Wie de vesting van Heusden nadert, kan niet om de schoorsteen heen die ooit bij de conservenfabriek hoorde. In 2008 sloot deze fabriek (na bijna 100 jaar) zijn deuren. Machines vielen stil, de aan- en afrijdende vrachtwagens met groente en fruit behoorden plotseling tot het verleden. Veel werknemers gingen een onzekere toekomst tegemoet.
Door Henk Poelakker met dank aan Bert Kops
’t Wapen van Amsterdam
Ahmed Belamrabet (1948) uit Marokko, had een oogje op Daca (1950) uit Joegoslavië. Beiden werkten in de jaren ‘70 bij Jonker Fris. Hij maar liefst 40 jaar waarvan het laatste jaar bij HAK in Giessen. Zij heeft zich 28 jaar ingezet voor Jonker Fris in Heusden. Hoe gaat dat als je allebei verliefd bent maar elkaar niet of nauwelijks kunt verstaan? In een openhartig gesprek, in de bloemrijke tuin, vertelt het echtpaar. Daca: “Samen met ruim 70 andere Joegoslavische vrouwen ben ik als 24-jarige naar Nederland gekomen om te gaan werken bij de conservenfabriek. We aten en sliepen in hotel ’t Wapen van Amsterdam in de Vesting. Heusden was totaal iets anders dan mijn woonplaats Niš, een stad in Servië. Vanaf dag één heb ik het hier prima naar mijn zin gehad. De Nederlandse taal was en is ontzettend moeilijk. Dat geldt en gold ook voor mijn man Ahmed.”
De taal van de liefde
Ahmed werd geboren in de stad Marrakesh. “Ik kwam naar Nederland voor werk. Samen met 70 mannen woonde ik een tijdje in Vlijmen. Van daaruit werden we verspreid over diverse adressen in Den Bosch. Ik was 22 jaar en heb al die 40 jaren in het productieproces gewerkt. De laatste jaren als teamleider en het allerlaatste jaar bij HAK in Giessen. Er moest bij Jonker Fris hard gewerkt worden maar altijd met plezier. Ook voor mij was de Nederlandse taal moeilijk; in de jaren dat wij hier kwamen was er nauwelijks begeleiding en al helemaal geen taalles. Ik vond Daca een leuke vrouw en probeerde kennis te maken. Met handen en voeten spraken we met elkaar. Ondanks de taalbarrière bleek de taal van de liefde internationaal hetzelfde te zijn. We trouwden en vanaf 1982 kregen we dit huis in de Vesting.” Met enige trots zegt hij: “Je kunt wel zien dat mijn vrouw erg van bloemen houdt. Ik vind onze tuin ook prachtig maar het verzorgen van de bloemen is voor mij verboden terrein.”
Nog altijd een verliefd stel
Samen zijn we gelukkig
Beide echtelieden zijn van oorsprong stadsmensen maar genieten in Heusden van de rust en van hun gecreëerde oase achter de woning. Ahmed: “Voor de rust kun je nergens beter wonen dan hier. Nederland is een mooi land waar we ons allebei thuis voelen. Samen zijn we heel gelukkig. Bij Jonker Fris werkten we eerst in twee, later zelfs in drie ploegen. In de zomer werden fruit en verse groenten verwerkt. In de winter maakten we in de beginjaren jam en blikten we vooral peulvruchten in. Ik herinner me nog diverse collega’s uit Heusden maar ook uit de regio, en uit plaatsen als Tilburg, Utrecht, Vught en zelfs België. Honderden mensen vonden hier werk.” Slotvraag: welke taal gebruiken jullie onderling? Daca: “Van alles door elkaar, een beetje Marokkaans, wat Joegoslavisch en ook Nederlands. Geen appelmoes maar een mengelmoes.”
