Door Bert Meijs

Op 14 mei 1906 kwam ik weer in Vlijmen. Er komt hoe langer hoe meer wrijving in de gemeente; bij de laatste raadsverkiezing werd een zeer verdienstelijk raadslid Mommersteeg genaamd (een andere Mommersteeg dan het bekende oud Statenlid) uitgeworpen en vervangen door een zekeren Van Stokkum, een halve architect. Van Stokkum schijnt veel oppositie te voeren in de Raad. Hij kwam bij mij op audiëntie om te vragen of, wanneer hij in de raad voorstelde om eene bouwcommissie te benoemen, de Raad daartoe kan besluiten. Ik liet hem zo wijs als hij was en zei hem dat B en W de aangewezen personen waren - vooral in kleine gemeenten als Vlijmen - om de Raad voor te lichten; bouwcommissies had men niet nodig.

Patronaat met school aan de Wilhelminastraat (Achterstraat) te Vlijmen, 1910.  (Foto: Salha)

Patronaat met school aan de Wilhelminastraat (Achterstraat) te Vlijmen, 1910. (Foto: Salha)

Scholen en verpleging

Er is in Vlijmen een nieuwe bijzondere jongensschool gekomen van de fraters uit Tilburg. De gebouwen staan een eind weegs van de openbare straat, recht tegenover het Gemeentehuis; het ziet er zeer groot en ruim uit. Naar men vermoedde, was alles door de familie Mommersteeg betaald. Aan de gemeente had men een subsidie gevraagd, maar deze was geweigerd. De fraters begonnen met een klas, nl. de jongens die van de bewaarschool kwamen. Nu zijn er twee klassen. Over vier jaren zal de openbare school dus leeggepompt zijn, en niet mee dan 15 à 20 kinderen hebben.

Aan de Haarsteeg (aan de kant van Vlijmen) komt ook weer eene bijzondere lagere school, in een liefdehuis, dat gesticht wordt door de zusters van Schijndel; ten behoeve van haar bewaarschool zal de gemeente vermoedelijk een subsidie geven, in de vorm van eene jaarlijkse bijdrage.

In de bouw van het liefdehuis te Vlijmen gaf de gemeente destijs een subsidie van ƒ 10.000.- onder voorwaarde, dat daar zes armen zouden verpleegd worden tegen ƒ 60,- per jaar. De gemeente stichtte bovendien een gebouw tot verpleging van besmettelijke zieken, naast het liefdehuis. Het gebouw dat aan de gemeente behoort, is in gebruik bij de zusters van het liefdehuis, onder voorwaarde dat als er besmettelijke zieken zijn, deze door de zusters verpleegd worden; in 1905 waren er drie typhuslijders opgenomen en verzorgd.

De oude Dr. Verlinden is in 1905 overleden; de armenpraktijk wordt nu waargenomen door Dr. Weijers, en door Dr. van Gilse (een zoon van de dokter uit Waalwijk). De gemeente is in wijken verdeeld; iedere dokter heeft zijn eigen wijk. Ze krijgen ieder ƒ 600,-.

Water

Ten gevolge van de nieuwe Maasmond gaan de gronden in Vlijmen in waarde achteruit; men zal nu geen inlaatsluis te Bokhoven maken, zoals aanvankelijk het plan was, maar een dubbele inlaatsluis te Engelen in de rechteroever van de Dieze. Het ene gedeelte zal moeten dienen tot bevloeiing van het Bossche veld en het andere stuk voor bevloeiing van de polder van Engelen, de Vlijmense buitenpolder enz. Voor een te graven toeleidingskanaal, voor het afgraven van enkele hectaren grond zal nog veel geld moeten worden uitgegeven; naar het schijnt, wil het Rijk die kosten niet dragen. Om de afwatering van de Ham en Rijskampen te verbeteren wil men een sluis maken in de rechteroever van het kanaal Den Bosch-Drongelen. Het water van de Leije (de Bossche Sloot) zal dan niet te Engelen op de Dieze gebracht worden, maar op het kanaal Den Bosch-Drongelen moeten lozen. Het spreekt van zelf dat dan de Leije moet worden verdiept en dat de slagdrempel van de te bouwen sluis zeer diep zal moeten komen te liggen.

Het drinkwater laat veel te wensen over. De onderzoekingen van de gezondheidscommissie te Heusden en van de apothekers Lamers en Indemans te ‘s Bosch geven echter niet dezelfde resultaten. Vandaar dat de gemeente zich niet erg haast om in de behoefte aan goed drinkwater te voorzien.

Ondanks dat Duitsland minder groenten neemt dan vroeger is er nog steeds een zeer grote vraag naar mandjes voor Venlo; de mandenmakerijen werken daarom drukker dan ooit.

