Alweer een hele tijd geleden verscheen er een uitgebreid artikel in het dagblad naar aanleiding van de renovatie van het voormalige woonhuis van Max Lips te Drunen. Daarin werd geschreven dat dit pand het oudste huis van Drunen is. Maar klopt dit wel? Iedereen die dit pand passeert ziet een mooi groot pand, maar vindt in de buitenzijde van het gebouw eigenlijk weinig historie terug. Bij een verbouwing van het pand is mogelijk de hele buitenzijde van het pand vervangen, slechts enkele oude elementen van het oorspronkelijke huis zijn waarschijnlijk bewaard gebleven. Het pand komt sowieso niet voor op zowel de gemeentelijke- als op de rijksmonumentenlijst, wat in ieder geval betekent dat de cultuurhistorisch waarde van het huis niet erg groot is.
Door Bert Meijs
Bij de eerste kadastrale opmetingen in Drunen van begin 1800 staat in een verslag het volgende: ‘In de kom van het dorp staan twee welgebouwde herenhuizen met goede boven- en beneden vertrekken. Eén is voorzien van stallingen en verdere bergplaatsen, en ligt in het midden van het dorp. Het tweede is pas nieuw gebouwd en het is wat kleiner dan het eerder genoemde huis.’ Het eerstgenoemde huis was het huis van de vroegere secretaris van Drunen, Klouwens. Dit huis is bij de bevrijding van Drunen verwoest. Het tweede huis is het zogenaamde ‘oudste huis’ van Drunen, een verbouwde voormalige pastorie, het vroegere woonhuis van Max Lips.
Het bouwdossier uit 1951, het jaar dat het pand door Max Lips ge/verbouwd is, geeft overigens over zijn bouwactiviteiten weinig informatie. Het bevat wel een tekening van de oorspronkelijke oude pastorie (met de opmeetgegevens) en een bouwtekening van het nieuwe pand.
Maar wat er precies allemaal gedaan is, is niet beschreven of terug te vinden in het dossier. Max Lips was in die tijd, voor de plaatselijke economie, de belangrijkste inwoner van Drunen en meer dan waarschijnlijk is hem destijds geen strobreed in de weg gelegd om zijn bouwplannen te kunnen realiseren. Na de tweede wereldoorlog is zijn dubieuze, zeer winstgevende, samenwerking met de Duitsers, omdat men hem vanwege zijn kennis erg hard nodig had, eveneens door de vingers gezien door de Nederlands overheid.
Bouwtekening voorgevel van het huidige pand.
Bewogen geschiedenis
De geschiedenis van het pand en zijn voorgangers kent overigens wel een bewogen geschiedenis. Volgens een eerder artikel in Weekblad Heusden zou het pand gebouwd zijn in 1612 en werd het verhuurd voor 60 gulden per jaar. Maar deze bewering is niet gebaseerd op feiten, de werkelijkheid is, zoals hierna beschreven, totaal anders.
De bestaande R.K.-pastorie werd halverwege 1600 door de protestanten in beslag genomen, net als de kerk. De pastoor vertrok noodgedwongen uit de pastorie en een dominee werd nu de bewoner van de pastorie. In 1695 wordt de pastorie verkocht aan dominee Kies. In januari 1696 wordt bericht aan rentmeester Van Slingerlandt dat de koopsom voor de pastorie nog niet is voldaan door koper Kies en het achterstallige traktement aan de dominee (Kies) moet worden uitbetaald. Er wordt in 1697 door de overheid een lijst opgesteld van pastorieën die verkocht worden. De pastorie van Drunen komt eveneens op deze lijst voor met een aankoopbedrag van 500 gulden.
Ingestort
Het gemeentebestuur van Drunen schrijft een brief aan de Raden van Staten over grote schade aan dijken, sluizen en bruggen door de grote watersnood, gevolgd door grote sterfte onder het rundvee in het jaar 1720, en tevens in maart van dat jaar het instorten van de pastorie. Door grote droogte en door vorst in september 1724 hebben de geteelde granen maar een derde deel van de normale oogst opgebracht. Men wil daarom verlaging van de belastingen. Het verzoek wordt echter afgewezen.
