Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van de gemeenten. Van die werkbezoeken maakte hij een verslag. Dit had hij over Oudheusden te melden:
Door Bert Meijs
Een burgemeester in opspraak
In januari 1897 kwam de burgemeester van Oudheusden, Van Breugel, ernstig in opspraak. Tegen hem werd een gerechtelijk onderzoek ingesteld wegens vermeende onzedelijke handelingen met twee jonge vrouwen uit Giersbergen, die als dienstmeiden werkzaam waren bij zijn moeder. Het onderzoek leverde echter onvoldoende bewijs op. De rechter-commissaris achtte de beschuldigingen weinig aannemelijk en ook een geraadpleegde arts sprak zijn twijfel uit over de betrouwbaarheid van de verklaringen.
Hoewel de zaak juridisch werd gesloten, bleef de schade aan het aanzien van de burgemeester bestaan. Hij werd er later persoonlijk op aangesproken dat zijn prestige had geleden doordat zijn naam publiekelijk in verband was gebracht met het onderzoek.
Een feestelijke ontvangst met een gespannen ondertoon
Bij een officieel bezoek in augustus 1898 werd de provinciale bestuurder groots ontvangen. Aan de grens van Drunen en Elshout stond een erewacht te paard, de harmonie speelde en schoolkinderen zongen liederen ter ere van de aanstaande inhuldiging van koningin Wilhelmina.
Achter deze feestelijkheid ging echter een verdeelde gemeenschap schuil. Oudheusden telde rond de 900 inwoners, van wie er ongeveer 700 in het katholieke Elshout woonden en circa 200 in het overwegend protestantse Oudheusden. Deze religieuze en geografische scheiding bepaalde in hoge mate de plaatselijke verhoudingen.
Partijzucht en verdeeldheid in de gemeenteraad
Tijdens de audiëntie klaagden pastoor en kapelaan openlijk over partijschap binnen de gemeente. Oude machtsgroepen stonden tegenover elkaar, vaak bestaande uit nauw verwante families. Van de zeven raadsleden woonden er zes in Elshout, wat de onvrede in Oudheusden vergrootte.
Van Laarhoven werd genoemd als het meest capabele raadslid. Andere bestuurders maakten een minder sterke indruk, wat bijdroeg aan het gevoel dat de gemeentepolitiek meer door persoonlijke belangen dan door algemeen bestuur werd gedreven.
De veldwachter tussen wal en schip
Een centrale figuur in de spanningen was veldwachter Van Balkom. Nadat hij in ’s-Hertogenbosch had getuigd tegen de zoon van wethouder Van Loon, die later werd veroordeeld wegens een ernstig misdrijf, kon hij in Oudheusden weinig goed meer doen. Zijn salaris was laag en hij ondervond openlijke tegenwerking.
Van hogerhand werd aangedrongen op verbetering van zijn positie. Met name werd geadviseerd om een jaarlijkse gratificatie om te zetten in een structurele salarisverhoging, zodat hij niet langer afhankelijk was van gunsten.
Een zwakke burgemeester en dominante wethouders
Het dagelijks bestuur maakte geen sterke indruk. Burgemeester Van Breugel trad weinig op de voorgrond en liet het woord vaak over aan zijn naamgenoot, wethouder Van Breugel, die zich gedroeg alsof hij de feitelijke burgemeester was. De wethouder Van Loon, een welgestelde boer, sprak weinig, maar stond bekend als gierig.
De onderlinge verhoudingen waren gespannen. Scheldpartijen richting de veldwachter waren geen uitzondering, totdat daar tijdens het bezoek nadrukkelijk een halt aan werd toegeroepen.
Veranderingen in bestuur en voorzieningen
Bij latere bezoeken, in 1903 en 1906, bleek het bestuur deels vernieuwd. Nieuwe wethouders traden aan en maakten een betere indruk. Ondertussen worstelde de gemeente met praktische zaken zoals onderwijs en politie.
De oude school in Oudheusden was gesloten. Kinderen bezochten voortaan scholen in Heusden, zowel openbaar als rooms-katholiek bijzonder onderwijs. Opvallend was dat de gemeente soms schoolgeld betaalde voor bijzonder onderwijs buiten de eigen gemeente.
Groei, grondprijzen en felle verkiezingen
Elshout kende een langzame bevolkingsgroei en weinig armoede, maar kampte met ruimtegebrek. De schaarse landbouwgrond werd tegen hoge prijzen opgekocht, soms tot wel 3.500 gulden per hectare, waardoor boeren nauwelijks rendement konden behalen.
Gemeenteraadsverkiezingen verliepen fel. Partijzucht vierde hoogtij en ook de geestelijkheid mengde zich actief in de strijd, wat de spanningen verder aanwakkerde.
Een modern gemeentehuis en goed archiefbeheer
Positief was de verbouwing van het gemeentehuis. Het gebouw werd modern ingericht en voorzien van een brandvrije archiefruimte met doelmatige kasten. Het archief was keurig geordend, grotendeels dankzij de inzet van de burgemeester zelf. Dit stond in schril contrast met de gebrekkige administratie van de gemeentelijke ontvanger.
De gemeente beschikte bovendien over aanzienlijke eigendommen, waaronder landbouwgrond, die financieel van groot belang waren voor het voortbestaan van de gemeente.
Nieuwe conflicten in een veranderend dorp
In 1910 ontstonden nieuwe spanningen rond de oprichting van twee boterfabrieken: een stoomfabriek in Drunen en een kleinere fabriek in Elshout. De discussie daarover verdeelde de bevolking opnieuw. Opmerkelijk was de terugkeer van een man die eerder wegens een ernstig misdrijf was veroordeeld. Door een voorbeeldige levenswijze en vrijgevigheid wist hij zijn plaats in de gemeenschap deels te herstellen.
Een herkenbaar dorpsverhaal
De geschiedenis van Oudheusden rond 1900 toont een dorp waarin bestuur, geloof, familiebanden en persoonlijke reputaties nauw met elkaar verweven waren. Achter de officiële verslagen schuilt een herkenbaar verhaal van menselijke zwaktes, conflicten en pogingen tot herstel, een dorpsgeschiedenis die ook vandaag nog verrassend actueel aandoet.
