Heusden kent kunstwerken die verwijzen naar bijzondere verhalen. Een ervan is het kunstwerk ‘De Duif’ in Heemtuin De Meulenwerf. Het herinnert aan de internationaal vermaarde Heusdense duivenliefhebber Appie Vos.
Door Hans van den Eeden
Duiven die genieten van de rust in de vesting missen de vermaarde duivenvanger Appie Vos. Hij woonde in de Molenstraat en was op de locatie van de Heemtuin De Meulenwerf actief. Oudere Heusdenaren herinneren zich Appie, die in de jaren zeventig met hartstocht met duiven actief was.
Het is terecht dat er een stenen beeldje van Appie bij de entree van de Heemtuin staat. Omdat bijna niemand Appie en de betekenis van het beeld kent, gaan we terug in de tijd.
Duivenliefhebber op internationaal niveau
In de jaren zestig was de locatie van de heemtuin in gebruik bij de tuinder Willem van der Steenhoven. In de tuin stonden ook veel kooien van ‘duivenmelker’ Appie Vos.
Toen genoten de duiven van het uitzicht over de Bergsche Maas, de molens en de vesting. Verder over de intieme momenten in de Heusdense slaapkamers.
Appie Vos was secretaris van de Heusdense Postduivenvereniging ‘De Maasvliegers’. Hij was een grote deskundige op het gebied van duivensport. Appie won op internationaal niveau veel prijzen met vluchten over de hele wereld.
Hij was jarenlang met succes actief in onder andere Malta, Japan, Portugal, Joegoslavië, Thailand, de Filipijnen, Canada en Amerika.
Grote afstanden
Aanleiding voor veel duivensporters uit de hele wereld om Appie en zijn duiven in Heusden op te zoeken.
“Tijdens vele vluchten die wij maken, gaat het om grote afstanden. Zo laten we de Heusdense duiven los in het Zuid-Franse St. Vincent. Dat is hemelsbreed vanuit Heusden een afstand van 1022 kilometer.
De meeste duiven vliegen naar Heusden terug. Er kunnen vliegend snelheden worden bereikt van 80 tot liefst 135 kilometer per uur. Door regen, mist of vermoeidheid kan een duif uit zijn koers raken.
Zo merken we in Heusden dat de grote groep verwilderde duiven soms voor verwarring zorgt. Vanuit het verre buitenland vliegen de duiven terug naar oriëntatiepunt Heusden. Zeker als duiven vermoeid zijn, hebben ze de neiging om zich bij ‘vreemden’ aan te sluiten.
De duivensport is volledig mijn passie. Maar het duivensucces had in Heusden in de sfeer van overlast een schaduwkant”, aldus Appie Vos in 1996 tegen uw journalist.
Miel Cools en het Duivenlied
Voor veel Heusdenaren was de duivenoverlast een ware ergernis. Hiervoor werd Appie Vos ingeschakeld. Een van de acties was om in de toren van het stadhuis duiven te weren. Op advies van Vos is er toen gaas bij het carillon geplaatst.
Maar de overlast van de duiven had ook een schaduwkant. Zo zong in 1990 de bekende Belgische troubadour Miel Cools in het tjokvolle culturele Café Centraal aan de Vismarkt zijn bekende ‘Duivenlied’.
Café Centraal vormde in deze periode het culturele kloppend hart van de vesting. Tot hilariteit riep Miel Cools zingend de Heusdense duiven op om te paren. Dit om zo een bijdrage te leveren aan het stadsbeeld van de vesting.
Heel de zaal zong mee en klapte de handen blauw.
Politiek thema
In deze periode was de duivenoverlast een actueel thema in de Heusdense gemeentepolitiek. Door het stellen van vragen door raadsleden en burgers leefde de ingedutte politiek helemaal op en kreeg kleur op de wangen.
Veel vragen werden aan locoburgemeester en portefeuillehouder ‘Duivenzaken’ Cor Eyckemans gesteld. De emotie werd versterkt, omdat de Herptenaar tevens melkboer was. Er werd aan de melkkar veel over de duiven geklaagd.
Duidelijk was dat het duivenprobleem niet eenvoudig op te lossen was.
‘Leugenbenkskes’
Immers, voor de ene burger was het een genoegen om in het dagelijkse ritme op straten en pleinen de duiven flink bij te voeren. Voor andere Heusdenaren was de duivenoverlast een ware ergernis.
