Wie de vesting van Heusden nadert, kan niet om de schoorsteen heen die ooit bij de conservenfabriek hoorde. In 2008 sloot deze fabriek (na bijna 100 jaar) zijn deuren. Machines vielen stil, de aan- en afrijdende vrachtwagens met groente en fruit behoorden plotseling tot het verleden. Veel werknemers gingen een onzekere toekomst tegemoet. Met het boek De Jonker Fris Ingeblikt in de hand maken we een reis naar het verleden.

Door Henk Poelakker

Mandenmakersschool

De conservenfabriek in Heusden begon zijn opmars in Vlijmen. Daar was gevestigd: N.V. Van Wagenberg-Festen. Dit familiebedrijf bestond uit een leerlooierij, een mandenmakerij en er werd gehandeld in fruit, groente, hop en hooi. De looierij vormde de grootste poot van het bedrijf. De manden die men zelf vlocht waren prima verpakkingsmateriaal voor onder andere fruit en groente. In Heusden was begin 1900 al een conservenfabriek gevestigd die in 1921 overgenomen werd door het hiervoor genoemde familiebedrijf Van Wagenberg-Festen. Manden werden niet alleen gevlochten in Vlijmen maar ook in Wijk en Aalburg en Ammerzoden waar zelfs een mandenmakersschool stond. Manden waren er in diverse soorten en maten. Zo kende men manden die gebruikt werden op markten, in de industrie, in de landbouw enz.

Waarschijnlijk is dit Piet van Aalst, chef jam. (foto: Frank Slagmolen)

Waarschijnlijk is dit Piet van Aalst, chef jam. (foto: Frank Slagmolen)

Glaasje jenever

Bessen maar ook appels en peren werden voor een groot deel verkocht aan het buitenland. Landen als Engeland en Duitsland waren gretige afnemers die betaalden met Marken of Ponden. De gevulde manden konden tegen een stootje en waren gewild verpakkingsmateriaal. De mandenmakers in Vlijmen waren goede vakmensen die overal aan de slag konden. De mannen konden eisen stellen en één daarvan was een glaasje jenever. Louis van Wagenberg schonk elke morgen een borreltje dat in één teug naar binnen ging. De rieten mand werd echter langzaam maar zeker ingehaald door blik: goedkoper en effectiever. Tot 1958 werd de conservenfabriek vanuit Vlijmen geleid. Het is de plaats waar tot dat jaar het kantoor stond.

Halve Zolenlijntje

Handelen in groente en fruit betekent omgaan met een kwetsbaar product. Lang werden fruit en groenten in manden verpakt en verzonden. Bijvoorbeeld per boot vanuit Heusden naar Rotterdam of vanuit de haven in Haarsteeg richting Engeland. Vlak voor de deur van het bedrijf in Vlijmen lag een spoorlijn van Den Bosch naar Lage Zwaluwe. Dit Halve Zolenlijntje werd vooral door de schoenindustrie gebruikt maar ook door Van Wagenberg-Festen. Dat er regelmatig onderweg iets mis ging met het fruit of de groente was niet te voorkomen. Een mand met aardbeien deed er al snel een paar dagen over om van teler naar groothandel te geraken. Vervolgens gingen er zeker twee dagen overheen alvorens het fruit op het bord lag van de heer en mevrouw in hun grote koopmanshuis in Emmerich, Bentheim of Lissabon.

Van De Poel

Maar wie denkt dat fruit en groente van Van Wagenberg-Festen vooral bij particulieren terecht kwam, heeft het mis. Het meeste fruit (maar ook groenten) ging naar likeurstokerijen, conservenfabrieken en fabrieken waar vruchtensappen werden gemaakt. Voor de particulier werd er niet met manden maar al sinds 1875 met blik gewerkt. Vanaf 1914 gaat zacht fruit vanuit Vlijmen naar de conservenfabriek Van De Poel in Heusden. Enkele jaren later komt het bedrijf in handen van Van Wagenberg-Festen.

Met dank aan Bert Kops.