeil steeg gevaarlijk. IJsbergen en golven sloegen over de dijken, werkmateriaal werd weggespoeld en arbeiders werden letterlijk van de dijk geslagen.
Zelf ging Kuffeler nog naar de bedreigde eendenkooi. Bij aankomst sloegen de golven hem tot aan het middel nat, en kort daarna waren zijn kleren bevroren. De nood was compleet, de schade onvoorstelbaar.
Slotopmerking
De gebeurtenissen rond het kasteel van Drunen vormen een schrijnend voorbeeld van hoe oorlog, bezetting en natuurgeweld samenkomen in een tijd van politieke en maatschappelijke instabiliteit. De persoonlijke verslagen van Johan Kuffeler geven een indringend beeld van het lijden en de wanhoop van burgers die machteloos toekijken hoe hun wereld vergaat.