Verder was het een belangrijk thema op de Heusdense ‘leugenbenkskes’. Kortom: Heusdenaren hadden een thema waarover flink gemopperd en vooral gezeurd kon worden.
Dat gebeurde ook bij de ‘Boerenhoek’. Deze ‘praotplaats’ was gevestigd bij de toenmalige sigarenzaak Kops op de hoek Engstraat/Botermarkt.
In sommige steegjes kon je door de duivenoverlast niet normaal lopen. Bovendien liep je de kans om uit te glijden. Verder was er het risico om een of meer uitwerpselen op je hoofd te krijgen.
Kortom: in de vesting moest je goed op je hoede zijn. Zo bleken zinken daken en goten erg bij de duiven in trek. Ook werd geklaagd over goten die vol zaten met duivenstront en overleden duiven.
Het werd op politiek niveau een hot item dat de gemeente niet kon en mocht negeren.
Aanpak van de overlast
In het najaar van 1996 boog de raadscommissie Ruimtelijke Ordening, Restauratie en Milieu zich over het probleem. Een effect was dat met voortvarendheid de duivenoverlast in de vesting werd onderzocht en aangepakt.
Zo besloot het college van B. en W. om de internationaal vermaarde duivenvanger Rob Bakker uit Nijmegen in te schakelen.
Enkele Heusdenaren bestreden de duivenoverlast met een waterpistool.
Notitie ‘Duivenoverlast’
Vanuit ambtelijke hoek verscheen een notitie ‘Duivenoverlast’. In deze notitie werd verwezen naar het dossier ‘Hinderlijke dieren’.
Hieruit bleek dat de vesting voor een bedrag van bijna 8.000 gulden kon worden verlost van de overlast. Op advies van duivenvanger Bakker werden 90 kooien geplaatst.
Hij garandeerde dat binnen enkele weken 90 procent van de duiven gevangen zou worden. Op basis van het principe ‘No Cure No Pay’ ging Bakker aan de slag. Tevens gaf Bakker een jaar garantie.
Een probleem was dat de duivenvanger werkte met kooien en Heusden weinig platte daken heeft. De overlast concentreerde zich met name op de hoek Botermarkt, Pelsestraat en de Putterstraat.
Ook een bloemisterij in de Putterstraat trok veel duiven aan. Ook werden op het toenmalige postkantoor en op de pastorie van de Hervormde kerk kooien geplaatst.
Het probleem kon alleen worden opgelost als de Heusdense burgers stopten met het voeren van de duiven.
Uit de notitie van de gemeente blijkt dat de aanpak van de duivenoverlast zich uitsluitend op de vesting richtte. Bij de Heusdense brug bevond zich in de open betonblokken ook een grote groep duiven.
Samen met de kraaien brengen ze daar de nacht door. Uilen die op zoek zijn naar een prooi, vinden in een duivenmaaltje een lekkernij.
Sinds de Jachtwet van 1995 is een duif geen beschermde diersoort meer.
Flobertgeweer
De duiven werden in kooien gevangen. Ook werd gebruikgemaakt van een Flobertgeweer met demper. Om onrust in de vesting te voorkomen, werd uitsluitend tussen 04.00 uur en 05.30 uur geschoten.
De gevangen duiven werden in kooien naar het asiel van de Nederlandse Postduivenorganisatie in Ede afgevoerd. Geringde duiven werden drie weken vastgehouden. De eigenaar kon zijn duif daarna weer ophalen.
Duiven waarvoor geen toekomst was, gingen op ‘wintersport’. Kortom: de Heusdense duiven werden ingevroren voor consumptie voor restaurants in Duitsland en België.
Niet alleen Heusden, maar ook Drunen had met een duivenprobleem te maken. Zo had de lokale jagersvereniging een vergunning voor het afschieten van duiven.
Ook schijnt dat tijdens het schieten in Drunen vanaf de kerk een voorbijganger plotseling een dode duif in zijn gezicht kreeg.
De huidige Heusdense wethouder van ‘duivenzaken’ wordt gevoed door de geschiedenis. Van het verleden valt veel te leren.
In het kader van de onrust in de wereld zijn er gelukkig ook vredesduiven.
