Abdij Mariënkroon in Nieuwkuijk verleende van 24 oktober tot en met 4 november 1944 onderdak aan ruim 1.700 evacuees. Aanleiding was hun kwetsbaarheid tijdens de nadagen van de Tweede Wereldoorlog.
Door Hans van den Eeden
In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog werd de Oostelijke Langstraat stevig op de proef gesteld. Door een niet meer te stuiten opmars van de geallieerden raakte de Duitse bezetter in paniek. Inwoners uit met name Nieuwkuijk schuilden in de abdij. Het waren moedige militairen van de Schotse Highlanddivisie die een belangrijke rol bij de bevrijding van de gemeente Heusden hebben gespeeld. Het Pijlmonument bij het afwateringskanaal in Drunen herinnert er nog aan. De bevrijders was er alles aan gelegen om de Duitse bezetter tot over de Bergsche Maas te verdrijven. Vast staat dat het noodzakelijke oorlogsgeweld verschillende dorpen waaronder Nieuwkuijk erg kwetsbaar maakte. De bevolking schuilde met angst en beven voor het heftige artillerievuur. Het granaatvuur was de voorbereiding op Operation Guy Fawkes. Het is de verdienste van de Heusdense stichting Lyra, dat zij verschillende ooggetuigen over deze opvang heeft gesproken. Dit heeft haar neerslag in het boek ‘Thuis in de Abdij’ gekregen. Het verhaal over de opvang kreeg tijdens een onlangs gehouden Symposium bij de Universiteit van Tilburg ‘het andere verhaal’ extra aandacht.
Abdij Mariënkroon Nieuwkuijk.
Regen van granaatvuur
Tijdens een van de vele interviews komt de Nieuwkuijkse Mien van Bladel (1931) aan het woord. Haar herinneringen over de opvang in de abdij zijn levendig. "De aanval op Nieuwkuijk begon op woensdag 25 oktober 1944 om tien uur ’s avonds. Op straat zagen we terugtrekkende Duitse soldaten. Je kreeg bijna medelijden met de zwaar vermoeide militairen. De meesten waren te voet. Strakke gezichten en in hun ogen zag je dat ze bang waren voor de naderende Schotten. Enkelen droegen gewonde kameraden. De brug bij Heusden over de Bergsche Maas moest snel gehaald worden voordat deze werd opgeblazen. De volgende dag werden we ’s avonds opgeschrikt door granaten. Snel gingen we onze geïmproviseerde schuilkelder in. In de verte hoorden we de granaten uiteenspatten. Dat ging de hele nacht zo door en we hebben niet geslapen. Op vrijdag 27 oktober sloeg bij onze schuilplaats een granaat in. Wat moesten we doen? Het dorp uit en naar de abdij? Niet iedereen wilde de schuilkelder verlaten en ging liever in Nieuwkuijk dood. Ook was het levensgevaarlijk onder een regen van granaatvuur naar de abdij te lopen. Mijn vader en buurman Kees Coppens, beiden oud-militairen, aarzelden geen moment en gaven ons instructies. Mede dankzij hen hebben we de oorlog overleefd." Dat schuilkelders niet altijd veilig waren bleek op 29 oktober 1944. Een granaat sloeg in de schuilkelder van de familie Van Son. Er waren vier doden te betreuren. In toenemende mate werden de inwoners van Nieuwkuijk zich bewust van hun kwetsbaarheid. Aanleiding voor vertrek om heil te zoeken in abdij Mariënkroon. Daar werden zij gastvrij door de paters cisterciënzers ontvangen. Door de dikke muren en de kelders voelden de inwoners van Nieuwkuijk en omgeving zich er veilig. Velen schuilden in de ‘aardappelkelder’.
Bevrijding
De opvang van de vluchtelingen uit Nieuwkuijk kwam snel op gang. Met karren, kruiwagens en bolderkarren ging iedereen in een lange stoet op pad. Onder de ‘vluchtelingen’ waren huisdieren, koeien, paarden en honden. Kortom: Nieuwkuijk stond – ondanks de bevrijding- op zijn kop.
Door de sociale betrokkenheid werd saamhorigheid van het dorp bevestigd. Omdat er ook vrouwen onder de vluchtelingen waren was het voor de paters even wennen. Vast staat dat deze ‘heilige regel’, dat in de abdij geen plaats was voor vrouwen, opzij werd gezet. Ook werd een deel van de abdijkapel als ziekenboeg ingericht. Samen met drie verpleegsters zorgde de huisarts uit Nieuwkuijk voor de gewonden. Een schaduwkant was dat geneesmiddelen, verband en medicijnen schaars waren. Als kappersleerling scheerde Broerke van Overbeek (1930) veel hoofden kaal. Dit om de uitbraak van besmettelijke ziekten en luizen te voorkomen. Tijdens de opvang werden acht baby’s geboren. Ze kregen namen als Bernardine, Berdien of Bernhard. Het zijn namen die verwijzen naar de patroonheilige van de abdij: de heilige Bernardus. Dertien mensen, die tijdens de evacuatie overleden, werden op het kerkhof van het klooster begraven. Inwoners van Nieuwkuijk en andere dorpen denken met betrokkenheid en veel dank aan het ‘Beleg van Nieuwkuijk’ terug. Dat geldt ook voor Ank (1946) en Jeanne (1948) Pullens. “Ons moeder Sientje Verhoeven (1911-1992) vertelde regelmatig over de opvang. Gedreven vervulde zij een rol bij het bereiden van de maaltijden. Er werd voor 1.700 mensen gekookt. Daartoe waren op het binnenterrein een hele serie fornuizen opgesteld.” In en rond de abdij bleef het rustig. Als dank daarvoor metselden de Cisterciënsers een witte Mariakapel.
Later vonden ook nog inwoners uit Heusden, Vlijmen, Haarsteeg, ‘s-Hertogenbosch, Berlicum, Giersbergen, Kerkdriel, Herpt en Engelen een gastvrij onderdak bij de Cisterciënzers.
Mariakapel. (Foto: Hans van den Eeden)
Met dank aan Lyra, stichting voor cultuur en maatschappelijke participatie Heusden.
