In het begin van de vorige eeuw maalden molenaars in onze omgeving voor hun klanten het graan en het eikenschors over molenstenen die werden aangedreven door windmolens. De windmolens raakten in onmin: er was niet altijd voldoende wind, oprukkende bebouwing rondom de windmolens. Het molenaarsvak was zwaar en een molen vergde veel onderhoud. Door de technische ontwikkelingen kwamen er alternatieven met kolengas-, diesel- en elektromotoren om ook bij windstilte te kunnen malen. Ook gingen meerdere meelhandelaren zelf hun eigen graan malen. Vele windmolens werden gesloopt, maar enkele bleven bestaan. Zij werden een Rijksmonument, zoals de Emmamolen in Nieuwkuijk, Rijksmonument 37876, en de Hertogin Johanna van Brabant in Drunen, Rijksmonument 14139. De dieselmotoren van de molenaars Van Tuijl, aan de Parallelweg in Drunen, en van Rombouts aan de Wolfshoek in Elshout, staan nog steeds op hun plaats en behoren tot Heusdens industrieel erfgoed.

Motormaalderijen in gemeente Vlijmen

Al in 1917 had Haarsteegs mulder Janus Verhaeren een zuiggasmotor die de molenstenen liet draaien. Als grondstof voor het generatorgas werden antracietkolen gebruikt. In de avonduren werd de motor gekoppeld aan een generator en werd elektriciteit geproduceerd voor de verlichting van de straat, de kerk en enkele woonhuizen en boerderijen.

Molenaar Antoon Rombouts, eigenaar van de Emmamolen in Nieuwkuijk, begon omstreeks 1920 met een dieselmaalderij en gebruikte de windmolen geleidelijk niet meer. In 1959 wilde hij de windmolen slopen, maar werd voor ƒ5000 door de gemeente Vlijmen gekocht. André (1931-2013), de zoon van Antoon, mocht met de dieselmotor nog enkele jaren malen en betaalde daarvoor een maandelijkse huur van fl. 50,-. Na een restauratie in 1966 was ook de windmolen weer maalvaardig. In 1987 en in 1995 werd de windmolen nogmaals gerestaureerd en met inzet van Kees van Buul vanaf 1993 kon de windmolen blijven draaien. Er worden nu meer dan 15 soorten meel gemalen.

Op De Akker in Vlijmen stond de ‘Stoom- en windkorenmolen’ van Adriaan Kools, die al in 1912 over een ±12 PK zuiggasmotor beschikte en later over een dieselmotor, maar hij gebruikte ook nog steeds de windmolen. In 1944 werd de molen verkocht aan meelhandel Sondag Voeders, die de molen in 1945 doorverkocht aan de Boerenbond, afdeling Vlijmen-Haarsteeg. Zij wilden op die plaats een nieuwe maalderij bouwen, maar dat is nooit gebeurd.

Meelhandelaar Van Ruremonde startte in 1954 een maalderij en veevoederfabriek in de gebouwen van Van de Ven Hendricks koekfabriek ‘De Hoop’, dat in dat jaar vrijwillig was geliquideerd. Op 21 september 1962 brandde het gehele bedrijf tot de grond toe af. In 1963 werd vergunning gevraagd voor een nieuwe maalderij op de hoek Wolput/Burg. van de Venstraat. Het terrein bleef tot 1994 braak liggen, waarna er het appartementencomplex Passe-Partout werd gebouwd. De molen ‘De Hoop - Nooit Gedacht’ van J. de Roos aan de Julianastraat heeft nooit een motormaalderij gehad.

