Eind 19e eeuw was het gemeentebestuur van Heusden ervan overtuigd dat een Scheepswerf welvaart in Heusden zou kunnen brengen. De gunstige ligging van Heusden aan de Maas trok in 1905 een ondernemer die een Werf oprichtte. Helaas ging de onderneming al na drie jaar failliet. Een doorstart volgde een jaar later onder leiding van rasondernemers De Haan en Alta. In de jaren vijftig nam Verolme de werf over die het uiteindelijk niet redde. Hoe kon het zo mis gaan? Het kloppend hart van Heusden kon toch niet stilvallen?

Door Henk Poelakker met dank aan Bert Kops

1.600 ton

De vorige keer schreven we over de hele moeilijke tijd in de jaren van de Eerste Wereldoorlog; bestelde schepen werden niet afgenomen en lagen half afgebouwd aan de kade. Hoe anders verging het in de jaren ’20 op de Werf die sinds 1911 de naam De Haan & Oerlemans droeg. In 1927 liep maandelijks een sleepschip voor de Rijnvaart van stapel. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er orders uit onder andere Noorwegen. Om mee te kunnen doen in de concurrentieslag (Europa moest immers weer opgebouwd worden) moest de werf volledig worden gemoderniseerd. Zeeschepen bouwen van 1600 ton is andere koek dan een binnenvaartschip. Uitbreiding was onontkoombaar alsmede investeren in machines. Op het terrein van de werf verschenen masten met elektrische lieren. Platen van 75 kilo of meer moesten voorheen door mankracht naar de helling worden gebracht. De lieren namen dat zware werk over. Ook verscheen er op het werfterrein een timmerwinkel, schilderswerkplaats en een houtloods. Primeur voor Heusden was dat de gebouwen verlichting kregen. Voortaan kon er tot diep in de avond gewerkt worden.

Krotwoningen

Om de goed gevulde portefeuille met orders uit te kunnen voeren, waren er twee belangrijke stappen te zetten: scholing van arbeiders en huisvesting. Bij de start van de werf rond 1900 waren er nog geen ambachtsscholen en moesten jongens zelf opgeleid worden. In die beginjaren werd een avondtekenschool opgericht want arbeiders moesten leren hoe je een tekening kon lezen. Over huisvesting: ook was er zeker in de eerste jaren van de werf behoefte aan geschikte huizen. Directeur De Haan weigerde zijn arbeiders in krotwoningen te laten wonen. De gemeente Heusden had geen geld beschikbaar voor het bouwen van huizen met als gevolg dat er huizen dichtbij de Werf door het bedrijf werden gerealiseerd. Zeeschepen werden met regelmaat te water gelaten en dat trok veel bekijks. Verderop stroomafwaarts werden de schepen afgebouwd want in Heusden kon dat niet omdat na de te waterlating de schepen niet onder de bruggen door konden varen.

Verkocht onder kostprijs

Toch kreeg de Werf met enige regelmaat te maken met tegenslag. Na de grote orders kort na de Eerste Wereldoorlog, kregen de 40 kleinere werfjes in ons land het moeilijk. Teveel concurrentie trof ook De Haan & Oerlemans. Op eigen risico en met eigen geld werd een zeeschip gebouwd waarvoor nog geen koper was gevonden. Het schip kreeg de naam De Heusden en werd pas in 1923 ver onder de kostprijs verkocht. Gelukkig keerde het tij en ging het vanaf 1925 weer de goede kant op. De golfbeweging van groei en bloei, afgewisseld met tegenslag en ontslagen zou de werf tot aan zijn einde achtervolgen.