Wie de vesting van Heusden nadert, kan niet om de schoorsteen heen die ooit bij de conservenfabriek hoorde. In 2008 sloot deze fabriek (na bijna 100 jaar) zijn deuren. Machines vielen stil, de aan- en afrijdende vrachtwagens met groente en fruit behoorden plotseling tot het verleden. Veel werknemers gingen een onzekere toekomst tegemoet. Dit keer staan we stil bij arbeidskrachten uit verre landen, naar aanleiding van een artikel van Bart Beaard.

Door Henk Poelakker

Na de oorlog

In de jaren na de oorlog werkten er naast een paar honderd vaste krachten een grote groep thuiswerkers. Door het gebrek aan huisvesting woonde slechts een gedeelte in Heusden en kwam het merendeel van het personeel uit de wijde omtrek. Jonker Fris was een seizoensbedrijf. In de zomer werd er dag en nacht gewerkt: schoonmaken, schillen, blikken vullen, conserveren, etiketteren enz. Enkele jaren heeft ook een groep bewoners van het woonwagenkamp uit Den Bosch op de loonlijst gestaan. Molukse mannen en vrouwen uit Kamp Vught waren de eerste niet-blanke werknemers voor fabrieks- en thuiswerk.

Belgische grensarbeiders

In de zomer van 1960 kwam het idee op tafel om Belgische grensarbeiders te werven. In augustus kwam de eerste groep vrouwen uit Geel en omgeving met een bus. Het jaar erop werd het wervingsgebied uitgebreid tot wel 100 km, gerekend vanaf Heusden. Voor de werving werden advertenties in huis-aan-huisbladen geplaatst, werd het arbeidsbureau in Turnhout ingeschakeld en werden cafés, voetbalkantines en boerderijen bezocht. De busrit naar Heusden duurde twee uur. ’s Avonds was men pas om zeven uur terug. Er zijn jaren geweest dat er in het hoogseizoen vijf bussen reden, drie overdag en twee voor de nachtdienst. De vrouwen mochten geen nachtdienst draaien. Ook werd weleens op zondag gewerkt. In de beginjaren werd het loon cash (in franken) uitbetaald. Later kregen zij een contract voor vijf á zes maanden en weer later kwam men op de loonlijst. In de jaren zeventig werd het aanbod van Belgische werknemers geleidelijk minder.

Joegoslavische werkneemsters

Vanaf 1970 hebben veel Joegoslavische vrouwen in het zomerseizoen bij het bedrijf gewerkt. Ze waren afkomstig uit de toenmalige deelrepublieken van Joegoslavië: Kroatië, Servië en Macedonië. De bemiddeling gebeurde via het Centraal Arbeidsbureau in Belgrado. Tussen 1970 en 1974 kwamen er totaal vier ‘lichtingen’ met een kleine honderd vrouwen. Bij aankomst kregen zij een halfjaarcontract. Zij werden ondergebracht in ‘Het Wapen van Amsterdam’, het pension dat de bijnaam ‘Heusdens Maagdenhuis’ kreeg. Het hotel werd door Jonker Fris van de Gemeente Heusden gehuurd. Er was plaats voor bijna 80 vrouwen. Zij betaalden 210 gulden per maand voor kost en inwoning. De groep beschikte over een tolk, die ook bij het bedrijf werkte.

Grieken en Turken

In 1965 en 1966 heeft een groep van twaalf Grieken in de zomermaanden bij het bedrijf gewerkt op de afdeling inblikken van fruit. Deze groep was ondergebracht in het pension ‘De Gouden Leeuw’. In die periode hebben er ook zo’n veertig Marokkanen gewerkt. In 1979 werd het ‘Wapen van Amsterdam’ de thuisbasis voor vijfendertig Turkse werknemers. In 1983 woonden er nog twintig Turkse ‘Jonker Frissers’, die ook hun gezin wilden laten overkomen. In de topjaren hebben er zo’n 65 Turken gewerkt.