Door Bert Meijs

Bezwaren aan de kant geschoven

De bezwaren van de Milieuwerkgroep en het Comité Nieuwkuijk worden eveneens aan de kant geschoven. Volgens het college is de waarde van het gebied door achterstallig onderhoud achteruitgegaan. Met de juiste maatregelen zou die waarde juist versterkt en op peil gehouden kunnen worden.

Door een aantal partijen worden grote, al eerdergenoemde bezwaren geuit. Tegelijkertijd vindt men dat een brief van Taminiau, waarin hij aandringt op een snelle realisering van het park vanwege de financiële schade die anders ontstaat, geen enkele rol mag spelen bij de besluitvorming.

Volgens de burgemeester komt de ontsluiting van het park op het grondgebied van Drunen en valt die daarmee onder de verantwoordelijkheid van die gemeente. Wethouder Oerlemans, die tegen de plannen is, merkt op dat hij de ongerustheid begrijpt. “We hoeven niet klakkeloos ja te zeggen tegen de plannen. Ik hoop dat in de toekomst met dezelfde voortvarendheid op verzoeken van onze eigen inwoners wordt ingegaan. Er zijn brieven die er al twee jaar liggen!”

Onderzoek naar gevolgen voor het landgoed

Kort daarna wordt in de Vlijmscherper een rapport behandeld over de effecten van de veranderingen op het landgoed. Volgens de onderzoeker bezit het landgoed in relatie tot de omgeving een grote visuele kwaliteit. Het hoog opgaande loofhout geeft het geheel een imposante aanblik. Ook bezit het landgoed cultuurhistorische waarden, al kan volgens de onderzoeker niet worden gesproken van een uitzonderlijk gaaf of uniek geheel.

De aanleg van het park zal volgens hem geen ernstige afbreuk doen aan deze waarden. Uitbreiding aan de oostzijde zou echter wél grote gevolgen hebben voor de cultuurhistorische waarde. Vooral door het opwerpen van een hoge aarden wal zou het eeuwenoude, rechthoekige karakter verloren gaan. In 1981 werd een verzoek tot ontgronding van een aantal aangrenzende percelen om die reden nog afgewezen.

Op 6 december komt de AROB-commissie in een openbare vergadering bijeen om de bezwaren van het Comité Nieuwkuijk en de Milieuwerkgroep te behandelen. Anton van der Heijden van de Milieuwerkgroep zegt hierover in de Vlijmscherper: “Je krijgt tranen in je ogen als je ziet wat er nu gebeurt. Taminiau heeft alles opgeschoond, de oeverbegroeiing is weggehaald en er zijn bomen gerooid. De natuur is aan het afbrokkelen en zal uiteindelijk verdwijnen.”

De bezwaarmakers voelen zich onrechtvaardig behandeld. Volgens hen winnen de kapitaalkrachtigen het uiteindelijk altijd.

Taminiau aan het woord

Op 8 maart 1989 verschijnt in de Vlijmscherper een reportage over de voortgang van de inrichting van het park, dat op 28 april de poorten voor het publiek zal openen. Daarin komt Taminiau uitgebreid aan het woord.

De voortgang van de procedures schrijft hij vooral toe aan de goede medewerking van beide gemeenten en met name de provincie. Volgens Taminiau is zeer zorgvuldig met de bomen omgegaan en is er slechts één door een ongeluk gesneuveld.

Ook gaat hij in op het roze schilderen van het kasteel. Dat is volgens hem niet zorgvuldig genoeg gebeurd. Er is overleg geweest met Monumentenzorg en een medewerker zou hebben geadviseerd het kasteel roze te verven.

Taminiau maakt zich geen zorgen over de vraag of het park op tijd klaar zal zijn. Inmiddels is begonnen met de training van de Shire-paarden. Het park moet volgens hem geen kopie worden van andere attractieparken: de bezoeker moet het gevoel krijgen naar een ander land te gaan.

Ook wijst hij op de regionale economische uitstraling. Er is circa 11 miljoen gulden besteed en het park moet beide gemeenten meerwaarde en bekendheid opleveren. In de winter blijft het gesloten en worden de stukken voor het nieuwe seizoen ingestudeerd. Met de keuze voor een theaterpark wil Taminiau zich onderscheiden van parken met achtbanen en andere attracties. Hij verwacht 500.000 bezoekers per jaar. Bij 340.000 bezoekers ligt volgens hem het break-evenpoint.

Reuzen, soldaten en voorstellingen

In de kinderrubriek van de Vlijmscherper leggen kinderen van de Voetiusschool enige tijd later uit waarom er beelden van soldaten in het park staan. In 1795 verbleven Franse soldaten op het kasteel, dat toen als hospitaal dienstdeed. Het ging overigens niet om soldaten van Napoleon, zoals soms wordt beweerd. Napoleon kwam pas in 1799 aan de macht in Frankrijk. Zijn naam is dus ten onrechte aan deze soldaten verbonden.

