Door Henk Poelakker
Kokertje
Dieren hebben heel lang een belangrijke rol gespeeld tijdens oorlogen. Denk aan paarden, honden maar vooral ook aan duiven. In de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was de duif van groot belang als betrouwbare overbrenger van boodschappen. Tijdens die oorlog, waar Nederland buiten schot bleef omdat ons land zich neutraal opstelde, bestond het front met name uit loopgraven. Voor iedere meter werd er op leven en dood gevochten. Telefoneren vanaf het slagveld stond nog in de kinderschoenen. De duif bracht uitkomst. Hij kon korte boodschappen in een kokertje (aan poot of op de rug) overbrengen naar de generaals achter het front. Tijdens die oorlog werden mobiele duivenhokken ingezet: hokken op wielen dus. Onvoorstelbaar maar waar, ook als het duivenhok een kilometer verplaatst was (hetzij vooruit dan wel achteruit), wist de duif zijn hok terug te vinden. Meer dan eens heeft een overgebracht berichtje levens kunnen redden.
De duif als spion?
Tijdens de Eerste Wereldoorlog wilde je als leger ook wel eens zien waar de vijand zich concreet bevond. Drones waren er toen nog niet maar wel de duif. Met een voor die tijd piepklein fototoestel op zijn buik, vloog de duif over vijandelijk gebied waarbij de camera om de tien seconden automatisch een opname maakte. Het was een fantastisch staaltje van techniek. Richting de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) schreed die techniek op allerlei fronten met rasse schreden vooruit. Het vliegtuig werd veelvuldig ingezet, onbemande raketten vlogen richting Engeland, draadloze telefonie kwam op gang. De duif ging een steeds geringere rol spelen. Desondanks verbood Hitler het houden van postduiven. Meer dan 100.000 Nederlandse duivenmelkers moesten hun dieren doden en als bewijs het afgeknipte pootje inleveren. Duitsland was bang dat de duif ook in de moderne oorlog toch een belangrijke spionage rol kon spelen.
Cher Ami
En die angst bleek terecht. Want de snelheid van de duif, de betrouwbaarheid en het oriëntatie vermogen behoorden ook in de jaren ’40 tot de effectieve communicatiemiddelen. En dat in een tijd waarin technologie kwetsbaar en onvoorspelbaar kon zijn. Radioberichten kon de vijand onderscheppen maar een overvliegende duif viel nauwelijks op. Eén van de beroemdste postduiven uit de Tweede Wereldoorlog was GI Joe, een duif van het Amerikaanse leger. In oktober 1943 redde deze vogel het leven van meer dan 1.000 Britse soldaten in Italië. Het bericht kwam net op tijd zodat een bombardement tegengehouden kon worden (de vijand had zich al overgegeven).
Een ander opmerkelijk verhaal is dat van Cher Ami, een duif van het Franse leger die een cruciale boodschap afleverde ondanks zware verwondingen. Hoewel Cher Ami geraakt werd door een kogel en één pootje moest missen, slaagde hij erin om zijn missie te volbrengen. Voor zijn moed ontving hij een heuse medaille, de Croix de Guerre. Duiven gingen mee naar het front op schepen, tanks en zelfs vliegtuigen. Duitsland zette als tegenzet getrainde roofvogels in, onder andere haviken die de duiven uit de lucht moesten ‘slaan’.
Mijnwerkers
Na de oorlog werden duiven vooral ingezet bij massale openingen zoals bij de Olympische Spelen. De duif bleef het boegbeeld vrede en vrijheid. Nederland kreeg na de oorlog duizenden duiven van onder andere Canada waarmee de duivenmelkers hun kooien weer konden vullen. Een zijsprongetje: postduiven werden al ver vóór de Tweede Wereldoorlog met name in Limburg gehouden. Huis aan huis stonden daar duivenhokken en dat had alles te maken met de mijnbouw. De kolenmijnen draaiden op volle toeren om Nederland na de oorlog weer op gang te houden onder andere voor de opwekking van elektriciteit. Het zware werk van de mijnwerkers, diep onder de grond, had zijn plussen in de vorm van goed betaald werk. De keerzijde was dat deze harde werkers nauwelijks vrijheid kenden tijdens hun werk. Hoe heerlijk is het dan om bij thuiskomst je duiven los te laten, te genieten van hun vrijheid, te genieten van het opgroeien van de jonge duifjes tot volwaardige afstandsvliegers. In mindere mate gold dat ook voor de gevoelens van zich niet vrij voelende textielarbeiders en schoenlappers in Brabant. De duif: letterlijk het symbool van gevoelens van vrijheid.
