Wie de vesting van Heusden nadert, kan niet om de schoorsteen heen die ooit bij de conservenfabriek hoorde. In 2008 sloot deze fabriek (na bijna 100 jaar) zijn deuren. Machines vielen stil, de aan- en afrijdende vrachtwagens met groente en fruit behoorden plotseling tot het verleden. Veel werknemers gingen een onzekere toekomst tegemoet. Theo Jansen (1945), woonachtig in Oudheusden, werkte maar liefst veertig jaar bij het bedrijf.

Door Henk Poelakker met dank aan Bert Kops

Jan Boerenfluitjes

In 1967 reageerde Theo op een vacature van elektricien bij wat toen heette de conservenfabriek Van Wagenberg-Festen. Hij werd aangenomen en dat betekende behalve werk ook meer kans op een woning dan in de regio Eindhoven waar hij destijds woonde. Binnen zes maanden kreeg hij een woning toegewezen. Trouwen dus met zijn geliefde Mien. Theo vertelt: “Wat me opviel: ik vond dat men hier werkte op zijn Jan Boerenfluitjes. Blikken werden vaak nog deels met de hand gevuld. Eerlijk gezegd viel de baan mij wat tegen. Maar niet getreurd, er lag een berg werk te verrichten. Ook voor mijn Mien was het aanpassen geblazen maar die was wel wat gewend. Zij groeide op in een gezin met elf kinderen. Handen uit de mouwen, dat was voor haar een vanzelfsprekendheid.”

Automatiseren zonder computers

“Mijn leermeester en inspirator binnen het bedrijf werd Henk Bakker die enorm pleitte dat ik cursussen zou gaan volgen, gericht op automatische besturing. Ik vond het een enorme uitdaging om machines om te bouwen tot wat we nu robots zouden noemen. Stond men eerst met zes man blikken te vullen, mede door ons ingrijpen en dus onze uitvinding, kon het werk door twee mensen gedaan worden. Samen met Henk Bakker hebben we heel gestaag het productieproces geautomatiseerd. Als voorbeeld: een vrouwke moest handmatig met een pin een 3-literblik tegenhouden totdat dit gevuld was. Daarna knopje indrukken en bij het volgende blik dezelfde handeling. Eentonig werk. Ondanks dat we in die beginjaren geen computers hadden, konden we met slimme ingrepen het werk versnellen dan wel met minder mensen uitvoeren. Arbeidskrachten, vaak nauwelijks geschoold, kwamen uit steeds verder weg gelegen oorden. Turkse medewerkers ‘logeerden’ in het Wapen van Amsterdam. Joegoslavische vrouwen kwamen in lange, vaak donkere kleding maar droegen al snel korte minirokjes. Hoezo niet aan kunnen passen?”

Theo met de fabrieksfluit op de voorgrond. (privéfoto)

Theo met de fabrieksfluit op de voorgrond. (privéfoto)

Fabrieksfluit

“Helaas werden er ook fouten gemaakt. Op een keer wilde men een hele grote machine uit de fabriek halen maar hoe krijg je dat voor elkaar als de fabriek op volle toeren draait. Ik stapte naar voren en zei dat ik die machine in één weekend buiten zou krijgen. Ach, kletskous, dat gaat je nooit lukken. Toch kreeg ik het fiat van de leiding en met een paar telefoontjes had ik de juiste mensen bij elkaar en slaagde ik met vlag en wimpel, en dat met een gesloten portemonnee.”

Theo haalt speciaal voor de foto de fabrieksfluit tevoorschijn. “Meerdere keren per dag kon heel Heusden horen dat het werk begon dan wel beëindigd werd. Ooit was dat ding kapot en loeide-ie om de tien minuten. Als techneut werd ik dan uit bed gebeld om de fluit tot zwijgen te brengen.”