In de voormalige maalderij van Rombouts: de maalstoel, fabricaat Léon Michel–Simonis, Luik. Bouwjaar 1932, molenstenen ø1200 mm. (Foto: Toon Groot)

In de voormalige maalderij van Rombouts: de maalstoel, fabricaat Léon Michel–Simonis, Luik. Bouwjaar 1932, molenstenen ø1200 mm. (Foto: Toon Groot)

Motormaalderijen in gemeente Drunen

In de jaren ’30 begon de Boerenbond met het stichten van maalderijen in de dorpen. Dit tot groot ongenoegen van de molenaars. In die tijd lieten de boeren hun graan tegen een overeengekomen prijs malen bij de molenaar. De boeren kochten bij de molenaar ook veevoer en kunstmest. Die omzet wilde de Boerenbond ook wel, zoals de Afdeling Drunen-Elshout. De aangesloten boeren vonden ook dat het maalloon bij molenaar Frans van der Westen, van de ‘Hertogin Johanna van Brabant’, vergeleken met de maallonen in omliggende plaatsen aan de hoge kant was. Het bestuur startte met molenaar Van der Westen onderhandelingen over de maalprijs, maar dat gaf niet het beoogde resultaat. Op de leden vergadering van de Boerenbond in 1933 werd dan ook besloten om zelf een maalderij te starten. In 1934 werd na een verbouwing van het pakhuis een graanmaalderij gebouwd. Die bestond uit een maalstoel met een 25 PK elektromotor. De technische ondersteuning, zoals het slijpen of billen van de molenstenen, kwam vanuit Veghel. De installatie heeft tot 1961 gedraaid.

Schoonzoon en molenaarsknecht Grard van Tuijl nam de ‘Hertogin Johanna van Brabant’ in 1953 over van zijn schoonvader Frans van der Westen. In 1946 was al een Deutz dieselmotor en een maalstoel aangeschaft, waarmee tot 1968 gemalen werd. Van Tuijl heeft toen zijn klanten overgedaan aan Fons Rombouts in Elshout. In 1954 wilde Van Tuijl de molen slopen, maar dat werd tegengehouden door Monumentenzorg. De windmolen werd toen gerestaureerd en nogmaals in 2017. Vanaf 1969 draaide de molen alleen als een toeristische attractie.

Elshouts meelhandelaar M. van Sluisveld-Kempenaars bouwde in 1936 een pakhuis en een maalderij met de aandrijving van een 18 PK elektromotor.

Elshouts molenaar Fons Rombouts schafte in 1947 een stationaire dieselmotor Ruston HR en een maalstoel aan. Hij had liever een elektromotor maar PNEM kon de benodigde stroom niet leveren. Zijn windmolen ‘De Vooruitgang’ werd in 1952 afgebroken. In 1954 werd de maalderij uitgebreid. In het midden van de 60’er jaren is hij met malen gestopt. De dieselmotor, mengketel en maalstoel zijn verkocht en staan naar alle waarschijnlijkheid in Irak.

In de korenmolen ‘Hertogin Johanna van Brabant’: Deutz-Köln dieselmotor MIH236 uit 1927. (Foto Bart Beaard)

In de korenmolen ‘Hertogin Johanna van Brabant’: Deutz-Köln dieselmotor MIH236 uit 1927. (Foto Bart Beaard)

Ambachtelijk maalderij in Elshout

Toon Rombouts (1957-2020), zoon van Fons (1930-2015), begon in 1980 als neveninkomsten met het ambachtelijk malen. Van voorgaande generaties had hij het ‘molenaarsbloed’ meegekregen en ook had hij veel affiniteit met stationaire dieselmotoren. Zijn verwachting was dat het op kleine schaal malen van meerdere graansoorten voor lokale bakkers toekomst zou brengen. Het gezond en natuurlijk eten kwam van de grond en ook het zelf brood bakken werd populair. Hij verbouwde het pakhuis en plaatste twee dieselmotoren en een maalstoel. Een motor kwam uit een smederij en werd gebruikt voor de rechtstreekse aandrijving van de maalstoel. De andere motor was voor de aandrijving van een dynamo. De maalstoel werd van een machinehandelaar gekocht. De installatie draaide technisch steeds tot grote tevredenheid maar om bedrijfseconomische redenen zwegen de motoren in 2002. De Crossley motoren draaien nu jaarlijks nog enkele malen met als machinist zoon Anton (1990- ), die ook behept is met het motorenbloed.

Bart Beaard