Koolzaad
Koolzaad (Brassica napus) is een plant uit de kruisbloemen-familie (Brassicaceae). Producten van de koolzaadplant zijn, naast koolzaadolie en stro, koolzaadschroot dat na persing overblijft. Het is rijk aan onverzadigde vetzuren, eiwitten,vitaminen en mineralen en gewild als krachtvoer voor het vee.
De olie smaakt bitter vanwege het hoge gehalte aan erucazuur, waardoor het gebruik voornamelijk beperkt bleef tot lampolie, smeermiddel in stoommachines en voor de productie van zeep. Koolzaad wordt in de 21e eeuw ook gebruikt voor de productie van biobrandstof.
Koolzaad wordt in een wisselteelt toegepast met om de drie tot vier jaar koolzaad. Het levert per hectare zestien tot zeventien ton droge stof op. Ongeveer negen ton van het gewas blijft als stoppel en wortelgestel achter in de bodem en wordt omgezet in humus.
De zware steen in een oliemolen voor het persen van de zaden.
De oliemolen van Pieter Jansen Meijs
De Nieuwkuijkse oliemolen is rond 1760 gebouwd en in gebruik genomen door mijn rechtstreekse voorouder Pieter Jansen Meijs (Pieter Meijs (1724-1767) uit Nieuwkuijk. Hij is in 1747gehuwd met Elisabeth Teunisse Heijhuurs (1724-1772). Ze krijgen samen maar liefst 14 kinderen., daarvan zijn er 10 jong gestorven.
Pieter is een ijverige man en van alle markten thuis: oliemolenaar, landbouwer, winkelier en hophandelaar. Zijn dochter Christina trouwde met Arnoldus Mostermans, waardoor hij een voorvader is van hophandelaar Pieter Mostermans die 'Huize Maria' bouwde in Nieuwkuijk, en hij is meer dan waarschijnlijk naar Pieter Meijs vernoemd. Jaren ben ik op zoek geweest hoe de oliemolen in zijn bezit was gekomen. Ik was in de veronderstelling dat hij die gekocht had. Dan kom ik tot de ontdekking dat hij de molen zelf gebouwd heeft. In het archief Rentmeester Generaal is de toekenning van de vergunning voor de bouw van de oliemolen van Pieter Meijs terug te vinden. Volgens de vergunning blijkt er geen bezwaar tegen de bouw te zijn en bovendien zijn, volgens de vergunning, de inwoners van Nieuwkuijk gebaat met de bouw van de molen (ze hoeven dan niet meer naar Helvoirt of Giersbergen). Volgens de vergunning staat er in Drunen (Giersbergen) ook een oliemolen maar die staat op een afstand van een uur gaans en dat is dus geen bezwaar. Het octrooi voor het bouwen van de paarden-oliemolen wordt aan Pieter verleend op 31 maart 1759.
Volgens de verleende vergunning mag hij de molen alleen gebruiken voor het slaan van olie. Hij moet de molen, na toestemming van het bestuur van Nieuwkuijk, zo ver mogelijk van zijn huis bouwen om ongelukken te voorkomen (in juni 1746 was er een grote brand die nagenoeg het hele dorp Nieuwkuijk en het gehucht Onsenoort verwoestte) en hij moet aan domeinen jaarlijks een recognitiecijns (een soort van belasting) van 4 gulden betalen.
Hiermee kreeg de eerste vorm van mechanisatie in Nieuwkuijk gestalte, Onsenoort bezat toen al jaren een korenmolen.
De kadasterkaart van ca 1830 met de percelen waarop de oliemolen (130) gestaan heeft. Rechts staat de voormalige R.K. kerk ingetekend (166) met de daar langs lopende Kerksteeg (nu de Kerkstraat).
Bezwaren
De eigenaar en uitbater van de paardenolieslagmolen te Giersbergen, Jan Adriaanse Oostvogels, moet met lede ogen aanzien dat er in de naburige dorpen Helvoirt en Nieuwkuijk een oliemolen wordt opgericht. Eerst wordt een oliemolen in Helvoirt gebouwd en later dus één in Nieuwkuijk.
De oliemolen te Giersbergen is rond 1712 gebouwd door Steven Ruijs (Steven Ruijs (1674-1732). Steven is geboren in Oss en overleden in Cuijk, hij was gehuwd in 1705 met Geertruij van Beusekom. Hij krijgt op 12 juli 1712 een vergunning voor de molen en hij moet jaarlijks aan domeinen een recognitiecijns van 10 gulden betalen. Zijn opvolger Jan Adriaans Oostvogels (Jan Oostvogels (1732-?), ook wel Oostens genoemd, was gehuwd met Anna van de Wiel (1737-1816)), protesteert als eigenaar van de paardenolieslagmolen in Giersbergen. Hij geeft aan dat zijn molen sterk in waarde is gedaald en dat hij wordt benadeeld door de bouw van een molen te Helvoirt en één in Nieuwkuijk. Zijn inkomsten zijn hierdoor sterk teruggelopen en hij moet het nu hebben van de inwoners van Giersbergen (al kwamen de mensen uit Drunen vast ook bij hem), in aantal komen die niet boven de 11 uit. Hij vraagt nu om reductie op zijn recognitiecijns van 10 gulden en hoopt op 4 gulden, zoals men in Helvoirt en Nieuwkuijk moet betalen.
Na het overlijden van Pieter Meijs op 28 april 1767 wordt de oliemolen op 26 april 1773 verkocht voor 2.600 gulden ( nu ca. € 26.000,- ) aan Johan Half-Wassenaer, de Heer van Onsenoort en Nieuwkuijk. De bijkomende kosten (trekgeld, armengeld, provisie, belastingen e.d.) bedragen daarbij nog een totaalbedrag van ca. 138 gulden. De weduwe van Pieter trouwt op 14 februari 1768 met de 19 jaar jongere Paulus van der Aa.
Bert Meijs
bmeijs@planet.nl
