Door Henk Poelakker

Twee minuten stil

Binnenkort staan we weer stil bij de Tweede Wereldoorlog. Op de avond van 4 mei is het overal in ons land twee minuten stil. In gedachten zijn mensen niet alleen betrokken bij ’40-’45 maar zeker ook bij huidige conflicten, brandhaarden en oorlogen. Leven in vrijheid blijkt ook anno 2026 niet vanzelfsprekend. Machthebbers staan meer dan eens lijnrecht tegenover elkaar. Maar ook heel dichtbij zijn er ruzies en heeft het woordje ‘samen’ plaats gemaakt voor ‘polarisatie’. In discussies op verjaardagen, in kroegen, in stadions, bij demonstraties gaat het te vaak over goed of fout. Meer smaken zouden er niet bestaan. Die twee tegenpolen kennen we maar al te goed van de Tweede Wereldoorlog.

Babyboomer

Ik ben geboren in 1953 en mag mezelf een babyboomer noemen. Die oorlog zat niet alleen vers in het geheugen van mijn ouders toen ik ter wereld kwam. Ook in de hoofden van bestuurders, leerkrachten, jeugdleiders, politieagenten, rechters enz. Zo kort na de oorlog keek je terug op 40-45 met slechts twee stickers: Goed of fout. Als bleek dat de vader van een vriendje destijds voor de NSB had gekozen, was niet alleen die vader fout maar het hele gezin. En ook al had die vader straf gehad en beterschap beloofd, zijn kinderen werden gepest op school, de moeder durfde maar amper buiten te komen voor een boodschap. Het leven werd vaak versimpeld tot een zwart-witbeeld: mensen waren goed (verzet, slachtoffers) of fout (collaboratie, steun aan de bezetter). In werkelijkheid lag dat natuurlijk veel genuanceerder maar feit was dat kort na de oorlog er zelden genuanceerd werd gekeken naar de omstandigheden van zogeheten verkeerde keuzes.

Goed of fout

Leden van het Nederlands verzet werden gezien als helden. Bijvoorbeeld mensen die onderduikers verborgen of sabotage pleegden. Personen als Hannie Schaft kregen een bijna mythische status als symbool van moed. Burgers die Joden hielpen onderduiken, vaak met groot persoonlijk risico, werden duidelijk aan de goede kant geplaatst. Leden van de NSB werden vrijwel automatisch als fout bestempeld. Jongens die zich hadden aangesloten bij de Waffen-SS golden als verraders. Collaborerende bestuurders of politieagenten die meewerkten aan deportaties kregen na de oorlog zware straffen en maatschappelijke uitsluiting.

De tekst op het bord spreekt boekdelen.

De tekst op het bord spreekt boekdelen.

Publieke afrekening

Kort na de oorlog gingen burgers regelmatig op de stoel zitten van de rechter. Wie verkering had gehad met een Duitse soldaat werd kaal geschoren en aan de schandpaal genageld. Huizen van NSB’ers werden leeggeroofd en bewoond door ‘goede Nederlanders’. Maar ook jaren later, in de tijd dat ik op de lagere school zat, werden kinderen van foute ouders met de nek aangekeken. Enerzijds begrijpelijk want heulen met de vijand was een doodzonde. Voor nuance was echter geen ruimte. Wie Joden had geholpen met als dekmantel lidmaatschap van de NSB kreeg toch straf. Pas veel later, in de jaren ’60 van de vorige eeuw, bleek zwart-wit ook vele tinten grijs te kennen.

Waarom dit zwart-witdenken?

Na jaren van bezetting was er behoefte aan duidelijkheid en rechtvaardigheid. Het hielp de samenleving om snel orde te scheppen en schuldigen aan te wijzen. De politieagent of de gemeentelijke ambtenaar had in de oorlog gewoon doorgewerkt en min of meer samengewerkt met de bezetter. Waren die mensen daardoor automatisch fout geweest? En waarom kozen duizenden voor de NSB? Later bleek dat velen uit armoede die keuze hadden gemaakt. De hoop was gevestigd op meer welvaart, iets dat Hitler in zijn eerste jaren niet alleen beloofde maar ook waar maakte. Achteraf hebben mensen in de straat maar ook bestuurders en overheden meer dan eens te snel hun mening geuit.

NSB-burgemeester

Heusden krijgt in de oorlog te maken met de pro-Duitse NSB-burgemeester Alfred Thomaes. Hij zwaait in onze regio de scepter van februari 1942 tot september 1944. Hoe gevaarlijk is die nieuwe NSB-burgemeester voor de Joodse Betje de Wolff die met man en zoon in de Burchtstraat woont? Thomaes is geen lieverdje zo zou na de oorlog blijken. Hij krijgt zeven jaar gevangenisstraf. En toch is ook hier geen sprake van 100% goed of fout. Het is opmerkelijk dat deze burgemeester menigmaal Betje laat waarschuwen als een klopjacht van de Duitsers aanstaande is. Houd je gedeisd, lijkt hij daarmee te willen zeggen, laat je op straat niet zien, blijf binnen. Een NSB-burgemeester die twee Joodse inwoners (moeder en zoon) beschermt, dat mag toch wonderlijk en zelfs miraculeus worden genoemd. Waarom Thomaes met hen begaan is, weet ook later niemand te vertellen. Feit is dat de inwoners van Heusden zwegen over de Joodse moeder en Joodse zoon. Dat zegt iets over hoe de inwoners in goede harmonie met elkaar samenleefden. Laten we hopen dat onze huidige maatschappij oor en oog heeft voor de keuze die de ander maakt. Laten we hopen dat we niet tegenover elkaar komen te staan maar in harmonie kunnen blijven samenleven en samenwonen.