Door Bert Meijs
Collega Jeannette
Cabaretier Johan Goossens (Sprang Capelle 1982) denkt in een artikel in Trouw terug aan de tijd waarin hij als zestienjarige zijn eerste baantje kreeg in het Land van Ooit, en aan de belangrijke lessen van collega Jeanette. "Om er te mogen werken moest je eerst auditie doen, ook als je werk alleen maar bestond uit friet bakken. Voor velen van ons was het een eerste baantje en ik herinner me vooral nog hoe stoer we dit simpele feit allemaal vonden, namelijk het hebben van werk. We waren amper zestien maar we hadden ineens verantwoordelijkheid, werkkleren, en zelfs een sleutelbos waar we trots mee rammelden. En ook al bestond ons pak uit een satijnen pofbroek of boljurk in pasteltinten en gaven de sleutels slechts toegang tot een frietkraam of een ijscokar, zolang je dit je ‘toko’ noemde, voelde het allemaal groots en volwassen. Ik herinner me Judith, een paniekerige vrouw van middelbare leeftijd met wie ik werkte in het pannenkoekenhuis De Baldakijn. Al klinkt pannenkoekenhuis te romantisch: het was een donkere tent, en er was nergens een kom beslag of een koekenpan te bekennen. Er stonden een vriezer en een oven, en als er een bestelling binnenkwam, klom ik in de diepvries om bevroren fabriekspannenkoeken uit het plastic te peuteren. Het gênantst vond ik het als er een portie poffertjes werd besteld. De klant stond verbijsterd te kijken als Judith in de open keuken tien keiharde poffertjes op een bakplaat kletterde, de oven op vijf zette en daarna 'eet smakelijk' zei en 'Tot Ooit!'. Eigenlijk was de enige die er wat minder strak in zat, Jeanette. Ze was gescheiden, had een rookstem, noemde ons uniform altijd 'dat apenpakje'. Ik kan me niet heugen dat ze ooit 'Tot Ooit' heeft gezegd. Ze had een enorme sarcastische humor en ze trok zich niks aan van rangen en standen. Want hoewel we voor de buitenwereld één vrolijke, gekostumeerde kluwen waren, heb ik nergens zo’n rigide hiërarchie meegemaakt als in Ooit. Daar kwam ik achter toen ik op mijn eerste werkdag per ongeluk bij de schoonmaaksters aan tafel ging zitten en die me daar bijna voor bedankten: 'Normaal praat niemand van de horeca tegen ons!' Vooral de acteurs waren bijkans heilig, ze troonden aan de grote ronde tafel in de kantine, waar ik elke ochtend Kloontje het Reuzenkind bloedchagrijnig zware shag zag roken. Jeanette was het prototype relativerende collega, waar ik in mijn latere baantjes en banen altijd meteen naar heb gezocht. Tussen neus en lippen door gaf ze me ook nog een van de beste tips ooit. 'Dat hoef je allemaal niet te doen', zei ze, toen ik een schoonmaaklijst wilde afwerken. 'Je moet gewoon een emmer pakken en flink veel chloor, en daar een beetje mee rondspetteren.' En terwijl ik alle vinkjes aankruiste, maakte zij een waterballet van chloor. En iedereen die langskwam riep: 'Oooh wat ruikt het hier schoon!'"Naast de oud-medewerkers zijn er nog veel bezoekers die fan van Ooit zijn gebleven. Paul Toxopeus bouwde het park na met
Legosteentjes.
Ridder Graniet en Sap de Aardwortel. (foto: Marieline van Wely)
Na het faillissement
Taminiau heeft de karaktereigenschap om mensen tegen zich in het harnas te jagen, iets wat hij zelf erkent. Zijn dromen moeten koste wat kost werkelijkheid worden, en als dat niet voorspoedig genoeg gaat, is 'het systeem' de aanwijsbare schuldige. Taminiau en zijn vrouw hadden best goede ideeën en plannen, die ze voor een deel wisten te realiseren. Maar deze vertalen naar een zakelijk succes is niet gelukt, vooral omdat het concept te beperkt was en de doelgroep te klein. Volgens het echtpaar is de mislukking vooral te wijten aan een ander. Maar het echtpaar had een mogelijke mislukking al ingecalculeerd, gelet op de vele Bv’s die werden opgericht.
