Begin twintigste eeuw bezocht de commissaris van de Koningin meerdere malen de gemeente Hedikhuizen. In zijn verslagen beschrijft hij de situatie in de dorpen Hedikhuizen en Haarsteeg, de lokale politiek en de leefomstandigheden van de inwoners. Zijn aantekeningen geven een bijzonder inkijkje in het dagelijks leven en de bestuurlijke verhoudingen van ruim een eeuw geleden.

Door Bert Meijs

Een bezoek in 1906

Tijdens een bezoek op 16 mei 1906 meldde zich slechts één persoon voor een gesprek: Maria van Krugten. Zij was de vrouw van een arbeider die uit Duitsland was teruggekeerd en vroeg of haar man werk kon krijgen bij de post, het spoor of een vergelijkbare dienst. Helaas kon aan haar verzoek geen gehoor worden gegeven.

In dezelfde periode waren er plannen voor de bouw van een nieuw liefdehuis aan de kant van Vlijmen. De gemeente had hiervoor 10.000 gulden toegezegd voor een tehuis voor oude mannen en vrouwen en een bewaarschool. De pastoor zag echter af van deze bijdrage, waardoor het plan voorlopig werd aangepast. De bouw zou zich beperken tot een bijzondere school voor meisjes. Wel bleef de gemeente jaarlijks 225 gulden bijdragen voor de bewaarschool.

Binnen de gemeente was er bovendien sprake van spanningen, vooral rond schoolhoofd Prinsen. Hij probeerde volgens velen veel invloed uit te oefenen op het bestuur. Toen hij in 1905 de burgemeester uit de raad wilde laten verdringen door oud-burgemeester Van Hooff, mislukte dat plan: Van Hooff verloor de verkiezing met 30 tegen 90 stemmen.

Burgemeester en wethouders lieten ook documenten zien die afkomstig waren van Van Hooff. Daarin stonden onder meer betalingsmandaten en correspondentie met leveranciers en een advocaat over een procedure tussen de binnen- en buitenpolder. Volgens betrokkenen waren deze stukken voor meerdere personen belastend.

Kerk, landbouw en drinkwater

In Hedikhuizen stond een protestantse kerk zonder pastorie. De inkomsten van de kerk kwamen uit de opbrengst van ongeveer 15 hectare land. Omdat er geen vaste predikant was en de dominee uit Vlijmen af en toe kwam preken, waren hoge inkomsten niet nodig. Vier protestantse gezinnen uit Hedikhuizen huurden het land tegen een relatief lage prijs.

Ook de gezondheidszorg en het drinkwater vormden aandachtspunten. Dr. Weijers uit Vlijmen verzorgde de armenpraktijk in Haarsteeg, terwijl Dr. Erkelens uit Heusden patiënten in Hedikhuizen en Luttel Herpt behandelde. Het drinkwater leidde tot discussie. In 1905 gaf de gemeente ongeveer 400 gulden uit om met pompen naar water te zoeken. Sommige artsen keurden het gevonden water goed, terwijl de gezondheidscommissie het afkeurde. Door deze tegenstrijdige adviezen besloot de gemeente voorlopig geen verdere kosten te maken.

Nieuwe ontwikkelingen rond 1910

Bij een volgend bezoek op 21 april 1910 kwamen opnieuw klachten naar voren over schoolhoofd Prinsen. Hij zou zich tegen het gemeentebestuur keren en zich in lokale organisaties mengen.

Ook het probleem van drinkwater bleef bestaan. Er werd tot 40 meter diep geboord, maar zonder resultaat. Daarna werden verdere pogingen gestaakt.

Economisch ging het de inwoners wisselend. Tuinbouwers deden het goed en verkochten hun producten op markten in Den Bosch en Waalwijk. Arbeiders en kleine boeren hadden het moeilijker. Veel arbeiders werkten als mandenmaker en verdienden tussen 8 en 15 gulden per week. Daarnaast klaagden mandenmakers over zogenaamde gedwongen winkelnering, waarbij zij verplicht waren hun aankopen bij bepaalde winkeliers te doen.

Haarsteeg, Dorpsstraat.

Haarsteeg, Dorpsstraat.

Een nieuwe burgemeester in 1915

Tijdens een bezoek op 14 juli 1915 maakte de commissaris kennis met burgemeester Van Bokhoven. Hij maakte een goede indruk: rustig, goed geïnformeerd en met oog voor de behoeften van de bevolking. De samenwerking met de wethouders leek goed te verlopen.

De gemeentesecretaris, de heer Klijn, was in die tijd ernstig ziek. Hij leed al jaren aan een longziekte en kon sinds maart niet meer werken. Tijdens zijn afwezigheid werd het werk op de secretarie tijdelijk waargenomen door een volontair uit Bokhoven.

Over het algemeen ging het de inwoners van Hedikhuizen redelijk goed. Kleine boeren hadden soms moeite om voldoende arbeidskrachten te vinden. Veel arbeiders werkten als mandenmaker en woonden in huurhuizen, die over het algemeen in redelijke staat verkeerden.

Vooruitkijken naar modernisering

In deze periode werd ook vooruitgekeken naar nieuwe ontwikkelingen. Zo hoopten de inwoners dat de gemeente spoedig aangesloten zou worden op elektriciteit. Daarnaast werkte de coöperatieve stoomzuivelfabriek in Luttel Herpt gunstig voor de regio. Deze verwerkte melk van ongeveer 450 koeien uit Haarsteeg, Hedikhuizen en Herpt.

Het drinkwater bleef echter een probleem. In Haarsteeg was de kwaliteit goed, maar in Hedikhuizen gaven de drie gemeentelijke pompen slecht water.

Ondertussen werd ook geïnvesteerd in kennis en onderwijs. Zo werden er landbouw- en tuinbouwcursussen georganiseerd voor jonge boeren en tuinders.

Discussie over een irrigatiesluis

Tot slot speelde er nog een discussie over de bouw van een irrigatiesluis bij Bokhoven, met een kostenpost van ongeveer 17.000 gulden. Het gemeentebestuur van Hedikhuizen had bezwaren tegen de gekozen locatie, omdat men vreesde dat water uit de Dieze zou worden ingelaten. Toch werd het plan uiteindelijk aangenomen. Volgens het gemeentebestuur speelde daarbij mee dat initiatiefnemer Mommersteeg zelf veel land in dat gebied bezat.

De verslagen laten zien hoe Hedikhuizen en Haarsteeg in die jaren een periode van verandering doormaakten, met discussies over bestuur, economische ontwikkelingen en de eerste stappen richting modernisering.

Het geristreerde gemeentewapen van Hedikhuizen met een achtspakig rad, het officiele wapen is echter met 6 spaken.

Het geristreerde gemeentewapen van Hedikhuizen met een achtspakig rad, het officiele wapen is echter met 6 spaken.