Om de ontwikkeling van Oudheusden beter te begrijpen moet je terug naar de geschiedenis. Tot 1935 vormde het samen met Elshout en het buurtschap Hulten de gemeente Oudheusden. Een blik in de ‘achteruitkijkspiegel’.

Door Hans van den Eeden

Elshout telde in 1900 zevenhonderd inwoners. Dit in tegenstelling tot Oudheusden die niet verder kwam dan tweehonderd. Het agrarische dorp Oudheusden telde met name boerderijen en huizen voor landarbeiders. Op 7 november 1896 werd de stoomtramlijn ’s-Hertogenbosch-Heusden geopend. Voor de aanleg werden veel bomen gekapt. De spoorlijn liep langs de Steenweg in Oudheusden. Daar was ook een tramhalte annex café. Door de komst van auto’s werd in 1931 de lijn opgeheven. Het was Mr. A. Baron van Voorst tot Voorst, die als Commissaris van de Koningin in 1898 een bezoek aan de gemeente Oudheusden bracht. Omdat het raadhuis in Elshout stond, vond daar de ontvangst plaats. Van Voorst tot Voorst was een man die, naast representatie, oog had voor het welzijn van de inwoners van de gemeente Oudheusden. Verder was hij op zijn hoede voor vriendjespolitiek en gekonkel van ‘de elite’. Hij werd bij zijn aankomst niet gehinderd door de jeugd die hem een hartelijk welkom toezong. Voor de audiëntie waren de notabelen uitgenodigd. Dit liep uiteen van de lokale 'vips', de leden van de gemeenteraad en de geestelijkheid. Van zijn ervaringen en andere informatie maakte de commissaris een handgeschreven verslag.

Steenweg Oudheusden bij tramstation.

Steenweg Oudheusden bij tramstation.

Omgangsvormen

Bij zijn ontvangst toetste hij ook op algemene beschaafde omgangsvormen. Deze bleken, tijdens zijn bezoek aan de gemeente Oudheusden, ver te zoeken. Voor hem maakte het gemeentebestuur ‘een onaangename indruk’. Zo werd wethouder Van Loon door de commissaris als een ‘rijke gierige boer’ omschreven. Hij had ook niet veel te vertellen. Over de dominante collega wethouder Van Breugel: 'Hij praatte alsof hij de burgemeester was.' Verder signaleerde de commissaris dat de burgemeester, tevens gemeentesecretaris, zich tijdens zijn bezoek behoorlijk op de vlakte hield. Omdat hij door ongewenst gedrag in opspraak was geraakt was daar ook aanleiding voor. De oorzaak was vermeende ‘handelingen’ met zijn dienstmeid Huberdina van Helvoirt. Ondanks dat de rechtbank de burgemeester had vrijgesproken, was zijn geloofwaardigheid in de gemeente Oudheusden volledig aangetast. In zijn verslag rapporteerde de commissaris dat Elshout overwegend katholiek en Oudheusden protestants was. De gemeenteraad telde één inwoner uit Oudheusden en zes uit Elshout. Uit verslagen blijkt dat de commissaris zich in 1906 mateloos ergerde aan wethouder J. van Grevenbroek uit Oudheusden. Uit alles blijkt dat hij een polariserende bestuursstijl hanteerde. Hij typeerde hem als ‘onaangenaam’ en als een ‘ongegeneerde boer’. Tijdens de gesprekken gebruikte de wethouder regelmatig het woord ‘verdomd’.

Leerplicht

Verder stoorde de commissaris zich aan ongewenst gedrag van de ‘sluwe pastoor’ Adrianus Spierings uit Elshout. Het was de commissaris opgevallen dat hij al ruim 25 jaar uit was op erfenissen van overleden parochianen. Ook signaleerde hij spanningen tussen het gemeentebestuur en de pastoor. Immers, wie was ‘de baas’ in de gemeente Oudheusden? Over de levensstijl van de pastoor: 'Zou hij nog 25 jaar in Elshout zijn, dan zou zeker de halve gemeente hem toebehoren. Hij moet veel aanloop hebben in de pastorie. Dit met voortdurend diners en feesten', aldus de rapportage. Naast het raadhuis in Elshout stond er ook een Openbare Lagere School. In 1900 werd het gemeentehuis uitgebreid met een arrestantenlokaal en een onderwijzerswoning. Onder architectuur van J. van Abeelen uit Tilburg werd dit in 1901 opgeleverd. Voor 4.900 gulden nam de Elshoutse timmerman H. Kempenaars het werk aan. In deze periode was het Algemeen Kiesrecht nog niet van toepassing. Daar kwam verandering in. Mede door inzet van Aletta Jacobs (1854-1929) werd ook het kiesrecht voor vrouwen ingevoerd. Daardoor konden in 1922 vrouwen ook hun stem in het stemlokaal uitbrengen.

Dat onderwijs belangrijk is, werd in de gemeente Oudheusden onderschreven. Stimulans hierbij was de invoering van de Leerplicht in 1901. Dat betekende dat kinderen van zes tot twaalf jaar verplicht naar school moesten. Zo ontstonden twee openbare scholen: een in Elshout en een in Oudheusden. De school in Oudheusden kon 25 leerlingen en in Elshout honderd leerlingen ontvangen. Door conflicten en de slechte staat van het schoolgebouw werd de school in Oudheusden regelmatig gesloten. Daardoor gingen de scholieren naar de vesting Heusden. De scholieren uit Oudheusden waren voornamelijk protestants en die in Elshout katholiek. Vast staat dat Oudheusden een boeiende en dynamische geschiedenis heeft. Wordt vervolgd.

Bronnen: Salha, BHIC en HKK Onsenoort.

Boerderij aan de Herptseweg in Oudheusden. (foto: Hans van den Eeden)

Boerderij aan de Herptseweg in Oudheusden. (foto: Hans van den Eeden)