Door Bert Meijs

Een feestelijk onthaal in 1898

Op 25 augustus 1898 bracht de commissaris een bezoek aan de gemeente Hedikhuizen. Bij aankomst op de Hoge Maasdijk werd hij verwelkomd door bijna de halve bevolking van Haarsteeg. Het hoofd der school sprak namens de inwoners en met harmonie St. Caecilea voorop trok men in optocht naar het gemeentehuis. De schoolkinderen stonden feestelijk opgesteld: meisjes in witte jurken met kransjes, kleine 'bruidjes' om bloemen te strooien en een dochter van het schoolhoofd die een boeket overhandigde. De kinderen zongen enkele liederen onder muzikale begeleiding, tot grote tevredenheid van de commissaris.

Tijdens zijn audiëntie sprak hij onder meer met pastoor Langenhuizen van de Abdij van Berne. Jaren eerder had de gemeente een aanzienlijke subsidie verstrekt voor de bouw van een katholieke kerk. Nu had de pastoor grond aangekocht voor een liefdehuis, maar dat lag op grondgebied van de gemeente Vlijmen. De financiering leidde tot overleg en discussie tussen de betrokken gemeenten.

Rijkdom en bestuurlijke schaduwkanten

Hedikhuizen en de binnenpolder waren financieel opvallend welvarend. Gronden die in de achttiende eeuw voor een relatief klein bedrag waren aangekocht, leverden inmiddels jaarlijks duizenden guldens op. Toch was er onrust over het beheer van documenten en procedures uit het verleden. De voormalige burgemeester Van Hooff zou daarbij een dubieuze rol hebben gespeeld. Volgens de zittende burgemeester waren zelfs stukken uit het archief verdwenen.

Opvallend was dat de binnenpolder zó rijk was, dat niet alleen geen lasten werden geheven, maar zelfs grondlasten en dijkgelden voor de hele gemeente werden betaald.

Het hoofd van de school, Prinsen, klaagde destijds over spanningen met pastoor en gemeentebestuur over het gebruik van een lokaal voor onderwijsactiviteiten. Die kwestie werd uiteindelijk opgelost.

Het gemeentehuis van de gemeente Hedikhuizen in 1915. (foto: Salha)

Het gemeentehuis van de gemeente Hedikhuizen in 1915. (foto: Salha)

Drie gehuchten, drie gezichten (1903)

Bij zijn terugkeer op 24 april 1903 constateerde de commissaris dat Hedikhuizen uit drie gehuchten bestond: Hedikhuizen zelf, Haarsteeg en Luttel Herpt. Elk had zijn eigen karakter. Hedikhuizen en Luttel Herpt waren overwegend agrarisch, terwijl Haarsteeg naast landbouw ook tuinbouw en mandenvlechten kende.

Vooral het mandenvlechten bracht sociale problemen met zich mee. De arbeiders verdienden een redelijke daghuur, maar een groot deel ging op aan drank. Daarnaast was er sprake van gedwongen winkelnering, waarbij arbeiders verplicht werden aankopen te doen tegen hoge prijzen. De commissaris zag hierin een belangrijke oorzaak van armoede.

Ook de tuinbouw stond onder druk door dreigende Duitse invoerrechten. Tot dan toe waren vooral doperwten en bonen belangrijke producten voor de streek.

Zorg, onderwijs en infrastructuur

In de hele gemeente woonden slechts 25 protestanten. Medische zorg werd verzorgd door dokter Verlinden uit Vlijmen, maar de afstand zorgde voor praktische bezwaren.

Tijdens zijn bezoek ontving de commissaris verzoeken om steun voor de verharding van een belangrijke landweg. Hoewel veel inwoners belang hadden bij verbetering, lag het onderhoud bij een polderbestuur dat weinig bereidheid toonde om te investeren.

Het onderwijs functioneerde naar behoren. Schoolverzuim kwam nauwelijks voor en het herhalingsonderwijs werd goed bezocht. Hoofdonderwijzer Prinsen, inmiddels benoemd tot lid van de gezondheidscommissie in Heusden, toonde zich betrokken bij de belangen van vooral tuinbouwers.

Bestuur en bevolkingsontwikkeling

De gemeentesecretarie was onder leiding van C.J. Klijn uitstekend op orde. Opvallend was dat veel jonge mensen na hun huwelijk de gemeente verlieten. Dat verklaart waarom er bij twaalf huwelijken in één jaar slechts 25 geboorten werden geregistreerd.

Zo geven de bezoeken van de commissaris tussen 1898 en 1903 een levendig beeld van een kleine, welvarende maar ook kwetsbare plattelandsgemeente. Hedikhuizen en Haarsteeg stonden aan het begin van een nieuwe eeuw, balancerend tussen traditie, economische verandering en bestuurlijke uitdagingen.