In het kader van de maand van de geschiedenis staat in Heusden het zorgcentrum Sint Antonius centraal. De geschiedenis van het zorgcentrum is ook een reflectie op de historie van zorg en welzijn in de vesting.
Door Hans van den Eeden
Wie langs de Demer en de Roomse Kerkstraat wandelt kan niet om het Zorgcentrum Sint Antonius heen. Beleidsmakers willen liever het woord 'sint' weglaten. Het verwijst wel naar de katholieke geschiedenis van het zorgcentrum. Dat geldt ook voor de Johannes Paulusschool. Liever gebruikt men de naam ‘Basisschool JPS.’
In de sfeer van religieus erfgoed is de Heilige Antonius een bekende en spreekt, met het kindje Jezus op zijn arm, tot de verbeelding. Het beeld is vanuit de Demer te bewonderen. Anno 2026 wordt Antonius nog steeds aangeroepen om verloren voorwerpen terug te vinden. ‘Heilige Antonius, beste vrind, zorg dat ik m’n sleutels vind’, is bekend. Ook wordt Antonius aangeroepen tegen besmettelijke ziektes, koorts, onvruchtbaarheid en een voorspoedige bevalling. Kortom deze heilige past volledig in het thema waarbij onder andere welzijn en gezondheid centraal staan. Maar de heilige Antonius is ook patroonheilige van de bakkers, mijnwerkers, reizigers, gehuwden, geliefden, kinderloze vrouwen, huisdieren, vee, en -jawel- aardbeienverkopers in Rome. En ook van veel schuttersgilden.
Ook de bekende Limburgse band ‘Rowwen Hèze’ was volledig in de ban van St. Antonius. Bekend is het slot van hun, vanuit het Limburgs vertaalde, St. Antonius lied. 'De heilige Antonius die moest het weten. Heilige Antonius, beste vrind, zorg dat ik mijn sleutels…'
Antoniushuis Heusden.
Oorlogsjaren
De zusters werden in de oorlogsjaren geconfronteerd met besmettelijke ziekten van bewoners van het ziekenhuisje en het zorgcentrum. Ze waren erg blij met het aanbod van Abdij Mariënkroon in Nieuwkuijk om daar patiënten onder te brengen. Gastvrij werden ze daar door de paters en broeders onthaald. Het past volledig in de traditie van de abdij.
De Tweede Wereldoorlog is ook bij het Antoniushuis niet ongemerkt voorbij gegaan. Met name in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog was het in Heusden zeer onrustig. Dit bewustzijn werd al in september 1944 versterkt door het Antoniushuis. Maar, dat gold ook voor de ruime regio. Zo bracht Pater van de Heuvel in september 1944 een bezoek aan het klooster. Aanleiding was de kwetsbaarheid. Een mogelijk vertrek van Heusden naar ‘elders’ was het hoofdthema. Uit een verslag blijkt dat dit door een ‘ingeving van de Heilige Geest’ werd versterkt. Een alternatieve locatie was een verhuizing naar Ammerzoden of Kerkdriel. Maar het liep anders. 'De zusters moeten hier weg en wel zo spoedig mogelijk. Het gaat beslist zo niet langer. Ik wist niet wat ik zag in de kapel’, aldus een verslag. Verder: 'Zouden de oudere mensen er onderdoor gaan'. In verband met veranderende omstandigheden aan het front verhuisden 18 ouderen uit Kerkdriel in september 1944 naar het Antoniushuis in Heusden. Vijf ‘oude van dagen’ bleven samen met twee zusters in Kerkdriel achter.
Koetsier aan het woord
'Het was een prachtig gezicht toen we de twee grote bruggen over de Maas te zien kregen. Onze koetsier zette er de draf in en zo kwamen we in Heusden aan. Alle inwoners waren uitgelopen om deze intocht met open mond te aanschouwen. Wat keken de Heusdenaren allemaal medelijdend naar ons. We verlangden naar het einde van de tocht. Want niets is zo naar als wanneer allerogen op je gevestigd zijn. Langzaam trokken we, als een praalwagen, door de Heusdense straten. Bij de Roomse Kerkstraat werden we met open deuren en open armen door moeder Arnoldus en toegestroomde zusters hartelijk ontvangen. Geen oog bleef hierbij droog'. Maar de Tweede Wereldoorlog had voor Heusden een grillig en vooral onzeker verloop. Naast feiten was er ook een emotionele beleving. 'Vandaag 25 oktober 1944 is het precies een maand, dat we met Kerkdriel zijn opgescheept. Den Bosch is nu bevrijd. Op zondag 29 oktober was er de gehele voormiddag een doortocht van Duitse militairen. Zij kwamen uit de omgeving van Den Bosch, Nieuwkuijk, Vlijmen en Haarsteeg. Deze plaatsen waren inmiddels in Schotse en Engelse handen. Kortom: het was een aftocht van de Duitse militairen. We hadden allen een voorgevoel dat we zondag op maandag een vreselijke nacht tegemoet zouden gaan. En dat voorgevoel heeft ons niet bedrogen'.