Herstel pastorie
In maart 1720 is door een harde storm de woning van de predikant ingestort. Men heeft 600 gulden nodig voor de noodzakelijke reparatie. Voor herstel wordt een uitgebreid bestek gemaakt en de reparatie wordt publiekelijk aanbesteed:
Bestek voor een nieuwe poort van de predikantswoning te Drunen. De aannemer moet twee nieuwe eiken palen leveren van goed en gezond Brabants eikenhout, lang twaalf en een halve voet (ca 3,75 mtr.) en tien bij tien duim vierkant (ca 26 cm), zonder spintvuur of kwasten. Op de palen moeten dekstukken van eikenhout worden aangebracht bekleed met lood en vastgezet met kleine spijkertjes. Verder moet hij twee nieuwe hekken maken, van eikenhout en verder aan de palen twee vleugels volgens de tekening (niet aanwezig). De poort en de vleugels moeten belegd worden met grenen latten. Ook moet voor de nieuwe poort onder andere het ijzeren hang- en sluitwerk van de oude poort gebruikt worden en de oude poort moet verplaatst worden naar de hof van Adriaan Olislagers. De spijkers en hengsels moeten gemaakt worden door de plaatselijk smid. De poorten moeten goed gegrond worden en daarna met olieverf rood geschilderd worden.
Een voorbeeld van een handwijzer in die jaren.
De aannemer moet ook een paal maken 13 voeten lang en dik 8 duim vierkant, te zetten aan de Kuijksestraat met vier armen voorzien van een hand, dienende als wegwijzer met daarop de teksten Den Bosch, Drunen, Waalwijk, Helvoort, Elshout en Heusden. De paal en de armen moeten gegrond worden en de paal moet rood geverfd worden. De armen wit met daarop zwarte letters. Het werk moet voor 1 juli 1750 opgeleverd worden. Door Metkaff Herwijnen (Loon op Zand) is het werk aangenomen voor de som van 54 gulden. (Op kosten van de Drunense gemeenschap wordt een handwijzer in Nieuwkuijk neergezet, waarschijnlijk omdat dit het bestuur zowel van de Drunense- als van de Nieuwkuijkse Hervormde Kerk was).
Voor de reparatie van de domineeswoning is eveneens een bestek opgesteld. Als eerste moet een plankenvloer gelegd worden van ongeveer 16 a 17 voetbreed en lang ca 18 voet. Er moeten negen ribben geleverd worden van 18 voet lang en ca 5 duimdik. De vloer moet aangesloten gelegd worden en de bovenkant moet ordentelijk geschaafd worden.
Met onder andere een oud deurkozijn moet een secreet (toilet) gemaakt worden, met onder andere een bril en de bovenkant moet afgedekt worden met planken. De vloer van de bovenkamer moet opgelapt worden
De aannemer moet ook een nieuw vonder (brug) maken en leggen over het verlaat (Loonse Vaart). Hiervoor moet onder andere van een eikenboom 63 ribben gezaagd worden, met een lengte van 2 voet en ca 18 duimbreed, en ca 8 duimdik en daarop moet een leuning gemaakt worden. De nieuwe vonder moet op de plaats van oude gelegd worden maar 1 voet hoger dan de oude vonder. Johannes van Delft heeft het werk aangenomen voor de som van 28 gulden. De aannemer moet in de ramen van het voorkamertje Frans glas zetten, een ruit boven de voordeur en vier ruiten aan de kant van de paardenstal. Verder moeten alle kozijnen, vensters en toebehoren eerst gegrond worden en daarna groen geverfd, met dezelfde kleur als de voorkamer. Het voorkamertje moet gerepareerd worden en de gaten bij de ramen aan de buitenkant moeten met stopverf gevuld worden. Verder aanwijzingen over het schilderen van onder andere de achterkeuken, de zolder, de deuren, de lijsten van de schoorsteen, de bedstee en het beschot van de trap.
