Eind 19e eeuw was het gemeentebestuur van Heusden ervan overtuigd dat een Scheepswerf welvaart in Heusden zou kunnen brengen. De gunstige ligging van Heusden aan de Maas trok in 1905 een ondernemer die een Werf oprichtte. Helaas ging de onderneming al na drie jaar failliet. Een doorstart volgde een jaar later onder leiding van rasondernemers De Haan en Alta. Weer later kreeg het bedrijf de naam De Haan & Oerlemans. In de jaren vijftig nam Verolme de werf over die het uiteindelijk niet redde. Hoe kon het zo mis gaan? Het kloppend hart van Heusden kon toch niet stilvallen?
Door Henk Poelakker met dank aan Bert Kops
We citeren uit het Personeelsorgaan van Verolme 1957. Een mooi boekske waarmee de leiding van de werf het personeel bijpraat. Het blad draagt de naam Verolme Nieuws en neemt ons bijna 70 jaar mee terug in de tijd. De burgemeester van Heusden, de heer A. van Delft is maar wat trots op Cornelis Verolme. Zo schrijft hij in het voorwoord: 'Wat de mensen in deze gemeente tot voor een paar jaar welhaast voor onmogelijk hielden, is nu werkelijkheid geworden. Hier is een bloeiende werf ontstaan, hier wordt dag en nacht gewerkt, hier worden telkens grotere schepen gebouwd, hier vestigen zich steeds vaker nieuwe gezinnen'. De burgemeester is verrukt over de manier waarop het bedrijf zijn medewerkers bijpraat middels Verolme Nieuws.
Achthonderd werknemers
Directeur A. Rijke schrijft in de uitgave van 1957 dat de Werf, vanaf de overname door Verolme, er voor heeft gezorgd dat Heusden tot bloei is gekomen. Eén van die 800 werknemers was Ad Sagt (1941) uit Heusden Vesting. Na zijn val, vorig jaar met de fiets, op de hobbelige bestrating in zijn woonplaats, is hij minder mobiel geworden. De rollator biedt uitkomst. Hij vertelt: “Ons vader had een groentewinkel nabij de schoenwinkel van Smits. Het gezin waarin ik opgroeide telde vier kinderen. Altijd gezellig, zeker geen strenge opvoeding. Minder leuk vond ik mijn taken als misdienaar. Later verhuisden we naar wat nu eetcafé Havenzicht is. Vader was de barkeeper in wat toen heette café Concordia.”
Ad rust uit na een wandeling met de rollator.
Pijpfitter
Als jochie van 15 jaar werd Ad na de ambachtsschool aangenomen bij Verolme. Bankwerker, pijpfitter, leidingen maken voor transport van olie, water, ontluchting enz. Een mooi vak aldus Ad. “Ik leerde veel in de praktijk en ontmoette heel veel mensen. Overal kwamen de werknemers vandaan, zelfs uit verre landen als Turkije, Joegoslavië en Marokko. Tussen de middag snel naar huis om een hapje te eten. De grote baas, meneer Cornelis Verolme, kwam slechts af en toe op de werf. Maar als hij kwam, moest alles spic en span zijn, alles netjes opgeruimd. De dagelijkse leiding was in handen van de heer Rijke. In de loop der jaren werd ik baas; dat betekende gemiddeld zo’n 15 mensen aansturen. En ja, ik kon streng zijn. Ik was trots op ons werk. In de beginjaren werkten we zelfs nog op zaterdagochtend. Het faillissement in 1999 zag ik niet echt aankomen. Gevoelsmatig was er nog werk genoeg. Op een ochtend moesten we bij elkaar komen en hoorden we dat we allemaal ontslagen werden. Sjonge, dat deed zeer hoor! Ik had min of meer geluk om het laatste schip af te kunnen bouwen in Rotterdam bij Wilton Feyenoord. Toen die klus klaar was, tikte ik de leeftijd van 57,5 jaar aan en dat betekende dat ik niet meer hoefde te solliciteren. WW dus. Ach, wat vond ik dat vreselijk. Hele dagen liep ik met mijn ziel onder de arm. Het leek of iedereen me aankeek. Daar gaat weer zo’n werkloze. Slechte jaren, moeilijk hoor.”
