Wie de vesting van Heusden nadert, kan niet om de schoorsteen heen die ooit bij de conservenfabriek hoorde. In 2008 sloot deze fabriek (na bijna 100 jaar) zijn deuren. Machines vielen stil, de aan- en afrijdende vrachtwagens met groente en fruit behoorden plotseling tot het verleden. Veel werknemers gingen een onzekere toekomst tegemoet. Met het boek De Jonker Fris Ingeblikt in de hand maken we een reis naar het verleden.

Door Henk Poelakker

240 werknemers

De vorige keer eindigden we met de onverwachte arrestatie van directeur meneer Louis van Wagenberg tijdens WOll. Gelukkig werd hij na drie weken weer vrij gelaten. Logisch want hij had geen enkele wet overtreden. Tijdens de oorlog verwerken de ruim 240 medewerkers vooral pulp-gepureerde kruisbessen, zwarte en rode bessen plus frambozen voor de export. Duitsland is een grote afnemer van het rode bessensap. Het nazibewind is overtuigd dat dit sap medicinale werking heeft en tevens de Arische kenmerken versterkt: mooiere blauwe ogen, blonder haar en sterkere genen. Deze overtuiging van Hitler en de zijnen laat zien dat het bewind vooral gestoeld is op waanideeën. Bessensap drinken lijkt nog onschuldig ten opzichte van het wetenschappelijk bewijs dat er zou zijn om vast te stellen of iemand Joods is. Deskundigen zouden aan de hand van onder andere het opmeten van het hoofd kunnen vaststellen of iemand Joods is en daarmee een crimineel. Eind 1944 speelt Louis van Wagenberg bij het onderduiken van 47 geallieerde militairen in Elshout een belangrijke rol in de financiële ondersteuning, waardoor de verzetsgroep op de zwarte markt voedsel kan kopen.

Dit was jarenlang het logo van het bedrijf.

Dit was jarenlang het logo van het bedrijf.

Fruit, groente en ….jam

Na de oorlog gaat het bedrijf zich echt toeleggen op het inblikken van groente. Veelal wordt onder private label geleverd aan ketens als De Gruyter, Albert Heijn, De Spar. Veel groente en fruit komt van De Tongelaar, een 274 ha groot natuur- en landbouwgebied tussen Grave en Mill, gekocht in 1918. De enorme vraag naar jam in Engeland brengt Louis op het idee om ook jam te gaan maken. ‘Wat ze in Engeland kunnen, kan ik ook’. Met behulp van het receptenboekje van zijn moeder gaat hij zelf experimenteren. Het blijkt moeilijker dan gedacht. Hij is toch meer een zakenman dan een jammaker. Hulp krijgt hij van concurrent Hero uit Breda. Als hij vervolgens Jo van Vught binnenhaalt, die er veel verstand van heeft, lukt het wel. Samen vormen ze een krachtig duo dat het bedrijf naar grote hoogte stuwt. In de vijftiger en zestiger jaren blijft het bedrijf zich uitbreiden. Fabriekshallen worden gebouwd, er wordt geïnvesteerd in productiemachines en overal in het land worden met boeren en/of commissionairs leveringscontracten afgesloten.

Laagstambomen

De familie Van Wagenberg bezat al jaren behoorlijk wat gronden. Daar stonden fruitbomen en bessenstruiken, groeiden frambozen en aardbeien. Men adverteerde maar wat graag met het volgende: 'Jonker Fris. Heerlijk fruit en gezonde groente uit eigen boomgaarden en tuinen. Eigen kweek zegt alles! De minister van Landbouw, de bekende Sicco Mansholt, adviseerde om appels en peren uit warmere streken te halen omdat in Nederland ónder andere de appelbloesem meer dan eens in het voorjaar bevroor. Meneer Louis sloeg dat advies in de wind, liet nog meer boomgaarden aanplanten. Echter: geen hoogstammen meer maar laagstambomen. Die eigen boomgaarden gaven duizenden kilo’s aan appels en peren.

Met dank aan Bert Kops.