Wist u, beste weekbladlezer, dat er in uw midden een vereniging actief is die al 105 jaar bestaat? En dat deze club maar liefst rond de honderd leden heeft die in of met een wijde boog rond de vesting Heusden wonen? En dat die Nutters geregeld getrakteerd worden op lezingen over actuele, culturele of historische onderwerpen?

De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen timmert in ons land al 240 jaar aan de weg. Zij zag het levenslicht dus tijdens ‘de eeuw van de verlichting’, de tijd die gekenmerkt werd door een groot vertrouwen in het menselijk kunnen. Men was er van overtuigd dat de mens die door die rede werd geleid, een nieuwe, gelukkige samenleving zou kunnen opbouwen. Het was namelijk de tijd dat de mens niet meer tevreden was met de bestaande maatschappelijke instellingen. Men aanvaardde niet langer kritiekloos de door kerken verkondigde leer en ging zelf op zoek naar de oorsprong en samenhang van dingen. Kennis werd als middel gezien om uit de eigen, veelal slechte situatie omhoog te klimmen. Evenals andere maatschappijen en genootschappen wilde ook het Nut kennis en beschaving verspreiden onder de zeer velen die hiervan verstoken waren gebleven en geen enkele mogelijkheid hadden zichzelf te ontwikkelen. Veel burgers leefden onder het bestaansminimum, waren werkloos en leden bittere armoede. Drankmisbruik en criminaliteit waren aan de orde van de dag. Het nieuwe Nut wilde die situatie de wereld uit helpen. En zich inzetten voor de ontwikkeling en het sociaal en cultureel welzijn van het Nederlandse volk.

Nieuwenhuijzen

Het waren een vader en zijn zoon die in 1784 het Nut op de rails zetten. Jan Nieuwenhuijzen was predikant van de doopsgezinde kerk in Monnickendam; zijn zoon Martinus maakte zich verdienstelijk als arts in Edam. Twee sociale, goed ontwikkelde mannen die met andere verlichte idealisten onder meer zorgden voor verbetering van het falende onderwijs. In die tijd waren de schoolklassen ‘overbevolkt’. Een klaslokaal was in feite niets meer dan een stinkend hok. De onderwijzers waren simpele, nauwelijks geletterde mannen die hun carrière bijvoorbeeld begonnen waren als tuinman of koetsier.

Deze mannen kregen zo’n kleine vergoeding voor het geven van onderwijs, dat ze moesten bijverdienen als doodgraver, koster of klokkenluider. De oude leesboekjes waarover zij beschikten, waren geschreven in voor kinderen onbegrijpelijke grote-mensentaal. Bovendien zaten alle leerlingen, ongeacht hun leeftijd, in hetzelfde lokaal en kregen zij hetzelfde onderwijs. Dit leidde vaak tot wangedrag dat de onervaren leerkrachten beantwoordden met slaan met de plak en bullenbak of verbanning naar het kolenhok van de school.

Het onderwijs liet dus duidelijk te wensen over. Het hoofdbestuur van het Nut riep daarom de plaatselijke afdelingen – Departementen – op tot het stichten van Nutsscholen. Scholen waar de plak en leren riem niet gehanteerd werden en leesboekjes werden gebruikt in voor kinderen begrijpelijke taal. In de beginjaren gaf het Nut tal van schoolboekjes uit op het gebied van taal, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis. De eerste kweekschool – de opleiding voor onderwijsstudenten – werd in 1796 opgericht. Wie geen onderwijsakte had, mocht voortaan niet meer voor de klas staan. Ook had het Nut een aandeel in de komst van zowel kleuter- als lager technisch onderwijs.

Het Nut is sinds 1784 nauw verweven met diverse facetten van de samenleving. De waardevolle bijdragen aan onderwijs, bibliotheken, spaarbanken, volkshuisvesting, volksontwikkeling, cultuur en wetgeving zijn talrijk. Het Nut draagt actief bij aan het welzijn van de mens en samenleving. Het streven is dat iedereen deelneemt aan de maatschappij en in staat is om de uitdagingen van vandaag en morgen het hoofd te bieden. Ondanks dat de overheid nu veel oorspronkelijke taken van het Nut heeft overgenomen,. Is het Nut nog springlevend. En dat geldt uiteraard ook voor het Departement Heusden.

Willem Pape, oprichter van het Nut in Heusden.

Willem Pape, oprichter van het Nut in Heusden.

Heusden

Heemkundige Bart Beaard uit Drunen verdiepte zich in het ontstaan, reilen, zeilen en de tijdelijke teloorgang van een Nut Departement in Heusden. Ook bij het tot stand komen van deze afdeling in 1819 speelde een predikant een rol en wel dominee/dichter Carel Willem Pape, een pleitbezorger op sociaal-cultureel terrein. De door hem opgerichte Nutsafdeling Heusden telde twee jaar later 48 leden. Voornamelijk notabelen die elkaar bij het Nut konden ontmoeten. Pape wil in Heusden ook joden tot het Nut toelaten. Het hoofdbestuur wijst dit af. In 1821 richt Pape namens het Departement Heusden een school op voor het onderwijs aan kinderen uit straatarme gezinnen. Binnen twee jaar krijgen ruim veertig arme kinderen gratis onderwijs en worden zo opgeleid ‘om nuttige leden der zamenleving te kunnen worden’.

Het Heusdense Nut krijgt met voor- en tegenspoed te maken. Rond 1830 is de animo voor het lidmaatschap op sterven na dood, maar er volgt een opleving. In 1855 wordt de ‘armenschool’ opgeheven wegens gebrek aan financiën. In 1862 is er geen redden meer aan. Het Nut gaat ter ziele. Einde verhaal? Gelukkig niet. In 1869 volgt een succesvolle heroprichting. Al snel telt de club 63 leden. Er wordt nota bene zelfs in overleg met het hoofdbestuur van de Maatschappij een Spaarbank opgericht, maar deze gaat helaas in 1883 ter ziele. De ups en downs herhalen zich.

Links de MULO-school, Te(e)kenschool en na de bevrijding gebruikt als gemeentesecretarie. Rechts de woningen van de scheepswerf. Op het weiland daarvoor heeft het tramstation gestaan.

Links de MULO-school, Te(e)kenschool en na de bevrijding gebruikt als gemeentesecretarie. Rechts de woningen van de scheepswerf. Op het weiland daarvoor heeft het tramstation gestaan.

Avondtekenschool

De door het Nut opgerichte avondtekenschool voor toekomstige ambachtslieden wordt tweemaal heropgericht. De eerste ‘ambachtsschool’ duurt van 1871 tot 1878. Het volgende initiatief blijkt ook niet haalbaar. De derde avondtekenschool is een langer leven beschoren, namelijk van 1911 tot 1958. Ook richt het Nut in 1911 een MULO-school op. MULO betekent: Meer Uitgebreid Lager Onderwijs. Deze school voor voortgezet onderwijs sluit haar poorten 16 jaar nadien vanwege veel personeelswisselingen en te weinig leerlingen.

Met toestemming van de gemeente Heusden opent het Nut in 1953 een Nuts-ULO-school. Deze verhuist tien jaar later naar een nieuw gebouw op de hoek van de Herptsestraat en de Wieldijk. Dat Oudheusden sinds 1980 beschikt over een bibliotheek, is ook te danken aan de Maatschappij tot Nut van het Algemeen Departement Heusden. In een tweede aflevering krijgt u te horen wat het huidige Nutsbestuur allemaal voor de honderd leden in 2025 in petto heeft.

Mede namens het bestuur,

Geke van de Merwe