In het archief van de commissaris van de koningin bevinden zeer uitgebreide rapportages van werkbezoeken van de commissaris over de periode eind 1800 en begin 1900. Deze rapportages bevatten veel detailinformatie over plaatsen uit onze omgeving die een aardig beeld geven over het wel en wee in die tijd. In onderstaande dat van Vlijmen.
Door Bert Meijs
Reeds eind 1800 was het in en rond de gemeenteraad in Vlijmen niet altijd pais en vree. Op 2 augustus 1898 bezocht ik (de commissaris dus) deze gemeente. Op de grens van Nieuwkuijk en Vlijmen vond ik een erewacht van vier ruiters, die mij naar het Vlijmense raadhuis brachten. Daar was de uitstekende Vlijmense harmonie opgesteld (bij gelegenheid van de Bossche tentoonstelling behaalden zij de eerste prijs). De harmonie wordt, naar men mij zegt, geheel betaald door het zeer gefortuneerde lid der Staten Mommersteeg, wethouder van Vlijmen; hij zou er jaarlijks ƒ 400,- aan besteden. Zij wordt geoefend door de onderkapelmeester van de Bossche Schutterij Brohm.
Woonhuis fam. Mommersteeg.
Audiëntie
Op mijn audiëntie verscheen de pastoor, een 'witheer' van de abdij te Berne (nu Heeeswijk). De predikant Reede, een oude dominee, die nog een paar jaren voor zijn pensioen moet dienen, en op deze wijze een gemakkelijke taak heeft (zijn kuddeke bestaat uit 55 zieltjes). Hij was sinds vier maanden in Vlijmen geplaatst. Notaris Tax, die blijkbaar in Vlijmen zeer tevreden is, heeft geen last van zaakwaarnemerij, omgekeerd schrijft ook nooit een adres, voor wie ook, maar zendt hen, die zulks vragen, naar den secretaris van Vlijmen. Verlinden, sinds circa veertig jaar geneesheer, de laatste 25 jaar te Vlijmen. Smit, directeur van het post-en telegraafkantoor, is reeds sinds 14 jaar te Vlijmen en wil daar maar blijven. Goossens, schoolhoofd in de kern van Vlijmen sinds negen jaren, heeft ƒ 1.200,- tractement. Gerritse, oud-burgemeester van Vlijmen, heeft als burgemeester niet kunnen volhouden, omdat hij Mommersteeg tegen zich had. Na negen jaren vechten legde hij er het bijltje bij neer. Het was tijdens zijn bestuur dat Nieuwenhuijzen als secretaris werd ontslagen omdat hij met Corman aan het licht had gebracht dat de gemeente een belangrijke geldelijke administratie had (ƒ 60.000,-), die niet in de begroting of rekening voorkwamen en dus aan het toezicht van Gedep. Staten onttrokken werden. Hij had eindelooze klachten tegen het tegenwoordige gemeentebestuur, bij welke de wil van Mommersteeg volgens zijn zeggen, wet zou zijn. Hij beklaagde zich vooral zeer, dat hem geweigerd werd wat aan het tegenover zijne woning staande liefdehuis vergund werd, nl. het afgewerkte en vuile water (uit zijn brouwerij) af te voeren in een -naar zijne mening- openbare waterleiding. Ik heb hem de raad gegeven om zich nogmaals tot de raad te wenden en zich zo noodig later bij Gedep. Staten te beklagen.
Terugloop inkomstenbron
Goossens een jonge arts, afkomstig uit Oirschot, heeft zich sinds twee maanden te Vlijmen gevestigd, in de hoop later Dr. Verlinden te kunnen opvolgen. De bierhuishouder Nicols vroeg 'vergunning'; zijn omstandigheden zullen het toestaan van zijn verzoek wel niet wettigen.
Van B. en W. hoorde ik dat Vlijmen hard achteruitgaat; de hop, eertijds de bron van grote inkomsten, werd bijna niet meer gevraagd. Door de hopcultuur was de prijs van de grond tot buitensporige hoogte opgedreven; in de goeden tijd werd tot ƒ 8.000,- per ha. besteed; (In 1881 werd vanuit Vlijmen, Nieuwkuijk, Drunen, Hedikhuizen en Elshout voor drie ton hop uitgevoerd, vooral naar Engeland, thans door Amerika van de Engelse markt verdrongen; hopcultuur is totaal teniet) nu is de beste grond niet meer dan ƒ 3.000,- geldig; na het openen van de Maasmond berekent men, dat de waarde van de grond zeker nog ƒ 500,- per ha.zal teruglopen omdat men geen water meer zal krijgen. De waterstand ‘s zomers 1.16 zal verminderen; men houdt zelfs geen water in sloten. Wel is een inlaatsluis te Bokhoven door de Regeering toegezegd; maar de aanvoerkanalen moeten de belanghebbenden zelf maken, en dat zal zoveel kosten dat ze nooit gegraven zullen worden, meent Mommersteeg.
Het Dagelijks Bestuur van Vlijmen riep mijne medewerking in, dat er nog subsidie zou worden gegeven voor de landbouwwintercursus; het onderwijs in de landbouw werd door de bewoners van Vlijmen helaas nog niet voldoende gewaardeerd; men hoopte op den duur de mensen tot beter inzicht te brengen maar daarvoor was volharden nodig.