Panorama van Vlijmen met de korenmolens in de Julianastraat en op de Akker . (Foto: Salha)

Panorama van Vlijmen met de korenmolens in de Julianastraat en op de Akker . (Foto: Salha)

Klachten

Op 21 april 1910 kwam ik weer in Vlijmen. Ik kreeg eindeloze klachten te horen over de familie Mommersteeg. Alles wat deze familie doet, is eigenbaat en nog eens eigenbaat. De burgemeester stelde de Raad voor om geld beschikbaar te stellen ten behoeve van verbeteringen van de gemeentelijke bezittingen. Mommersteeg trachtte dat tegen te houden. Wanneer de gemeente goed weiland of hooiland te huur aanbiedt, zal het dito wei- en hooiland van Mommersteeg minder opbrengen, doordat er meer aanbod van goed land komt. Daarom mocht de gemeente nu niet werken en daarom mocht de gemeente de laatste 25 jaren niets doen, terwijl Mommersteeg schatten besteedde om zijn eigendom te verbeteren. Toen de Raad Mommersteeg in het ongelijk stelde en aan den burgemeester het door hem gevraagde krediet verleende, nam Mommersteeg ontslag als lid van de Raad. In de Algemene omkading is Mommersteeg baas, vooral omdat hij knoeit met de lijst van stemgerechtigde ingelanden. Daarop zouden nog de erven De Zeeuw voorkomen, die al meer dan twintig jaren dood zijn. En nog anderen, voor wie Mommersteeg stemt, waardoor hij meer stemmen zou uitbrengen dan waarop hij recht heeft. Laatste vergadering van de algemene omkading was wellicht de belangrijkste die ooit gehouden werd. Het ging over de irrigatiesluis te Engelen. Mommersteeg meende dat bestuur van Vlijmen daartegen was. Om hen van de vergadering te weren, werd in Vlijmen niet gepubliceerd, niet afgelezen dat er een vergadering zou zijn en een convocatiebiljet werd aan de burgemeester niet bezorgd. Uit de krant moest de burgemeester vernemen dat er een vergadering zou zijn, van dergelijke minne middelen bedient Mommersteeg zich.

Bij raadsverkiezingen is er veel wrijving; krachtens politieverordening zijn die dag de kroegen tot 6 uur ‘s avonds gesloten. En toch zijn er dan ‘s avonds dikwijls veel dronken mensen!

Er is geen staat van exploitatie van de gemeentelijke bezittingen; de burgemeester zal er een aanleggen, met een kaart.

Er wordt een cursus gegeven in landbouw, veeteelt en tuinbouw. Duur van de cursus twee jaren, er is veel animo voor.

Hop wordt bijna niet meer geteeld; wil niet meer groeien en bracht ook geen loonende prijzen meer op.

Vele arbeiders waren vroeger polderwerker, doordat de polder ‘s winters onder water staat, hadden ze ‘s winters meestal geen werk. Toen een jaar of vijftien geleden het mandemakersbedrijf zich in het groot ontwikkelde, werden die polderwerkers mandenmaker omdat ze zodoende ook ‘s winters werk hadden. Vroegere hadden ze veel van de gedwongen winkelnering te lijden. Nu moet dat veel beter gaan. Alleen Van Halder en Van Beurden te Haarsteeg zouden nog gedwongen winkelnering houden.

Oud archief werd door de burgemeester geordend. Uudste stukken dateren van 1780, er is niet veel bijzonders. Om goed drinkwater te krijgen heeft men geboord tot op 60 meter diepte; men is niet geslaagd. Daarna deed men niets meer. Als de fraterschool in 1911 zes klassen zal hebben, zullen er op de openbare school hoogsten vijftien kinderen overblijven.

Verbetering landerijen

Op verzoek van het gemeentebestuur kwam ik op 22 juli 1910 naar Vlijmen, ten einde de werken tot verbetering van de landerijen in ogenschouw te nemen. Bij de brugover de Bossche Sloot in de weg Den Bosch-Vlijmen wachtte B en W mij op. Met hen en met den gemeenteopzichter wandelde ik twee uur lang door het natte weiland. Men wees mij dat op sommige plaatsen de klei twee meter dik zit, terwijl op andere plaatsen hoge zanderige grond is. Men graaft het zand uit, vult daarmee kuilen en gaten en brengt daar dan een halven meter klei overheen. Het werk dat men nu onder handen heeft zou ± ƒ 600,- per ha. kosten; de grond op die manier behandeld, vermeerderde van ƒ 800,- waarde per ha. tot ƒ 2.500,- per ha. Jammer dat de Raad het grote nut van het werk niet schijnt te beseffen. Slechts met één stem meerderheid hadden B en W het geld gekregen dat voor het nu onder handen zijnde werk nodig was. Twee raadsleden, leden van de landerijencommissie, vond ik later nog op het terrein. Eén van die twee boeren was geen voorstander van de verbetering en had zelfs in de Raad gestemd tegen de lening, die daarvoor moest worden gesloten. De burgemeester stelde mij een nota ter hand omtrent de opbrengsten van het land, vroeger en nu. De cijfers zijn zeer welsprekend.