Eind 19e eeuw was het gemeentebestuur van Heusden ervan overtuigd dat een Scheepswerf welvaart in Heusden zou kunnen brengen. De gunstige ligging van Heusden aan de Maas trok in 1905 een ondernemer die een Werf oprichtte. Helaas ging de onderneming al na drie jaar failliet. Een doorstart volgde een jaar later onder leiding van rasondernemers De Haan en Alta. Weer later kreeg het bedrijf de naam De Haan & Oerlemans. In de jaren vijftig nam Verolme de werf over die het uiteindelijk niet redde. Hoe kon het zo mis gaan? Het kloppend hart van Heusden kon toch niet stilvallen?
Door Henk Poelakker
Wout van der Velde
Een trouwe werknemer bij de Werf is Wout van der Velde (1947) geweest. Hij heet ons welkom in zijn huis in de Vesting, vertelt honderduit en laat oude, zelf geschoten filmbeelden zien van onder andere een te tewaterlating, een schip in aanbouw, het bedrijfsterrein enz. “Ik was veertien toen ik naar de bedrijfsschool van Verolme ging. In kleine stapjes kreeg je theorie- plus praktijklessen. Samen met zo’n vijftien andere jongens leerde ik veel en kreeg bovendien een zakcentje, keurig verpakt in een loonzakje. Als beginneling mocht ik nog bij Sinterklaas komen en kreeg ik een cadeautje. Op de Werf leerde ik alles op het gebied van laswerkzaamheden. Eerst kleine opdrachten en later het grotere werk. Dat lassen heb ik bij Verolme 36 jaar uitgevoerd. Toen de Werf failliet ging, was ik er kapot van.”
Cees Verolme
Wout woont in een knus huis waar hij de herinneringen koestert aan zijn ouders en de Werf met foto’s en videobeelden. Over Verolme: “Het was echt een goede werkgever. Als werknemers kregen we een winstuitkering, gratis overalls, een goed salaris en je kon klimmen. Hoe meer vaardigheden, hoe groter de beloning.” Met enige trots vertelt Wout dat hij de grote baas Cees Verolme wel eens in de kantine heeft ontmoet. “Ik zag hem wel maar heb niet met hem gesproken. Dat hoorde in die tijd niet. Wist je dat er honderden mensen bij de Werf werkten? Iedere dag werden er bussen vol onderaannemers vanuit onder andere de Botlek en Alblasserdam aangevoerd. Ook werkten er veel arbeiders uit Joegoslavië. In de ochtend kreeg je een minuut of tien schafttijd; iedereen had van thuis iets te eten of te drinken meegenomen. Tussen de middag hadden we 45 minuten rust (werd later 30 minuten). Op mijn fiets sjeesde ik snel naar huis waar mijn moeder de tafel al gedekt had. Even naar huis, dat brak de werkdag. Gezellig.”
Failliet
Hoewel het leven van Wout vooral uit werk bestond, trapte hij wel eens een balletje op het voetbalveldje nabij de Werf. Als er een schip te water werd gelaten, was het groot feest op de Werf. Een muziekkorps speelde vrolijke klanken, het schip werd gedoopt en liep van de helling. “Daar was ik altijd graag bij, samen met mijn camera. Ja ik kijk terug op hele mooie werkjaren. Plezierig werk, leuke collega’s en lekker dichtbij huis. Toen het faillissement eind vorige eeuw werd uitgesproken, was er volgens mij geen sociaal plan. Je moest zelf maar een nieuwe baan zoeken. Ik kan me niet herinneren dat ik begeleid werd naar ander werk. Helemaal zeker weten doe ik het niet. Mijn geheugen laat me de laatste tijd wat in de steek. Na maanden zoeken, vond ik werk als lasser bij een bedrijf in Drunen. Daar heb ik nog tien jaar gewerkt maar niet met het plezier dat ik bij Verolme had.”