Vlijmen heeft uitgestrekte bezittingen, die zeer beduidend geld afwerpen; in 1897 ± ƒ 17.000,-. De eigendom van die gronden kreeg Vlijmen in 1826 na een proces met de gemeente Helvoirt, krachtens een arrest van de Hoogen Raad.
Achteruitgang moreel
Op 19 juni 1902 kwam ik weer in Vlijmen. Het moreel van de Vlijmense bevolking gaat zeer achteruit; vroeger was de geringe klasse vooral polderwerker; thans helemaal niet meer, allen zijn mandenmaker geworden. De mandenmakerijen (in 1900 85 mandenmakers, in 1908 382 mandenmakers) hebben in de laatste vijf jaren een enorme vlucht genomen; werken voor export, vooral voor Engeland en voor Venlo (vruchten en groentenverzendingen naar Duitsland). De mandenmakers houden 'maandag' en werken op zaterdag tot 4 uur; in 4½ dag verdienen ze van ƒ 10,- tot ƒ 12,-. Ze drinken veel en zijn onderworpen aan gedwongen winkelnering. Hun moreel gaat achteruit: 20% gedwongen huwelijken; gemiddeld vier onwettige geboorten op 120 geboorten per jaars. Veel volk loopt zondags onder de preek de kerk uit en komt na de preek niet terug. Velen gaan zelfs heelemaal niet meer naar de kerk. De pastoor kan er niet veel aan doen.
De Raad
Harde strijd bij laatste raadsverkiezing; aftredende leden werden ten slotte herkozen. Er werd veel in kroegen gewerkt met drank. Bij de laatste statenverkiezing ging het er ook schouw aan toe; aan drank en sigaren kostte iedere stem zeker ƒ 0,40. Zijn de mensen eens lid van den Raad, dan worden ze mak. Ze voeren dn geene oppositie bijvoorbeeld tegen het Dagelijks Bestuur. De leden van de raad waren goed over de heele gemeente verdeeld: één te Haarsteeg, twee aan de Wolput (zijde Nieuwkuijk), vier in het dorp, twee langs de provinciale weg, twee aan de Melie. Weinig schoolverzuim, ook niet bij de zusters; slechts één proces verbaal was er nodig.
Tot 1818 hadden Vlijmen en Engelen steeds dezelfde burgemeester, die woonde in Engelen. Dit verklaart de oorzaak dat zich in het gemeente-archief van Engelen enkele belangrijke stukken moeten bevinden die in Vlijmen thuishoren. In Vlijmen zelf is niets, in 1746 is daar het raadhuis verbrand en daarmee het oud archief vernietigd.
Sluis Drongelens kanaal.
Hooitienden
De meeste gemeente bezittingen liggen tussen Vlijmen en Cromvoirt; het land daar kan slechts eenmaal gehooid worden: voor de hooipers in juli, voor straawsel in augustus of september. Zou men de toemaat ook willen hooien, dan zou, na enkele jaren, het land weer heide worden.
Hooiland van gemeente kan niet beweid worden, als sluis Crevecoeur gesloten wordt, dan gaat het water met de Dieze op en af. De Leye zet dan zoveel water af dat de gronden onder water gaan.
Er is ook geen vee, om de toemaat te laten beweiden. In de Vlijmense buitenpolder worden nogal eens perceelen verpacht om te hooien; de pachter kan dan de toemaat hooien of weiden, al naar verkiezing; van hen, die de toemaat weiden zijn 4/10 mensen van buiten Vlijmen. Als men het land verhuurt om het met paard te laten beweiden, dan bederft het helemaal; de paarden trappen het zo stuk en bijten het gras te kort op de grond af.
De familie de Muralt te Utrecht was vroeger heer van Vlijmen; ze heeft daar nog veel tienden in eigendom, met name een hooitiend in het Luisbroek, verpacht jaarlijks voor ƒ 500,- à ƒ 600,- een korentiend, die ze sinds het verzet van vóór zes jaren, zelf moet innen en inrijden; een krijtende tiend, die tegen eene jaarlijkche recognitie van ƒ 30,- door den polder is afgekocht. Sinds de strubbelingen van voor zes jaren, wordt een akkertiend, behorende aan een zestal eigenaren, niet meer geheven.
Geneesheer en veldwachter
Geneeskundige armenpraktijk wordt nog steeds voor ƒ 1.200,- waargenomen door Dr. Verlinden. Op eigen kosten heeft hij een vroedvrouw aangesteld, die ƒ 240,- van hem krijgt, Dr. Goossens werd inwonend geneesheer op Voorburg. In diens plaats vestigde Dr. Weijers uit Heeze zich te Vlijmen.
Men is zeer tevreeden over een jonge veldwachter, een gewezen schoenmaker uit Kaatsheuvel; men vreest dat men hem zal verliezen, omdat zijn vrouw meent dat haar man in zijn betrekking een ongeluk zal krijgen. Over de anderen veldwachter, een gepensioneerd marechaussee, is men niet zo tevreden.
