Wie de vesting van Heusden nadert, kan niet om de schoorsteen heen die ooit bij de conservenfabriek hoorde. In 2008 sloot deze fabriek zijn deuren. Machines vielen stil, de aan- en afrijdende vrachtwagens met groente en fruit behoorden plotseling tot het verleden. Veel werknemers gingen een onzekere toekomst tegemoet. Met het boek De Jonker Fris Ingeblikt in de hand maken we een reis naar het verleden.

Door Henk Poelakker

Zwemmen tussen groente

Hetty Kegge-Sprengers, schrijfster van dat boek, vertelt hoe belangrijk de fabriek was in haar jeugdjaren. Haar vader was commissionair, zeg maar de inkoper van al het fruit en de groenten. De weekenden waren in haar jonge jaren gevuld met ritjes naar en langs de velden met bonen, erwten, spinazie enz. Van april tot oktober was het druk op de fabriek, heel druk zelfs. Groente en fruit moesten spoedig na het oogsten verwerkt worden. Fruit werd vaak tot pulp vermalen en in houten vaten bewaard om in de winter bijvoorbeeld jam of taartvulling van te maken. In de oogstmaanden was er een constante aanvoer van grondstoffen die gewassen moesten worden. In de beginjaren ging dat spoelwater zo de Maas in. Meer dan eens zwommen kinderen tussen het groen. Jonker Fris was niet de enige grote werkgever in Heusden; ook de melkfabriek en de scheepswerf hadden veel handen nodig. De conservenfabriek heeft bijna honderd jaar werk geboden aan velen uit Heusden en omgeving.

Een blik open trekken

Veel mensen onderhielden een groentetuin. Vers van het land, daar kon geen glas- of blikgroente tegenop, zo was lang de gedachte. Toen het leven sneller en jachtiger werd, was het maar wat fijn om even een blik open te trekken met daarin ‘verse’ groente. Eeuwen voorafgaand aan dat bliktijdperk, was men al in de weer om voedsel te bewaren: onder andere drogen, roken, pekelen, inleggen in azijn, koelen met ijs. Talloze huismoeders waren tot ver in de jaren zestig zeer bedreven in het zogeheten wecken. De uitvinder van dit proces droeg de naam Johann Weck. Kort door de bocht kwam het neer op verhitten tot 100 graden en dan in de weckfles met gummiring. Vrijwel onbeperkt houdbaar. Groot nadeel was de kwetsbaarheid van het glas. Men zocht en vond een alternatief namelijk: na het koken inblikken en dicht solderen. Eén man kon per dag tien blikken dichten. Een kostbaar proces.

Een nostalgische advertentie.

Een nostalgische advertentie.

Invriezen

Zo’n 75 jaar geleden werden in heel veel dorpen diepvriesgebouwen gebouwd. Mensen met een eigen tuin huurden in dat gebouw ruimte om de aardbeien en de groenten in te vriezen. Op die manier kon je met kerst nog genieten van het fruit uit eigen tuin in de bowl. Toen de mensen rond 1970 zelf een diepvries konden kopen, verdwenen de openbare diepvriezers van het toneel. Wat bleef was het bewaren in blik. In de begintijd moest je een krachtpatser zijn om het blik te openen, regelmatig moesten hamer en beitel er aan te pas komen. De Nederlanders die zich gevestigd hadden in de kolonie Nederlands Indië (thans: Indonesië) aten graag Hollandse groenten. Een enorm afzetgebied. Ook het leger kocht massaal in want soldaten moeten niet alleen vechten maar ook eten.

Met dank aan Bert Kops.