Via een bruggetje komen bezoekers in het reuzenland. Met Reus Ooit kunnen maar liefst 35 kinderen tegelijk een touwtrekwedstrijd houden. Reus Dan zit thee te drinken en in de Warme Voeten van Reus Toen kunnen bezoekers op eigen kracht rondrijden. Daarnaast zijn er theatervoorstellingen met onder meer paarden en Alfred Jodocus Kwak. Ook kunnen bezoekers een tochtje maken in de Zwanenbaan.

De bouw van het park: het kasteel wordt roze

In de Vlijmscherper verschijnt eveneens een artikel over de opvallende roze kleur van het kasteel. Monumentenzorg wil dat het schilderwerk wordt aangepast om opnieuw recht te doen aan de architectuur. Het onderscheid in kleuren, zoals dat voorheen aanwezig was, moet worden teruggebracht.

De kwestie begint op 16 augustus 1988, wanneer de gemeente Vlijmen vergunning verleent voor de verbouwing van het pand aan Kasteellaan 1 in Nieuwkuijk: het kasteel. Medio november wordt Monumentenzorg er door derden op gewezen dat het kasteel lichtroze wordt geschilderd.

Uit een interne notitie van de gemeente van december blijkt dat de Welstandscommissie de situatie ter plaatse gaat bekijken. Ook heeft Monumentenzorg geïnformeerd wie toestemming heeft verleend voor het schilderen. Volgens de gemeente zou Monumentenzorg daar zelf toestemming voor hebben gegeven aan Taminiau, zonder de gemeente daarover te informeren.

Op 22 december 1988 laat de directie van Ooit weten in overleg te zijn met Monumentenzorg en bereid te zijn de nodige aanpassingen uit te voeren.

De ‘roze suikerspin’

Begin 1989 verleent de gemeente Vlijmen vergunning voor een wijziging in de verbouwing van het kasteel. Daarbij wordt nadrukkelijk opgemerkt dat het behandelen en schilderen van een deel van de buitengevels niet onder deze vergunning valt. Monumentenzorg en Welstand hebben de kwestie dan nog in behandeling.

Ook het Brabants Dagblad bericht op 5 januari 1989 over de zaak. Volgens de krant heeft Taminiau geen vergunning voor het schilderwerk. In de gemeenteraad van Vlijmen wordt zelfs gesproken over de “roze suikerspin”.

Het Welstandsdistrict Oost-Brabant laat op 18 januari weten de roze tint weinig gepast te vinden. Tegen het schilderen van het bouwwerk als geheel bestaat op zichzelf geen bezwaar, maar de gevelgeledingen en ornamenten zouden door middel van verschillende tinten beter tot uitdrukking moeten komen.

Monumentenzorg eist aanpassingen

Op 25 april 1989 schrijft Monumentenzorg aan de directie van Ooit dat in de verleende vergunningen geen toestemming is gegeven voor de schilderwerkzaamheden. Door het uitgevoerde schilderwerk is het oorspronkelijke kleurverschil tussen de muurvlakken en de vooruitspringende ornamentiek, vensters en ramen verdwenen. Juist dat onderscheid is gebruikelijk bij de architectuur van een bouwwerk als kasteel d’Oultremont.

Volgens Monumentenzorg is de monumentale waarde daarmee op onaanvaardbare wijze geweld aangedaan en kan de ontstane situatie niet worden gehandhaafd. Het voorstel om de raamomlijstingen wit te schilderen wordt gezien als een verbetering, maar is nog onvoldoende.

Monumentenzorg stelt daarom voor het kleuronderscheid tussen de muurvlakken te herstellen. Ook moeten de ingangspartij en torentjes zich qua kleur weer onderscheiden van de rest van het kasteel en moet het verschil bij de vooruitspringende ornamentiek, vensters en ramen terugkeren.

Omdat een deel van deze correcties een kostbare ingreep vormt, gaat Monumentenzorg ermee akkoord dat die werkzaamheden bij een volgende schilderbeurt worden uitgevoerd.

Tegelijkertijd wordt de gemeente Vlijmen via een afschrift van de brief op de hoogte gebracht. Monumentenzorg vraagt de gemeente bovendien om informatie over het gemeentelijk toezicht op de verbouwingswerkzaamheden aan het kasteel. De gemeente was namelijk kort na aanvang van het schilderwerk door derden geïnformeerd. Monumentenzorg zelf werd pas door omwonenden op de hoogte gebracht toen de werkzaamheden vrijwel voltooid waren. Vervolgens werd contact opgenomen met de eigenaren.

Monumentenzorg ziet het antwoord van de gemeente met belangstelling tegemoet.