Eind 19e eeuw was het gemeentebestuur van Heusden ervan overtuigd dat een Scheepswerf welvaart in Heusden zou kunnen brengen. De gunstige ligging van Heusden aan de Maas trok in 1905 een ondernemer die een Werf oprichtte. Helaas ging de onderneming al na drie jaar failliet. Een doorstart volgde een jaar later onder leiding van rasondernemers De Haan en Alta. Weer later kreeg het bedrijf de naam De Haan & Oerlemans. In de jaren vijftig nam Verolme de werf over die het uiteindelijk niet redde. Hoe kon het zo mis gaan? Het kloppend hart van Heusden kon toch niet stilvallen?

Door Henk Poelakker met dank aan Bert Kops

Blaren op de tong

We keken al eens terug naar 1958 toen de eerste 20.000 tonner te water werd gelaten. Het schip was 170 meter lang. De ruimte tussen wal en wal was 160 meter. Dat betekende bij niets doen, dat de Tahama klem zou komen te zitten. Er moest een deel uiterwaard worden afgegraven en ter plaatse uitbaggeren, een kostenpost van meer dan een miljoen gulden. Kort na de te waterlating, moest het schip onder de Heusdense Brug door. Daartoe werd de tanker volgepompt met duizenden liters water zodat de Tahama ietsje dieper kwam te liggen. De ruimte tussen schip en brug was slechts enkele centimeters. Cornelis Verolme streefde naar perfectie: een centrale Verolme tekenkamer, een eigen centrale technische dienst, vanuit één punt werk binnenhalen (=acquisitie). De Werf in Heusden sputterde tegen want men wilde ook zelf orders binnenhalen, zelf tekeningen maken, zelf schepen bouwen enz. Directeur Rijke praatte de blaren op zijn tong en dat met goed resultaat. Verolme ging overstag: Heusden mocht ook zelfstandig opereren.

Vallen en opstaan

Maar de tijd dat orders voor het oprapen lagen was eind jaren ’50 voorbij. Als Heusden een zelfstandige werf mocht blijven binnen het Verolmeconcern, moest men zelf op pad, zelf ontwerpen tekenen en blij zijn met ook kleinere opdrachten. Met vallen en opstaan lukte dat en werden pontons, trawlers, steenonderlossers, landingsvaartuigen, dekschuiten en diverse zuigers gebouwd. Op 12 april 1962 kwam er hoog bezoek naar Heusden in de persoon van Monseigneur Bekkers, bisschop van ’s-Hertogenbosch. Hij zegende de Irish Cedar, een Ierse bulkcarrier van 15.000 ton.

Baggermateriaal

De grote baas, Cornelis Verolme, vond de werf in Heusden een kleine scheepswerf die hij als zuur grapje bestempelde als Madurodam in de scheepsbouw. En wie in de spiegel durfde te kijken, zag dat het waar was. Een werf die ver weg lag van de centrale directie in de Botlek. Een ongunstige ligging, landinwaarts met een bruggenprobleem. Zou Heusden overeind kunnen blijven, zo vroeg men zich halverwege de jaren ’60 af.

Heusden groeide uit tot een werf die vakwerk afleverde. Daar werkten goed opgeleide vakmensen. De werf werd geroemd om haar baggermateriaal. Een goede klant werd Van Oord. Verolme Heusden leverde specialistisch maatwerk. En hoe mooi is het dan als ook andere gerenommeerde baggerbedrijven orders plaatsten bij de Verolmewerf. Inmiddels werd in de jaren ’70 op de Noordzee meer en meer geboord naar olie. En al die boorplatforms moesten bevoorraad worden door specifieke schepen die internationaal geduid werden als supply-vessels. In totaal werden er veertien van die bevoorradingsschepen gebouwd. Verolme Heusden stond stevig in de schoenen. Volgende keer: zwaar weer op komst vanuit Japan.

Bron: boek 90 jaar scheepsbouw in Heusden.