Aan het begin van de twintigste eeuw maakte Nieuwkuijk een periode van duidelijke veranderingen door. Bestuurlijke keuzes, sociale verhoudingen, religieus leven en economische ontwikkelingen – met name rond de hopcultuur – gaven de gemeente een dynamisch maar soms ook problematisch karakter. Verslagen uit 1906 en 1910 schetsen een scherp beeld van een dorp dat zoekt naar vooruitgang, maar ook worstelt met oude structuren.
Door Bert Meijs
Onderwijs, zorg en kerkelijk leven
Bij een bezoek in mei 1906 bleek dat belangrijke voorzieningen eindelijk van de grond kwamen. Het langverwachte liefdehuis was in aanbouw; de fundamenten lagen er al. De pastoor toonde zich zeer dankbaar voor de gemeentelijke bijdrage van 10.000 gulden. In 1906 zou ook de bewaarschool openen en starten met de verzorging van oude mannen en vrouwen. Een jaar later, in het najaar van 1907, stond de opening van een bijzondere meisjesschool gepland.
Het kerkelijk leven speelde een grote rol, maar riep ook vragen op. De Franse paters in Onsenoort leefden volgens een strenge, zij het iets mildere, variant van de Trappistenregel. Hun levenswijze maakte indruk, maar niet altijd in positieve zin. Zowel pastoor als kapelaan spraken kritisch over de geestelijke en wetenschappelijke ontwikkeling van de paters en over de slechte hygiënische omstandigheden in het klooster.
Getrudisgesticht.
Bestuur en openbare orde
Van het gemeentebestuur werd vernomen dat een nieuwe politieverordening was ingevoerd. Tijdens verkiezingen bleven herbergen gesloten, waardoor het schenken van borrels aan kiezers tot het verleden behoorde. De bestuurlijke verhoudingen waren soms nauw verweven met familiebanden: een wethouder bleek zwager van de burgemeester en zou in 1907 aftreden.
De gemeente werd ook geadviseerd om haar administratie te verbeteren. Zo werd aangedrongen op een gedetailleerd overzicht van alle gemeentelijke eigendommen, inclusief gegevens over ontginning en exploitatie. Dit bleek later van groot nut.
Gezondheid en drinkwater
De gezondheidscommissie keurde in 1906 het water van alle acht gemeentepompen af. Voordat verdere stappen werden gezet, besloot men tot aanvullend onderzoek. Ook enkele jaren later bleef de drinkwatervoorziening een punt van zorg. Het ontbreken van financiële middelen verhinderde de aanleg van betere pompen, terwijl de gezondheidscommissie nog weinig aandrong op maatregelen.
Armoede en arbeid
De algemene toestand van de armenklasse werd als redelijk beoordeeld. Toch klonken klachten, vooral onder mandenmakers die te maken hadden met gedwongen winkelnering. Later zou dit probleem verdwijnen, onder meer doordat de betrokken ondernemer naar Heusden verhuisde.
De opkomst en neergang van de hopcultuur
Van groot economisch belang was de hopteelt. Rond 1906 leverde een hectare gemiddeld 1.750 kilo hop op. De opbrengst was echter sterk afhankelijk van wisselende marktprijzen. Bij lage prijzen bleef er nauwelijks winst over, terwijl bij een gunstige prijs een behoorlijke opbrengst mogelijk was. Juist die prijsschommelingen bleken funest. Tijdelijk hoge prijzen joegen de grondprijzen op tot ver boven hun werkelijke waarde. Enkele jaren later was de hopcultuur vrijwel verdwenen; nog slechts zo’n 150 kleine boeren verbouwden hop op ongeveer twintig hectare. De economische teleurstelling werkte lang door in de gemeente.
Huize Maria (fam. Mostermans) Gemeentehuis, onderwijzerswoning met daar achter de jongensschool, daarnaast slagerij Merkx later slagerij Slegers.
Ontwikkelingen rond 1910
Bij een nieuw bezoek in april 1910 bleek dat sommige zaken waren verbeterd. Overtredingen van de leerplichtwet kwamen nauwelijks meer voor en de verpachting van gemeentelijke gronden werd voortaan via de notaris geregeld om achterstanden te voorkomen.
Grote infrastructurele werken, zoals de Maasmondverlegging en het kanaal ’s-Hertogenbosch–Drongelen, stemden het gemeentebestuur optimistisch. Ze boden perspectief op betere economische omstandigheden en mogelijke irrigatie van landbouwgronden.
Spanningen en stilstand
Toch kende Nieuwkuijk ook stilstand. Nieuwe woningbouw bleef vrijwel uit en de bevolking groeide niet. Discussies over de verharding van wegen liepen vast op gebrek aan samenwerking met buurgemeenten. Intussen bleef de situatie rond het klooster in Onsenoort onderwerp van aanhoudende kritiek, vooral vanwege de vermeende vervuiling en gezondheidsrisico’s.
Zo tonen de verslagen uit 1906 en 1910 een gemeente die balanceert tussen vooruitgang en achterstand. Nieuwkuijk stond aan het begin van een nieuwe tijd, maar droeg tegelijk de lasten van oude problemen die niet eenvoudig op te lossen waren.
