Door Bert Meijs

Wij dachten dus de Franse legers in ons uitgeputte land de hele winter te houden. In dat geval zouden wij en onze legers van armoede zijn omgekomen, maar door het ijs en de flauwe tegenstand van de Engelse en Hollandse troepen werd de weg geopend voor de Franse moed en zegepraal. Nijmegen werd ontruimd door de Engelsen, die de vliegende brug over de Waal verbrandden en de stad en het Hollandse garnizoen ten prooi gaven aan de Fransen.

In deze toestand van zaken kwamen de Fransen met hun macht te Crêvecoeur en elders, om daar met schepen een landing te beproeven op het eiland Bommel. Een zware kanonnade van enkele uren en de overtocht van een corps bij St. Andries was het enige effect van die poging van 11 december.

De Franse linie werd toen gelegd van Nijmegen op Grave enz. langs Lith, Vlijmen tot Baardwijk. Ik kreeg die dag inkwartiering van officieren voor de tijd van zes weken; daarvan had ik gedurende 1,5 week twee à vier officieren, waarna ik nog voor drie keer twee weken de oorlogscommissaris Tenaisy had met twee secretarissen en twee knechten. Zijn comptoir (kantoor) was in de grote achterkamer, zijn magazijn in de grote voorkamer en de secretarissen op de opkamer. Zijn en mijn bediende met de komende en gaande rapporteurs in de keuken, zodat ik in al die bittere kou alleen nog de kelder, de zolder en de kerk vrij had, en mijn huis bij dag en bij avond openstond en vol officieren en andere soldaten was.

kasteel Drunen ca. 1935

kasteel Drunen ca. 1935

Papieren geld

Vanwege de grote hoeveelheid werkzaamheden wisten wij nooit het vaste uur van middag- of avondmaal, veel minder nog hoeveel man wij aan tafel zouden hebben, maar doorgaans waren wij met zestien man. De Fransen hebben hun eigen brood en vlees als ze de magazijnen konden bereiken, daarom hadden wij brood in overvloed en soms genoeg vlees. Soms was er onvoldoende, maar geen militairen in de wereld zijn inschikkelijker. Een vriendelijk gezicht met een glas bier vergenoegt hen, terwijl zij altijd delen van wat ze zelf bezitten. Zij vernielden veel brandhout, maar bezorgden nat hout daarvoor in ruil. Waar geen bossen zijn, hakken zij de bomen af in de straat. Het grote bos aan het kasteel van Drunen en alle boompjes van het Heike verdwenen (in totaal werden er 1.700 bomen omgehakt). Ik maakte bezwaar over dat hout en zei aan mijn commissaris, dat ik de rentmeester van de Heer van Drunen daarvoor zou voldoen, waarop hij mij aantoonde dat de Fransen zoiets met hun bonnen betaalden aan het dorp, dat daarmee de eigenaar te betalen heeft.

Wij hadden hier het magazijn van brood, dat van Brabant kwam, van vlees, sterke dranken, zeep, zout, haver, hooi, koeien, schapen etc. Zodra zij een plaats veroveren nemen zij die nodige dingen in requisitie (in beslag) en betalen de eigenaren in papieren geld, waarna zij het nodige aan de militairen uitdelen.

Ieder dorp moet een bepaald getal paarden en vee leveren, dat rijkelijk gewaardeerd wordt en in papieren geld betaald. Maar dat papier kan nergens als betaalmiddel worden gebruikt, al zijn de rijke goederen van de geestelijken en uitgeweken edellieden en burgers in Frankrijk de waarborg van dat papier; immers volgens het besluit van de nationale Conventie, zal dat betaalmiddel na de vrede worden ingetrokken. Wat hiervan ook moge zijn of niet, Drunen leverde aldus 18 stuks beste paarden en circa 80 koeien.

Fort ST Andries

Fort ST Andries

Veroveringen

De tweede Kerstavond kwamen in de felste kou tegen de avond de bezettingen van Baardwijk in onze huizen vallen, ondanks de zevenhonderd man hier al waren ingekwartierd en sommige boeren 30 dragonders en paarden hadden. Er werden temperaturen van 27 graden onder nul vermeld. De Maas en de Waal waren dichtgevroren. Om tien uur 's avonds werd er driemaal op de trom geslagen, en onze nieuwe gasten trokken blijmoedig in de felste kou op naar de Maas om die via het ijs over te steken. Door de langdurige vorst van twee maanden, zoals er geen voorbeeld van was.

Alle rivieren en waterwerken waren begaanbaar voor het leger en de artillerie. Het voorbeeld waren. Zaltbommel en Tiel, die werden veroverd; 1.200 man veroverden Capelle en Waspik met al de werken en zij verloren slechts 15 man. Doeveren, het Overland tot bij Woudrichem valt in handen van de Fransen. Het onneembare geachte Heusden wordt van alle kanten bestormd. Het garnizoen doet een uitval door de Wijksepoort; ik ga langs Doeveren en bekijk het gevecht, dat gedurende enkele uren bestond in lang vuur geven, terwijl men van beide kanten achter de dijk en huizen stond. De Fransen waren al in de schans van Doeveren en hadden het kanon overmeesterd. De predikant was bij de belegering in allerijl vertrokken naar Heusden, hij had niets geborgen; alles werd geplunderd. De commandant bracht op mijn verzoek het overige dat in de bibliotheek was in veiligheid. De kanonnen werden gewoonlijk zo slecht vernageld, dat zij in enkele ogenblikken met een dubbele lading kruit, graszoden en een doorgaande lont hersteld konden worden. De Linie bij Breda werd veroverd, de Fransen plaatsen hun voorposten tot aan de werken van Bergen op Zoom, vanwaar langs de Maal en Waal hun linie zich uitstrekt tot Nijmegen. Eindelijk na de verovering van Venlo, dat weinig geleden had en van Maastricht dat van het bombardement veel te lijden had, viel ook Grave in hun handen. Dit stadje moest bij gebrek aan brandstoffen zich overgeven, terwijl de dappere commandant Boons, van wie de vader een geboren Zwitser was, het zolang volhield, dat er slechts twee huizen onbeschadigd bleven. Heel deze streek was in zo’n grote ellende door de Engelse plunderaars, die op al hun doortochten de inwoners beroofden, dat er voor mensen en beesten aan van alles gebrek was voor de Fransen er een voet gezet hadden. Reek was een beeld van ellende. De molenaar schatte zijn verlies op vijftien duizend gulden.

Op 3 januari rukten de Fransen op over de Waal, namen Tiel in en trokken op Kuilenburg (Culemborg) aan en kort daarna stonden zij in Utrecht, waar de opperste generaal Pichegru zijn hoofdkwartier nam.

Het Huis van Oranje begon zich marsvaardig te maken; de Prins (stadhouder Willem V) legde alle ambten neer alsook die van zijn zonen, en de hele familie ver trok via Scheveningen naar Engeland, terwijl de gecombineerde legers in het oosten onze Republiek verlieten.