Geen doorstart
Volgens curator Willem Berendsen is een doorstart van Het Land van Ooit daarmee van de baan. Hij is verrast door de aankoop. Volgens hem waren er vergevorderde gesprekken met een investeerder die het themapark wilde overnemen. De onderhandelingen liepen al een jaar. "De gemeente Heusden doorkruist dit hele verhaal", aldus Berendsen. De curator moet nu rekening houden met het 'meest negatieve scenario'. Hij moet kostuums en attracties van het themapark gaan veilen om de openstaande rekeningen te vereffenen. De schuld zou ongeveer 2,2 miljoen euro bedragen. Dit geldbedrag is volgens Berendsen niet het probleem voor overnamekandidaten. De moeilijkheid ligt vooral in het verwerven van de grond. Oprichter van het themapark, Marc Taminiau, wil zijn kavels niet langer verpachten maar verkopen. Volgens kadastrale gegevens rusten op het terrein hypotheken met een totaalwaarde van meer dan 10 miljoen euro.
Napoleonsoldaten. (foto: Bert Meijs)
Alles in de Ooitverkoop
Parkplanet beschrijft de faillissementsverkoop: Na het faillissement gaat de hele boedel van Land van Ooit in de verkoop. Borstharnassen, ridderhelmen, steken, pruiken, kostuums, meubilair, alles wordt in opdracht van de curator verkocht via veilinghuis Troostwijk. Duizenden potentiële kopers en nieuwsgierigen komen kijken of er nog iets op de kop te tikken valt. De 'Koningssael' staat vol met curiositeiten. Tientallen kledingrekken met honderden fantasierijke kostuums, goed voor carnaval of amateurtoneel, is de vaak gehoorde reden voor de interesse. Ook oud-Ooiters zoeken in de stellingen naar de kostuums die zij zelf hebben gedragen. De Ooitmanagers waren meesters in het bedenken van namen, in het omtoveren van niets in iets. Een roestig half in de grond gegraven schip was geen schroothoop maar een ‘UDO’ (Unexpected Digging Object), een simpel pergolastraatje werd ‘Duizend stappen’ en een aaneenschakeling van steigers en stellages heette er heel mysterieus ‘Raknest’. Bewakers houden een oogje in het zeil, want hier is, voor die liever proletarisch winkelt, veel te halen.
Opvallend is hoe erg het monumentale kasteel 'onteerd' is door de voormalige eigenaren van het Drunense pretpark. Oranje muren, blauwe plafonds met gouden sterren, roze vloeren, kermisbonte kroonluchters, het respect voor dit stukje erfgoed is ver te zoeken. De hoogtepunten van het creatieve en unieke parkconcept kunnen bekeken worden op deWall of Fame. De ere muur heeft foto’s van televisieopnamen en somt de paarden op die hier gewoond hebben, met hun eigen en hun Ooitse naam. Vomar werd Ster, Trees heette hier Troe, om over de wereldberoemde Kos met de Snor maar niet te spreken. Zelfs paarden werden hier sterren. Maar dat was ooit. Niet nu. Anna Domino 19, negentien jaar na de opening, is het gedaan met de woonplaats van de Gouverneur, Kloontje het Reuzenkind, Sap de Aardwortel, Jean d’Orange, Rondalia en De Luie Lakei. Zijn luie treintje is verkocht, net als de Ooito, de Fatboys, het kinderspringkasteel en carrousel Tiereliere. Ooit is een vervlogen droom. In totaal trok het kijkweekend in het Land van Ooit achtduizend bezoekers. De 3.400 Ooit-attributen, die via internet zijn geveild, brachten gezamenlijk 750.000 euro op. Het Amsterdamse veilinghuis Troostwijk kon 22.500 biedingen noteren, waaronder 19.000 euro voor een houten ridderfort en duizend euro voor een jurk.
